ka43c Het is moeilijk om 't scheppingsverhaal in G


ENESIS
te begrijpen
zonder te refereren
aan het Mesopotamische Scheppingslied ENUMA ELISH,
dat genoemd is naar de openingswoorden! Het gedicht begint
met een beschrijving van de evolutie van de goden vanaf hun ontstaan
uit heilig oermateriaal en hun daaropvolgende schepping van hemel en aarde,
maar er is ook een meditatie op Mesopotamië zèlf.

Het ruwe materiaal van het universum,
waaruit de goden ontstaan, is een modderige, ondefinieerbare substantie ~
net als de ziltige bodem in dat gebied. De eerste goden ~ Tiamat, de Oerzee, Apsoe, de Afgrond
en Moemmoe, de Schoot van chaos ~ waren onlosma-kelijk verbonden met de elementen
en deelden de inertie v/d oorspronkelijke barbarij & de vormloosheid v/d chaos:

"TOEN ZOET & BITTER ZICH MENGDEN, WERD GEEN RIET GEVLOCHTEN, WAREN ER GEEN VLOEDEN DIE HET WATER BEMODDERDEN, WAREN DE GODEN ZONDER NAAM, ZONDER AARD,
ZONDER TOEKOMST!"

Maar nieuwe goden ontstonden,
ieder duidelijker omschreven dan de vorige,
met tenslotte de schitterende Mardoek, de Zonnegod en de meest ontwikkelde van het goddelijk geslacht!

Maar Mardoek kon de kosmos niet scheppen voordat hij de trage bewusteloosheid van Tiamat verslagen had in een geweldige strijd? Eindelijk stond hij boven Tiamats enorme karkas, spleet het in tweeën en schiep zó de hemelen en de aarde,
en maakte de eerste mens door het bloed van één van de verslagen goden te mengen met 'n handvol stof:
na deze triomf konden de goden de stad Babylon bouwen & de rite vestigen
'waardoor het universum structuur kreeg,
de verborgen wereld zichtbaar werd
en aan de goden hun plaats
gegeven werd!'


22 jul 2013 - bewerkt op 26 jul 2013 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende