voorstelling van g d, die een platonist hopeloos antropomorf kon toeschijnen.
MIJ BEGRIJPEN IS IETS WAT DE MENSELIJKE AARD, JA ZELFS DE HEMEL EN HET UNIVERSUM, VER TE BOVEN GAAT, zo liet hij g d tegen Mosjeh zeggen. Van Filo is het uiterst waardevolle onderscheid afkomstig tussen God's OUSIA, 'z'n/d'r wezen', dat volkomen onbegrijpelijk is voor de mens, en z'n/d'r handelingen (ENERGEIAI) & 'vermogens' (DUNAMEIS), die wij wel degelijk in de wereld kunnen waarnemen?
In de bijbeltekst stond niets te lezen over g ds OUSIA.
We lezen alleen over z'n/d'r 'vermogens', waaronder het woord of de LOGOS van g d, 't rationele ontwerp dat ten grondslag ligt aan 't (veronderstelde) universum.
Net als Ben Sira geloofde ook Filo dat wanneer we in de schepping & de Thora 'n glimpje van die logos opvingen, we al 't bereik van de logische rede overstegen tot 't extatisch besef dat g d 'hoger was dan 'n manier van denken, kostbaarder dan wat ook dat slechts gedachte is'.
't Is absurd, stelde Filo, om het eerste hoofdstuk van Genesis letterlijk op te vatten & te denken dat de wereld in zes dagen was geschapen.
Het getal '6' was 'n symbool voor volmaaktheid.
Hij merkte op dat er twee heel verschillende scheppingsverhalen in Genesis stonden & kwam tot de slotsom dat P's verhaal in hoofdstuk 1 de schepping v/d logos beschreef, 't 'meesterontwerp' voor het universum dat g ds 'eerstgeborene' was, & dat Y's aardser vertelling in hoofdstuk 2
symboliseerde hoe het stoffelijk universum geschapen werd door de DEMIOURGOS, de goddelijke 'ambachtsman' uit Plato's TIMAIOS,
die het ruwe materiaal v/h universum tot 'n geordende kosmos had gevormd:
Filo's exegese/uitleg was niet alleen een ingenieuze manipulatie van namen en getallen,
maar ook een spirituele aangelegenheid.
Net als andere platonisten ervoer hij kennis als herinnering, als iets wat hem diep in z'n wezen 'al bekend was'?
Wanneer hij onder de letterlijke betekenis van 'n bijbelverhaal groef en de diepere filosofische grondslag ervan blootlegde, dan ervoer hij een schok van (h)erkenning.
Plotsklaps smolt het Verhaal samen met 'n waarheid die deel uitmaakte van hemzelf.
Soms ploeterde hij wanhopig met z'n boeken & leek hij geen vooruitgang te kunnen boeken, maar dan, bijna zonder waarschuwing, raakte hij in vervoering, als 'n priester in een v/d extatische mysteriediensten:
IK [...] BEN PLOTSELING VÒL(LER) GEWORDEN, DE IDEEËN DWARRELDEN NEER ALS SNEEUW, ZODAT IK ONDER INVLOED VAN EEN GODDELIJKE BEZETENHEID VERVULD WERD MET EEN WILDE UITZINNIGHEID EN ONKUNDIG WERD VAN ALLES:
plaats, mensen, verleden, heden, mijzelf, wat er gezegd & geschreven was.
Want ik kreeg zeggingskracht, ideeën & plezier in 't leven, 'n scherp inzicht, 'n uitzonderlijke helderheid van dingen zoals je die soms met je ogen waarneemt wanneer dingen uiterst helder zijn opgesteld!