ANDERS
dan het vierde evangelie
begon hij niet in de hemel
[YOH 1:1-18],
maar nam hij zijn uitgangspunt in de geschiedenis
van het volk
Israel.
Hij
die zijn geestelijke wortels had
in de oudtestamentisch-joodse traditie,
interpreteerde de titel 'zoon van "G*D"'
NIET als een aanduiding voor een eventuele 'goddelijke natuur' van Yeshua.
"Zonen van 'g*d"
zijn mensen die door "G*D" uitverkoren en geroepen worden
om bijzondere taken te vervullen
[vgl. MATTAI 3:17].
Tegen
DIE achtergrond moet vervolgens
ook de tekst gelezen worden die in de geschiedenis van de kerk
zoveel indruk heeft gemaakt
en enorme stofwolken
heeft doen
opwaaien:
"Yosef,
zoon van David,
wees niet bang uw vrouw Miryam bij u te nemen,
want wat bij haar tot leven is gewekt,
is uit 'heilige'
GEEST!"
[MAT 1:20].
Mensen
die door "G*D"
in dienst worden genomen,
worden begiftigd met
'de geest van
"G*D"'.
Yehoshua
was dat al
vanaf het allereerste moment
van zijn
bestaan.
Op
DEZE wijze
accentueerde MATTAI
het bijzondere van Yeshua,
maar hij heeft hem NIET
vergoddelijkt!
Als
de evangelist dat WEL had gedaan,
was ELK gesprek met de synagoge
volstrekt onmogelijk
geworden.

