HONDERDUIZENDEN
JAREN LANG HEEFT HET INDIVIDU
ZICH AL WEGGECIJFERD TEN GUNSTE VAN DE STAM
EN LATER HET DORP EN DE STAD: DE GEZONDHEID, WELVAART &
HET OVERLEVEN VAN DE GROEP WAREN IMMERS VEEL BELANGRIJKER DAN DIE VAN HET INDIVIDU.
Ook al bidt hij/zij/het tot allerhande geesten & goden om hier op aarde zoveelmogelijk gunsten te kunnen verkrijgen,
deze huiscultus heeft weinig te betekenen, vergeleken met de grote rituelen ter instandhouding van de kosmische orde,
die voor het gezamenlijk welzijn door hopelijk enigszins deskundige & 'bevoegde' priester worden geleid!?
Tot aan het eerste millennium voor onze jaartelling bestaat het 'ik' nog eigenlijk niet of nauwelijks:
hier en daar zien enkele pogingen het licht om het individu centraal in de religie te plaatsen,
met name in Egypte. Hier komt de gedachte van een liefdesrelatie tussen mens & god op
èn verschijnen naast de officiële godsdienstige boeken, zoals het Boek der Doden,
verhandelingen over wijsheid & stichtelijke boeken. Maar deze stichtelijkheid
blijft toch nog ondergeschikt ten opzichte v/d officiële godenverering,
want alléén díe garandeerde zonnecyclus & de kringlopen
der jaargetijden, & daarmee de voorspoed
van het rijk v/d farao enzo:
'het geluk van zijn
onderdanen'?
