Om de pijn van een ander te omarmen geeft een EKSTASIS, omdat we op zo'n moment ons egoïstische zèlf achter ons laten: dit werd ook allang geleden prachtig geïllustreerd door de volgende drie bijbelse mythen, die alledrie gaan over zo'n moment van inzicht (& uitzicht)! Vergeet niet dat 'n mythe 'n program voor actie is: je zult de waarheid ervan pas goed beseffen als je die in jouw eigen leven in de praktijk brengt. Eerst kijken we naar 't oeroude verhaal van Avra(ha)m/Abraham/Ibrahim. Joden van later tijden zouden met klem ontkennen dat 't mogelijk was om "G d" te zien, maar de anonieme bijbelse auteur vertelt 't volgende:
DE HEER VERSCHEEN OPNIEUW AAN AVRAHAM, BIJ DE EIKEN VAN MAMRE. OP HET HEETST VAN DE DAG ZAT AVRAHAM IN DE INGANG VAN ZIJN TENT. TOEN HIJ OPKEEK, ZAG HIJ EVEN VERDEROP PLOTSELING DRIE MANNEN STAAN. ONMIDDELLIJK SNELDE HIJ DE TENT UIT, NAAR HEN TOE. HIJ BOOG DIEP EN ZEI:
'Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen, maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen?'
Zij antwoordden:
'Wij nemen uw uitnodiging graag aan.'
Avraham haastte zich naar de tent, naar Sara:
'Vlug,'
zei hij,
'drie schepel fijn meel! Maak deeg en bak brood.'
DAARNA SNELDE HIJ NAAR DE KUDDE, ZOCHT EEN MOOI KALF UIT DAT ER MALS UITZAG, EN GAF DAT AAN EEN KNECHT, DIE HET ONMIDDELLIJK KLAARMAAKTE. HIJ HAALDE BOTER EN MELK, NAM HET GEBRADEN KALF EN ZETTE ALLES AAN ZIJN GASTEN
VOOR. TERWIJL ZIJ ATEN, BLEEF HIJ BIJ HEN STAAN ONDER DE BOOM!
In de Oude Wereld vormden vreemdelingen een gevaar. Doordat ze geen last hadden van de lokale Bloedwraak, konden zij ongestraft moorden & plunderen. Zelfs tegenwoordig zijn maar weinigen nog bereid om drie volslagen vreemdelingen van straat in huis te halen? Maar Avraham os niet terughoudend. Hij rent naar buiten om de reizigers te begroeten, werpt zich voor hen ter aarde alsof 't goden of koningen waren, haalt hen binnen in zijn kamp & geeft hen 't beste wat hij heeft. Deze praktische daad van compassie leidt tot een goddelijke ontmoeting. Er is geen helder omschreven moment van openbaring. G d maakt zich niet plotseling bekend. Het komt zonder verdere omhaal uit het relaas naar voren dat G d op de ene of andere manier bij deze ontmoeting aanwezig is & op mysterieuze wijze deelneemt aan het zich ontvouwende gevsprek. Hij lijkt te spreken vie de drie vreemdelingen. Ze vragen Avraham waar zijn vrouw Sara is, en één van hen belooft:
'Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben!'
Sara luistert bij de ingang van de tent mee en lacht om deze absurde voorspelling, omdat ze al een oude vrouw is. Opeens dringt het besef door dat de vreemdeling echt G d is!
TOEN VROEG DE HEER AAN AVRAHAM: 'Waarom lacht Sara, waarom vraagt ze zich af of ze op haar leeftijd nog wel 'n kind ter wereld kan brengen? Is er ook maar iets voor de HEER onmogelijk? Op de vastgestelde tijd, over precies een jaar, kom ik bij je terug & dan heeft Sara een zoon!'
Bij het afscheid gingen twee van de vreemdelingen al weg, 'TERWIJL AVRAHAM BIJ DE HEER BLEEF STAAN'. Inplaats van te denken dat hij niets met de moeilijkheden van deze langstrekkende reizigers te maken heeft, maakt Avraham in zijn leven 'ruimte voor DE ANDER'.
HIJ HEEFT DE BARRIÈRES GESLECHT DIE WE UIT VOORZORG OPWERPEN OM ONS TE BESCHERMEN EN IS EEN HEILIGE DIMENSIE VAN ERVARING BINNENGETREDEN.
In 't Hebreeuws is
KADOSJ
't woord voor 'heiligheid' ~ letterlijk betekent 't 'afzonderlijk/anders';
deze mythe geeft te kennen dat we, als we de vreemdeling niet buitensluiten maar verwelkomen
en onze inactiviteit, terughoudendheid, angst of aanvankelijke afkeer overwinnen,
in contact zullen komen met het transcendente
ANDERE dat sommigen
ook wel 'g d' noemen - 't 'onbekende
onzichtbare deeltje' als
het ware
~~~
