Kindertijd, Pubertijd, Adolescentie & Toekomsttijd


&

Hoewel
volgens de bijbelse logica
uit
de belofte van het paradijs
als vrije levensruimte
een utopie is
geworden,
wordt volgens dezelfde logica
de gedachte van een toekomstige plaats
voor deze ruimte
toch niet
opgegeven.


De meeste verwachtingen
met betrekking tot een toekomstig paradijs
zijn te vinden
in het Oude Testament.
Ze zijn dan meestal verbonden
met de stad Yerusjalayim.
De stad Yerusjalayim
wordt in de bijbel vaak geassocieerd
met waterrijkdom,
terwijl ze feitelijk juist leed
onder waterarmoede.


Volgens M.
valt dit historisch niet correcte gegeven
theologisch te verklaren,
namelijk als een bewust laten klinken
van het paradijselijke
watermotief.


In verband met de stad Yerusjalayim
valt nog een ander paradijselijk motief te noemen,
namelijk het motief van de aanwezigheid van "G*D" zelf:
in deze stad is immers de tempel geplaatst,
die traditioneel als het huis van G*D
en dus als plaats van "ZIJN" nabijheid
en aanwezigheid wordt beschouwd.
Een belangrijk voorbeeld
voor de verplaatsing van de paradijselijke belofte
naar de tempel in Yerusjalayim
vindt men in het visioen van Yechezkel in
EZ 40~46:
in dit visioen wordt tegen alle historische waarheid in
beschreven dat van het altaar in de tempel van Yerusjalayim
een genezende waterstroom uitgaat,
die naar de ongezonde wereld
toestroomt.


Behalve het watermotief
klinkt in dit visioen het boommotief op,
voorzien van paradijselijke
trekken.

Het verhaal
vertelt namelijk
dat we van deze bomen eeuwig mogen eten
en dat hun bladeren genezend
zullen werken in
EZ 47:12.


Bij Zacharya
vinden we een ander voorbeeld
voor de verplaatsing van de paradijselijke belofte naar de stad Yerusjalayim.
Ook hier klinkt het watermotief
in ZACH 14:11,
dit keer wordt het echter vergezeld
van een tot nog toe nog niet genoemd
ander paradijselijk motief,
namelijk de afwezigheid van verbanning
en verdrijving.


~


In het Nieuwe Testament
stuit men evenzeer herhaaldelijk op paradijs-motieven.
Een voorbeeld is
de hiervoor reeds genoemde concentratie
van paradijs-motieven tot een paradijschristologie
in het evangelie volgens Jan.
Ook Paul heeft weet van het paradijs.
Bij hem is het als een toekomstig oord
geplaatst in de hemel
in 2 KOR 12:1~6.
Behalve in de Yeshu-geschriften
en bij Paul stuit men in het Nieuwe Testament
ook op paradijsmotieven die in verband met de stad Yerusjalayim
worden genoemd.


Met name in de openbaring
van Johannes vindt men in verband met het
nieuwe Yerusjalayim een opeenhoping van verschillende paradijsmotieven
zoals boom en water
{APO 22:1~3}.


In het visioen van Johan
stroomt het water
anders dan in het visioen van Yechezkel
niet meer uit de tempel,
maar van de troon van G*D en
het lam van g*d
{Yeshua}.


Tevens is er sprake van twaalf bomen,
die de twaalf stammen van Israel representeren.
De bladeren van deze bomen hebben net als bij Yechezkel
een helende werking
voor alle volkeren.


De toekomst van het paradijs
wordt dus in het laasts bijbelboek allereerst verbonden
met het uitzicht op een nieuwe stad en een nieuwe tempel,
vervolgens met een wereldomvattende helende uitstraling
die uitgaat van de paradijselijke motieven
water en bomen.


~


Systematisch~theologisch
laat zich op grond van deze bijbelse gang van zaken
concluderen, dat de mensheidsgeschiedenis niet alleen maar
in het paradijs is begonnen,
maar tevens in een paradijselijke ruimte
haar toekomst heeft.


Hoewel
de eerste tuin
verloren is wordt de hoop op de toekomstigheid
van de beloofde ruimte niet losgelaten.
De toekomstige werkelijkheid van het paradijs
zal in het teken staan van de boom/de bomen van het leven,
staande in een paradijselijke
'stad'.


M. merkte al
in verband met zijn interpretatie van de verdrijving uit het eerste paradijs op dat dit gebeuren in het teken staat
van een genadig en heilzaam
handelen "G*ds".


DIT wordt
door het uitzicht op de toekomstige paradijselijke stad
nog een bevestigd:
juist omdat de mensen uit het eerste paradijs
werden verdreven en op DIE manier de boom van het leven
beschermd werd
tegen misbruik kon de levensboom zijn helende kracht
voor de hele wereld bewaren:
"Verdreven uit het paradijs bloeit ons
van daaruit toekomst en
die zal leven zijn".


~


Tussen de verdrijving uit
en het toekomstig verblijf in
een paradijselijke ruimte gaat het in onze wereld
om herinnering aan en anticipatie van
deze ruimte.


M. noemt
als concrete plaats van herinnering en anticipatie
de tuinen en parken
die in alle culturen, tijden en sociale lagen
van de mensheid een belangrijke rol
hebben gespeeld:
"[De mensheid] heeft juist het paradijs bewaard
als CONCRETE UTOPIE:
in grote tuin~ & parkcomplexen [heeft zij]
tegelijkertijd een herinnering en een voorsmaak
van de zaligheid
gecreeerd".
{UT 154}


TOCH blijven
de concrete utopische herinnering en de concrete anticipatie
van de paradijselijke ruimte
een ambivalente lading houden.
IEDERE concrete plaats van herinnering
en anticipatie heeft immers ook
zijn tegenhangers en is dus
ambivalent.


Zo kan herinnering aan
en anticipatie op het paradijs
niet plaatsvinden zonder dat er gesproken wordt
van de allesvernietigende hel,
een woord dat M. verbindt aan concrete plaatsen
zoals Santiago, Hiroshima
& Auschwitz.


De paradijselijke utopie van M.
eindigt zo gezien niet met een zelfbewust en triomfantelijk uitzicht
op een toekomstig geluk,
maar met een vertwijfelde hoop
die geworteld is in de laatste uitspraak van Yeshu aan het kruis
in LUC 23:43:
dat het toekomstige paradijs
allereerst een oord zal zijn voor hen die het slechtoffer zijn geworden
van menselijke vernietiging
en geweld.

#

verliefd
engel
06 mrt 2005 - bewerkt op 23 feb 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende