Als
de Heiland
onderwijzen en doopen
hier aan een schakelt, toond hy,
wie gewettigd zy het bond-teken te bedienen;
en als hy dat aan ALLE VOLKEREN toeeigent, leert hy de dwaasheid der geenen,
die KLOKKEN, SCHEEPEN, STERKTENS, en andere onredelijke dingen dopen willen,
en zelfs met doop-water
bezoedelen.
Ook voegt Markus
het GELOOF & DOPEN t'zamen,
en belooft den gelovigen Doopling de zaligheid: zo dat het eene bespotting van 't bond-teken is,
als men dat redenlooze schepselen indrukt.
En op dat niemant denke,
dat het bloot teken behouden, en zaligen kan,
voegt 'er JC by: HEN LERENDE ALLES TE ONDERHOUDEN,
WAT IK U GEBODEN HEBBE!
Moesten
de Jooden & Heidenen
LEERLINGEN
worden?
Zo
moesten zy
GELEERT worden, maar
geene Joodsche beuzelingen, overleveringen, waanwijsheden,
een letter-geheimen, daar zy al hun brein op sleepen: geen Heidensche spitsvindigheden,
natuur-geheimen, redenkavelingen, wicchelaarijen, Afgoden-diensten,
maar de GEBODEN van den Koning
der Koningen.
En hoe konde hy
alle MAGT ontfangen hebben in HEMEL & AARDE,
en geen wetten voorschrijven, of niet
gehoorzaamt worden?
Zoud een rijk,
dat verdeeld, en daar de wet veracht, ongehoorzaamt, en vertreden is,
wel konnen bestaan, of voorspoedig zijn: de Rijks-gronden des Heilands,
zijn voornaamlijk GELOOF & LIEFDE,
KENNISSE & GODVRUCHT.
Tot geloof
en kennisse waren zy door ONDERWIJS gebragt,
als zy JC aangenomen, en het doop-teken ontfangen hadden:
maar tot LIEFDE & GODVRUCHT moesten zy voortgaan,
en de leerlessen werkstellig maken.
Zulk
een onderscheid
stellen zommigen tusschen matheeteuein
, & didaskein
, discipelen maken,
& leren; dat het eerste betekent in de schole der GENADE overbrengen,
het andere de overgebragte leeringen in de heilgronden oeffenen, de verborgendheden der Godzaligheid open leggen, doen toenemen, en niet allen met melk, maar met vaste spijze voeden,
op dat de leerlingen niet altijd de eerste beginzelen leren, maar voortgaan,
de geloof-stukken bevatten, den wederstrevenden den mond stoppen,
de dwalingen vernietigen, de bedrukten troosten, de zeden
naar G ds wet schikken, en de leerlessen van den Opper-
leeraar der gerechtigheid
behartigen mogen.
Want of wel
CHRISTOS zijne Rijks-gezanten uitzend,
nochtans wil hy niet, dat zy hunne eigene herssenvonden, maar zijne geboden;
niet hunne schranderheid, maar zijne leer- en heil-gronden zullen voorstellen,
en als getrouwe uitdeelers
ieder inscherpen.
En
dus vervalt
de bedenklijkheid van zommigen,
waarom CHRISTUS alleen van den DOOP,
en niet van 't H.AVONDMAAL spreekt:
want dat bond-teken was een voornaam deel van de rijks-bevelen,
die JC hen uitdruklijk geboden had, te onderhouden
tot zijner gedachtenisse: en is daarom zo wel,
als alle de hemel-leesen & heil-geboden,
in 't woord ALLES begrepen:
want die ALLES zegt,
sluit niets
uit.
Moet men
ALLES onderhouden,
en zoud men 't H.AVONDMAAL, niet zo wel als den Doop,
en alle Rijkswetten van JC onderhouden?
Wil iemant
een kort begrip dier geboden,
die hoore den H.Apostel, als hy zegt:
VOEGT
BY UW GELOOF DEUGD,
EN BY DE DEUGD KENNISSE,
EN BY DE KENNISSE MAATIGHEID,
EN BY DE MAATIGHEID LIJDZAAMHEID,
EN BY DE LIJDZAAMHEID GODZALIGHEID,
EN BY DE GODZALIGHEID BROEDERLIJKE LIEFDE,
EN BY DE BROEDERLIJKE LIEFDE,
LIEFDE TEGEN
ALLEN!

