Zo hoog
streefden noit zeden-lessen:
& wat ook de schranderste Wijsgeeren v/d deugd mogen gezegt hebben,
Petros toond ons, dat de Christen-deugd besta
in eene t'ZAMENSCHAKELING
VAN ALLE DEUGDEN!
Zouden ook
de geboden van Christos
her-komen van de Opperste wijsheid,
& gebreklijk konnen zijn?
Met recht wil hy dan ook,
dat wy die bewaren, & als een dierbaaren schat,
van zijnen mond alleen af te hangen,
de Koninklijke wet der vrijheid te behartigen,
de blijmaare der verzoeninge aan te kleven,
zijn kruis op ons te nemen, en hem na te volgen,
en niets te SPREKEN, dan DE WOORDEN G DS,
om dus met woorden en werken te bewijzen,
dat wy regtaartige Leerlingen
van JC zijn.
Bezwaarlijk
en vol gevaars was de heir-togt,
in en door de geheele weereld, en Jood & Heiden zoud als om strijd,
zich tegen Christus & zijne hemelwetten aankanten, en al wat schrander,
geleerd, welsprekend, doldriftig, afgodisch was,
stond zich tegen de Kruis-gezanten op te werpen,
en zo veel in het vermogen der helle was,
gezanten op te werpen,
den voorspoedigen loop der Euangelij-leer te stuiten;
maar wie, & wat toch waren de Discipelen.
om die woede te stremmen,
of t'overwinnen?
Hoe zullen die onbespraakte mannen,
de gantsche wel-sprekendheid en redeneer-kracht
beschamen?
Zullen die ongeletterden de wijsheid der weereld verstommen?
Den geleerden Grieken den mond stoppen?
Den trotsen Schriftgeleerden & Farizeeen wederstand bieden,
en aller haat en doldriftigheid tarten?
Ja, en nog meer, doch niet van of uit zich zelven:
die hen geroepen heeft, zalze bekwaamen: die hen uit-zend, zalze versterken,
en hen by-zijn. Daarom zegt hy: ZIET, IK BEN MET U LIEDEN!
Als wilde hy zeggen: vreest niet voor de Jooden, schrikt niet voor de Heidenen,
ik, de grootmagtige, zal met u zijn; ik, de erf-genaam der gantscher weereld,
zal u leiden in de arfenisse der weereld.
Bedroeft u niet, dat ik heenen ga, want ik zal u niet verlaten.
ZIET, met de oogen des geloofs, ZIET,
met volzekere verwachtinge van hulp en voorspoed, ZIET,
hoe zwaarmoedig gy nu zijn moogt, hoe bezwaarlijk uw Kruisgezantschap schijnen mag.
ZIET, IK, die ALLE MAGT in hemel en op aarde ontfangen heb,
die den sterkgewapenden zijn vank ontnomen heb, ZIET,
IK ben met u!
Zo spreekt hy hen eenen moet in 't lijf,
en wapent ze tegen alle rampen en wederwaardigheden, dieze hadden door te worstelen.
En wat zoudenze vrezen, als G d met, en voor hen was?
Daar toe was hy OP-GESTAAN, om zijn heilrijk op te regten,
en zoud een mensch hem beletten?
De VYAND niet verstroit worden?
Op wien konden ze beter vertrouwen, dan op hem,
die nu DOOD, en DUIVEL, en HELLE
overwonnen had?
Die ALLE MAGT ontfangen had?
Die zich den Zoone G ds bewezen had?
Die de eerste en laatste is?
Die G d is, gezegend in der eeuwigheid?
IK, zegt Christos, BEN MET U LIEDEN!
Niet, IK ZAL met u zijn, om zijn ONAFGEBROKENE tegenwoordigheid,
en hulpvaardigheid uit te drukken, & alle vrees te weeren.
En wat zoude het met de Kerke zijn, indien hy haar eenig ogenblik verliet.
In zo volzekere vertrouwdheid roepen de Gelovigen uit: G D IS IN 'T MIDDEN VAN HAAR,
van TSION, de stad des grooten Konings, ZY ZAL NIET WANKELEN, G D ZAL ZE HELPEN
IN 'T AANBREKEN DES MORGEN-STONDS!
Maar gelijk het rijksbestier van Koning YEHOSJOEA geestlijk is, zal, ongetwijfeld,
zijne tegenwoordigheid ook geestlijk zijn: want naar den licchaame zegt hy,
IK ZAL NIET ALTIJD BY U ZIJN,
IK VERLATE DE WEERELD,
IK GA HEENEN
...
Waar
dit alles
in feite op
neerkomt?
Dat
'de natuur'
gezien kan worden
als opgespleten in 1001
fragmenten van planten, dieren, mensen,
en dat wij ten diepste de zin van ons leven kunnen ervaren
in het samenvoegen van die ooit versplinterde eenheid:
daartoe bedienen we ons van symboliek, mimiek,
gebarentaal, woorden, begrippen & constructies.
Die werkzaamheid noemen we 'g d', 'geest' &
't 'hemels g dsrijk'
op aarde, diep
binnenin ons
...
