koningkeizeradmiraal: poepen moeten ze allemaal!!!
DE centrale figuur i/d liturgie was ooit de persoon v/d koning die, met z'n hoofd glimmend v/d olie ter ere v/d overwinning, als Baäls ver-tegenwoordiger meer dan 30 eeuwen op de troon zat. KA: hij werd net als alle andere koningen i/h nabije midden oosten, beschouwd als de onderkoning v/d god en had welomschreven taken. Destijds vestigden de mensen in 't NMO op religie nog geen echt buitensporige ho-pe: 'behoud' betekende voor hen géén 'onsterfelijkheid' ~ onsterfelijkheid was alleen aan de goden voorbehouden. Hun doel was veel be-scheidener van aard: de goden helpen om op aarde 'n redelijk georganiseerd leven in stand te kunnen houden door vijandige krachten op een afstand te houden! Oorlog vormde 'n wezenlijk onderdeel v/d plichten v/d koning: de vijanden van een stad/staat werden vaak geïdentifi-ceerd met de krachten v/d chaos, omdat zij net zo vernietigend konden zijn. Tòch werd de oorlog omwille v/d vrede gevoerd: bij z'n kro-ning beloofde 'n koning in 't NMO vaak plechtig tempels v/d goden van z'n stad/staat te zullen bouwen & ze goed te zullen onderhouden!!
Daardoor bleef de vitale band met de wereld v/d goden intact: op de koning rustte echter ook de taak om grachten voor de stad te laten graven & te zorgen dat ze te allen tijde naar behoren versterkt was. Geen stad was die naam waardig als zij haar burgers niet tegen hun vijanden kon beschermen. Aan 't begin en 't eind v/h Babylonisch GILGAMESJ~epos werden de bewoners van Oeroek aangespoord om de kracht & 't vakmanschap v/d stadsmuren te komen bewonderen: 'ONDERZOEK DE FUNDERING, BEKIJK 'T TICHELWERK! IS ZIJN TICHEL-WERK NIET VAN BAKSTEEN EN WERD DE EERSTE STEEN NIET GELEGD DOOR DE ZEVEN WIJZEN?' Koning GILGAMESJ had getracht om boven 't menselijk lot uit te stijgen: hij had z'n stad verlaten & was op zoek gegaan naar 't eeuwig leven. Zijn zoektocht was weliswaar mislukt, maar, zo vertelt de anonieme dichter ons, hij had WÈL zijn stad tegen aanvallen weten te beschermen & hij had zich in Oeroek gevestigd, de enige plaats op aarde waar hij behoorde te zijn. 'n Koning in het Nabije Midden Oosten had ook nog een andere taak: hij moest 'de wet opleggen', want deze werd wijd en zijd beschouwd als een 'goddelijke schepping', door 'de goden' aan de koning geopen-baard: je herkent het oude vaste patroon alweer van de meeste bijbelboeken & 'heilige schriften' ~ tot op de myDidag van vandaag ~ wij, "...", bij de gratie Gods, koning(in) van "...", etcetera enzovoorts undsoweiter and so on & on ... ~ & dan komen tientallen eeuwen weer tevoorschijn van veronderstellingen, aannames, pretenties, overdrijvingen & parmantige populismes 'voor 't Grote Goede Doel' ...?!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende