jeugdsentiment: transparante begoochelingen ......


DE
WIJDE
MYDIWINDE
DIE JOU MIST
EN ZAAIT
IN
EEUWIGHEDEN
...


er is
ontloken
aan de ruige heg van mijn weerbarstigheid
de bleke winde van mijn smart naar JOU: groot open wit en wijd
zij kromt in heimwee nu haar broze steel en kantelt waar JIJ gaat
zij beurt hier naar jouw ZON haar smalle kelk en zoekt jouw zacht gelaat ...
verberg JIJ g d voor haar jouw glimlach niet waar zij zich tot jou rekt
dan zal straks heel de heg te bloeien staan
van winden
overdekt

...

ik
vind daarom
in ieders ogen het eigen gemis
de hunker om met EEN gemeen te zijn: de schuwe angst om heel alleen te zijn
ik weet in 't sterkste hart die heimelijke hang en de ontsteltenis om grote eenzaamheid
die aan het leven spoelt zo zeeenwijd ...
maar trots wij torsen 't zelfde donkere gemis en wenden naar dezelfde droom 't gelaat
en schreien wenen naar eenzelfde dageraad
wij mommen onze armoe zorgelijk en gaan de weg niet naar elk anders eenzaam hart
wij dragen elk alleen
dezelfde
smart
...


gezegend
zijn die zaaiden
en langs open voren met wijd en mild gebaren tot de avond traden
die droegen zonder murmureren of vervloeking: de last van deze zware dag op beide schouders
gezegend zij die in gehoorzaamheid genegen innig toegewijd met nederige voeten
de gang volbrachten langs Gods omgeploegde akker ...
het goed zaad uitwerpend in de zwarte aarde
gezegend zij die nog gebroken door veel dragen
en zonder hoop op loon van weelderige oogsten terwijl de avond laag boven de akkers vlerkt
gestadig werkten met de glimlach
van extase
...

het is
een grote troost te weten
een nest om na de tocht gedoken in de moede vlerken ooggeloken
de droom van 't zwerven even te vergeten: het is een grote troost weer om te keren na de dool
na verste vluchten als de avond duistert aan de luchten naar 't eigen nest waar niets kan deren
het is een troost een wijk te weten zo dikwijls langs de horizonnen ons kerend heimwee is verwonnen:
in iemands hart een woon
te weten
...


dit is
de begenadiging
van 't goede leven:
het weten dat er in een hart een veilge veste en een nest is voor deez' droom
dit doet ons haveloze bedelaars zacht treden als koningen met hoog en vorstelijk gebaren:
als was de wereld ons ...
dit doet ons tevens verdeemoedigd pijnen dulden
dit leert te luist'ren naar de tranen van de bondgenoot als was zijn smart de onze
dit is de zegening die maakt de uitverkoorne tot een trotse held
en tevens tot verdroomd en teeder-
verwonderd kind
op aarde
...

hoe
slaan wij niet
over de donk're diepte
van trots en eenzaamheid en van verachten
d' uit godgeboren brug van verzoening en liefde:
zullen eenmaal van d' ene donk're veste tot de and're
een heilge morgen bruggen zijn geslagen waarover mensen ieder ander gaan ontmoeten?
zal eenmaal zijn de sprong van al die zuivre bogen tussen jouw eenzaamheid en mijn'
met rotsvast daaronder stoere pilasters als gods handen
hoe bouwen meer dimensionale mensen sterk eendrachtig onder 't oog van 's hemels architect
die lang de plannen had ontworpen:
dat werk wacht slechts nog op
onz' eigen
handen
...

hij was
ten laatst
de onontkoombre
dood heel dicht nabij
en bad niet meer
hartstochtelijk verdwaasd om medelij:
op 't bed lag - een symbool van overgave - zijn open hand
de angsten ebden en zijn ziel werd leeg als een wit strand ...
een naam trok nog een lichtend spoor als een gevallen sterre
die hem het dierbaarst waren werden vreemd en verre:
hun ijle stemmen scheerden langs zijn oren vaag en licht
als waaiers gingen zijn gedachten open en weer dicht
al wat hij in zijn leven onuitspreeklijk had bemind
verdwarrelde als broze blaadren in de rulle wind
de stilte overstolpte hem: zijn ogen werden groot
en zagen kinderlijk verwonderd in
de donkre
dood
...

en na
de laatste greep
der wankle handen 't
laatst verweer en 't laatst krampachtig pogen
om zich aan 't leven vast te grijpen ligt hij ruggelings gestort:
de ogen toegedekt door transparante schelpen in het weerspannig lijf verstramd ~
gebroken 't wild verzet der sidderende leden ...
maar een teer wonder is ontloken
aan het masker van 't gelaat:
een zachte glimlach
van verwondering:
berouwen
en benijden angst en
onwil de verstilde strijder
nu hij in godes paradijs
mag schouwen?

engel
29 aug 2006 - bewerkt op 07 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende