ka46b de upanishadische wijzen behoorden tot de
EERSTEN
DIE HET VOLGENDE
UNIVERSELE RELIGIEUZE PRINCIPE FORMULEERDEN,
EEN PRINCIPE DAT AL IN DE PERUSHA-MYTHE AANGESTIPT WAS:
de religieuze waarheden zijn alleen toegankelijk als jij bereid bent om de zelfzuchtigheid, hebzucht & preoccupaties
terzijde te leggen die meestal wèl onvermijdelijk in al ons handelen & ons gedrag ingebakken zitten, maar die voor ons
vaak ook de bron zijn van zoveel pijn?! De Grieken noemden dit proces KENOSIS, 'leeg worden'. Zodra je de zenuwachtige neiging opgaf om jezelf op de voorgrond te blijven plaatsen, anderen willekeurig onnodig te kleineren, de aandacht te vestigen op jouw unieke & uitzonderlijke kwaliteiten en je pogingen om de hoogste o.i.d. in de pikorde te worden,
ervoer je een immens gevoel van vrede.
De eerste Upanishaden werden meest geschreven in een tijd dat de Indo~Iraanse gemeenschappen de vroege stadia van urbanisatie doormaakten, want hun logos stelde hen in staat om hun omgeving (beter) te beheersen. De wijzen herinnerden hen er zo ook echter aan dat er wel degelijk een aantal dingen waren - ouderdom, ziekte & dood - die ze niet controleren konden, en dingen - zoals hun essentiële zelf - die nog steeds buiten hun intellectuele bevattingsvermogen lagen! Wanneer mensen als gevolg van zorgvuldig ontwikkelde spirituele oefeningen leerden om dit niet-weten niet alleen maar te aanvaarden, maar ook te omhelzen, dan merkten ze dat ze een gevoel van bevrijding ervoeren!
Deze wijzen onderzochten de complexiteiten van de menselijke psyche
op een uiterst intelligente manier - al lang vóór Freud hadden zíj 't onderbewustzijn reeds ontdekt.
Maar het atman, de diepste kern van hun persoonlijkheid, ontging hun juist?! JUIST ÒMDÀT hij identiek was
aan het brahman, was hij/zij/het 'ondefinieerbaar'. Het atman had met onze normale psychomentale staat niets te maken
& leek in niets op wat dan ook in onze gewone ervaring, dus over het atman kon alleen in negatieve termen gesproken worden.
Zoals al de 7e eeuwse wijze Yajnavalkya uitlegde:
'OVER HET ZELF
(atman)
KAN MEN ALLEEN ZEGGEN
"niet [...] niet"
(NETI [...] NETI"!
JE KAN
DE ZIENER
DIE ZIET NIET ZIEN.
JE KUNT DE HOORDER
DIE HOORT NIET HOREN.
JE DENKT NIET MET DE DENKENDE
DENKER: DIT ZELF IN HET AL
(brahman) ÌS
DAT ATMAN
VAN JE!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende