Voor mijn gevoel
zegt "Natsri" meer over "Nazir/nezirim/nezer/nizro" als "nazireeer/gewijde/gekroonde"
dan over 'n inwoner van Natseret,
& is Yehoedah meer 'n aangever voor 30 sjekel
om G d te vragen in te grijpen met hemelse engelenscharen.
Die geboorte in Beth Lechem rond 4 voor '0' is pure inlegkunde van
minstens 60 [of 120] na die gebeurtenissen,
net als de ontmoeting rond 26 {?} met Yochanan de Doper:
al die reeksen wonderen & uitspraken tussen 27 & 30
{?} duiden daarop tussen
Hermon & Tsion,
Harpmeer &
Zoutzee
~
Het maakt in feite
eigenlijk ook niet zo bar veel uit
welke versie men zegt te geloven of te belijden,
als 't maar ergens toe dient dat niet nog meer schade toebrengt aan wie dan ook!
Inhoud is belangrijker dan 'n mooie verpakking, schitterende versiering, boeiende illustratie of kunstmatige bewijsvoeringen van alle bovennatuurlijke overleggingen?
Mat Gargon
zegt er 300 jaar geleden
't zijne van als hij 't heeft over al die gebeurtenissen van 1670 daarvoor
op zijn eigen traditionele komisch boeiende wijze!
Maar neemt
"Nazarenus" niet voor 'n eigen naam
& alleen voor den nederigen & ongeachten staat van den Masjiach
& alle Profeeten zullen dien
eenstemmig voorspellen.
Mat 2:23
~ wayavo wayisjev be'ir asjer sjemah netsaret lemalot hadavar hane-
emar al-pi hanevi'im ki natsri yikre lo ~ :
ZO
wierden in den aanvang der Christenheid,
de gelovigen Nazareners, Galileers spotsgewijze geheten, tot in 't begin van Keizer Klaudius,
wanneer te Antiochien de naam van Christenen doorbrak, en wijd en zijd vermaard wierd.
Maar tot bewijs, dat Yehosjoea dien hoon zo ligtlijk verzwelgen, als den dood gewilliglijk ondergaan konde, beantwoord hy geen smaad met smaad, maar bied zich kloekmoedig aan, & zegt:
ani hoe
,
ik ben 't:
zoekt geenen anderen, ik ben de man.
Maar zo krachtig, zo verbazend is dat woord, dat ze achterwaards treden,
& ter aarde nederstorten.
Zulk 'n donderslag
was dat woord in 't oor der Godlooze vyanden,
zo ligtlijk had Yesjoea hunne handen kunnen ontgaan.
Edoch hy doet hier zijn alvermogen niet blijken,
om zich te verdedigen, of te verlossen, maar om 't vloekgespan te doen zien,
dat geen mensch iets tegen hem vermag, dan zo veel hy toelaten wil!
Onderwijl herstelt zich de schaare, die nedergevallen,
maar de moet nog niet ontvallen was & treed weder toe, om Yesjoe te vangen,
die haar met een woord ter aarde nedergeslagen had.
Onbegrijplijke blindheid & hardnekkigheid te naderen voor wien men niet bestaan
& met 'n woord overhoop geworpen, niet als met schrik verschijnen kan.
Zy treden echter toe, & horen dezelve vraage,
wien zoekt gy?
Als of hy zeide:
dwaaze menschen,
ziet gy niet, wien gy zoekt, en vangen wilt?
Wat deinst gy achterwaards? Wat stort gy neder?
Heb ik u met een woord doen nedervallen, en zoud ik u het opstaan niet beletten konnen?
Waar is uw' ingebeelde kracht? Waar uw onbesuisde geweld,
dat gy my niet vangt, & boeit, & wegleid?
Wien zoekt gy?
Zy, even ongevoelig,
& halstarrig antwoorden, als vooren:
Yehosjoea haNatsri.
Ongelukkigen!
indien gy Yesjoea kende,
gy zoud in hem de zaligheid zoeken & vinden.
Na hem wenschtten de Gelovigen van alle tijden;
op hem wachtten, en stierven zy: en gy zoekt hem te doden, om dat gy der Heere der heerlijkheid,
& rotssteen der zaligheid, niet kent. Ik heb u gezegt, dat ik het ben, antwoord hy manmoedig,
indien gy dan my zoekt, zo laat deezen, wijzenden zijne bekommerde Discipelen aan,
heenen, & vrij & onverhinderd weg gaan.
Zo bezorgd is de Gezalfde voor de zijnen,
daar hy zijn eigen leven niet bezorgt. Zo trouwhartig bewaart hy zijn Apostelen,
om zijne Kerk te bewaren, die nu in d'Apostelen gevaar liep.
Maar wat zeg ik, gevaar liep?
Wie kan de Kerk beledigen, of vernielen, als Mosjiach, haar Hoofd,
met een eenig woord de doldriftigste vyanden beteugelt, en nederveld.
Hy verzoekt dan hier niet, maar beveelt: hy smeekt niet,
maar gebied met opperrecht en magt.
En wat reden zal men anders geven,
dat de Discipelen niet te gelijk met Yesjoe gevangen zijn?
Ook was dit van den Heiland voorspelt, & moet daarom ook bewaarheid worden.
Uit de geenen die gy my gegeven hebt heb ik niemant verloren zeide Mosjiach tot zijnen Vader:
en was eeuwen lang te vooren door David voorzegt, als hy den lijdenden Masjiach,
deeze vloekbedreiging tegen Judas doet uiten: dat zijne dagen weinig zijn,
en een ander neme zijn Opzienders ampt.
't Is
allemaal pure inlegkunde,
verklaringsdrang, de verpakking
& illustratie
...
Ook Flavius Josefus
& allerlei andere tijdgenoten doen hetzelfde:
ze gebruiken & hanteren alle middelen die hun ter beschikking staan
om nu duidelijk te maken wat ze eigenlijk ten diepste bedoelen te zeggen
over de kern van hun zaak?
Allen op hun eigen wijze!
Yochanan bakt er het volgende van
in YOH 16:29 e.v.
wayomroe elaw talmidaw Toen zeiden de leerlingen:
"Ja, nu spreek je rechtstreeks en niet in beelden.
Nu begrijpen we dat jij alles weet en dat niemand jou iets hoeft te vragen,
nu geloven we dat jij van G d bent gekomen!"
Yehosjoea vroeg:
"NU
geloven jullie?
Er komt een tijd,
& die tijd is er al, dat jullie uiteengedreven worden,
dat ieder zijn eigen weg gaat & mij alleen achterlaat. Maar ik ben niet alleen,
want de Vader is bij mij. Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij.
Jullie zullen 't zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed:
ik heb de wereld overwonnen!" Zo sprak hij.
Daarna sloeg Yesjoea z'n ogen op naar de hemel & zei:
'Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van jouw Zoon,
dan zal de Zoon jouw grootheid tonen. Hij heeft van jou macht over alle mensen ontvangen,
de macht om iedereen die jij hem gegeven hebt 't eeuwige leven te schenken.
't Eeuwige leven, dat is dat zij jou kennen, de enige ware g d,
& hem die jij gezonden hebt,
Yesjoea de Gezalfde.
Ik heb op aarde jouw grootheid getoond
door 't werk te volbrengen dat jij mij opgedragen hebt.
Vader, verhef mij nu tot jouw majesteit, tot de grootheid die ik bij jou had
voordat de wereld bestond. Ik heb aan de mensen die jij mij uit de wereld gegeven hebt
jouw naam bekendgemaakt. Zij waren van jou, maar jij hebt hen aan mij gegeven.
Ze hebben jouw woord bewaard, & nu begrijpen ze dat alles
wat jij mij hebt gegeven, van jou komt.
Ik heb de woorden die ik van jou ontvangen heb
aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard & nu weten ze echt
dat ik van jou gekomen ben, en ze geloven
dat jij mij gezonden hebt!
Ik bid voor hen.
Ik bid niet voor de wereld,
maar voor de mensen die jij mij gegeven hebt, omdat zij van jou zijn
~ alles wat van mij is, is van jou, en alles wat van jou is, is van mij ~
en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is!
Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar jou toe,
maar zij blijven wel in de wereld! Heilige Vader,
bewaar hen door jouw naam,
de naam die jij ook aan mij gegeven hebt, zodat zij
EEN
zijn zoals wij
EEN
zijn. Zolang ik bij hen was
heb ik hen door jouw naam, die jij mij gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt:
geen van hen is verloren gegaan behalve die verloren moest gaan,
opdat de Schrift in vervulling ging. Nu kom ik naar jou toe,
en ik zeg dit terwijl ik nog in de wereld ben,
opdat zij vervuld worden van mijn vreugde.
Ik heb hun jouw woord gegeven.
De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook ik niet bij de wereld hoor.
Ik vraag niet of jij hen uit de wereld wilt wegnemen,
maar of jij hen wilt beschermen tegen de duivel!
Ze horen niet bij de wereld, zoals ik niet bij de wereld hoor!
Heilig hen dan door de waarheid.
Jouw woord is de waarheid.
Ik zend hen naar de wereld,
zoals jij mij naar de wereld hebt gezonden.
Ik heb mij geheiligd omwille van hen,
zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd worden.
Ik bid niet alleen maar voor hen,
maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen alleen
EEN
zijn, Vader. Zoals jij in mij bent en ik in jou,
laat hen ook zo in ons zijn, opdat de wereld gelooft
dat jij mij hebt gezonden! Ik heb hen laten delen in de grootheid die jij mij gegeven hebt,
opdat zij
EEN
zijn zoals wij: ik in hen & jij in mij. Dan zullen zij volkomen
EEN
zijn en zal de wereld begrijpen dat jij mij gezonden hebt
en dat ik hen liefhad zoals jij
mij liefhad. Vader,
jij hebt hen
aan mij geschonken,
laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien
die jij mij gegeven hebt omdat jij mij al liefhad
voordat de wereld
gegrondvest
werd!
Rechtvaardige
Vader, de wereld kent jou niet,
maar ik ken jou, en zij weten dat jij mij hebt gezonden.
Ik heb hun jouw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen,
zodat de liefde waarmee jij
mij liefhad in hen
zal zijn en
ik in
hen,'
