Met
myditeksten kun
je dus [bijna] alle kanten op
die je maar wilt?
Wat dat betreft
zijn 't haast net mensen
[planten & dieren]!
Men neme
'n zaadje en/of 'n eitje,
klutse 't zaakje flink door elkaar
en voordat je 't weet ontstaat er weer iets nieuws onder de zon
van 'n plantaardige, 'n dier- &/of menslijke oorsprong
in en op akkers des levens vol groen, grijs, wit,
paars, oranje, rood, geel, blauw
& zovoorts?!
Uit de targoem
van Yesjayahoe vermelden we nog
'n paar voorbeelden van totale ombuiging der tekst.
In YESJ 19:25 werden Egypte & Assyria gezegend, maar de targum maakte ervan:
'Gezegend zij mijn volk dat IK heb opgevoerd uit Egypte; omdat ze VOOR MIJ gezondigd hadden voerde IK hen in ballingschap naar Assyria, maar nu zij zich bekeerd hebben worden zij genoemd,
mijn volk, mijn erfdeel, Israel!'
ASJER BEERACHO YAHWEH TSEVAOT LE'EMOR BAROECH AMIE MIETSRAYIEM OEMA'ASEH YADAI ASJOER WENACHALATIE YIESRAEEL!
Want de eeuwige heer der machten & krachten zal hen zegenen met de woorden:
'GEZEGEND IS EGYPTE, MIJN VOLK, EN ASSYRIA, WERK VAN MIJN HANDEN,
EN YIESRAEEL, MIJN BEZIT!'
Dat is kenmerkend
voor AL die teksten tussen 't
"allereerste begin" [de onderscheiding]
& 't "allerlaatste einde" [de vervolmaking]:
elke tekst heeft wel 70 meningen, interpretaties,
vertalingen, bedoelingen & eventuale betekenissen
in zich "verborgen" al naar- gelang we
iets willen verduidelijken
en/of verheimelijken?!
YESJ 57:9 zegt:
'Je kwam met olie tot de MOLOCH, je bereidde overvloed van zalven;
je zond je boden uit tot in de verte, ja je vernederde je tot in 't dodenrijk',
m.a.w.:
'Dit hebben jullie er allemaal voor overgehad om de dienst van al die andere goden te zoeken!'
De targum luidde hier:
"TOEN JE DE WET VOLBRACHT WAS JE VOORSPOEDIG IN JE KONINKRIJK,
EN TOEN JE [GOEDE] WERKEN VERMENIGVULDIGDE WAREN JOUW LEGERS TALRIJK;
EN JE ZOND JE GEZANTEN VER WEG EN VERNEDERDE DE MACHTIGEN DER VOLKEREN TOT 'T DODENRIJK!"
WATASJOERIE LAMELECH BASJEMEN WATARBIE RIEKOECHAYIECH WATE-SJALCHIE TSIERAYIECH AD-MEERACHOK WATASJPIELIE AD-SJEOL!
Dat hele stuk is wel de moeite
waard om op te schrijven van vers 1 t/m 21
omdat 't als 't ware bij wijze van spreken & hervertellen in een notedop
ook 't hele 'euangelium' al samenvat &
Yehosjoea's leven &
sterven weerspiegelt
[& 't onze!]
...
De rechtvaardige
gaat te gronde en niemand bekommert zich erom;
ook trouwe mensen sterven, maar er is niemand die inziet dat de rechtvaardige sterft
doordat er onrecht heerst.
Toch -
wie de rechte weg bewandelt zal rust hebben op zijn sterfbed en de vrede binnengaan ...
Maar jullie,
kom dichterbij, kinderen van een waarzegster, nageslacht uit ontucht & overspel!
Over wie maken jullie je zo vrolijk? Tegen wie zetten jullie zo'n grote mond op, naar wie steek je
je tong uit? Zijn jullie zelf geen kinderen uit zonde, nageslacht van leugen & bedrog?
Jullie hartstocht brandt onder terebinten,
onder elke bladerrijke boom!
Jullie
slachten kinderen
in de wadi's [droge rivierbeddingen],
onder overhangende rotsen!
Tussen
de gladde stenen in de rivier komen jullie zelf te liggen, dat is je bestemming!
Daar heb je immers
wijnoffers gebracht & graanoffers opgedragen!
Zou ik om zulke mensen treuren?
JE PLAATSTE JE BED
OP EEN HOOGVERHEVEN BERG,
JE GING DE BERG OP OM EEN OFFER TE BRENGEN.
Achter je deur en je deurpost heb je je schandelijke tekens geplaatst!
Je hebt je van mij afgekeerd: naakt & wellustig spreidde je het bed, je sprak een prijs af met je mannen, je sliep maar al te graag met hen & je bekeek hun lid aandachtig!
{9}
JE BOOG JE OVER JE MINNAARS
MET OLIE & BALSEM IN OVERVLOED!
JE STUURDE JE BODEN NAAR VERRE OORDEN,
ZELFS TOT DIEP IN 'T DODENRIJK!
Het vele reizen matte je af, maar nooit zei je:
'IK GEEF HET OP!'
Je lusten werden bevredigd, dat hield je op de been. Voor wie ben je eigenlijk zo bang en beducht
dat je leugens blijft verspreiden? Aan mij heb je niet gedacht, om mij je niet bekommerd!
Ik heb al te lang gezwegen, jij hebt geen ontzag meer voor mij!
Ik zal je vertellen wat dat fraaie gedrag van jou waard is!
Jouw godenverzameling zal je niet baten; ook al schreew je het uit, ze zullen je niet redden:
de wind tilt ze op, 'n zuchtje wind voert ze al weg!
Maar ieder die bij mij schuilt zal 't land in bezit nemen & mijn heilige berg in eigendom krijgen ...
Toen werd er gezegd:
"RUIM BAAN! EFFEN DE WEG VOOR MIJN VOLK! VERWIJDER ELK STRUIKELBLOK!"
DIT ZEGT HIJ DIE HOOG IS EN VERHEVEN, DIE TROONT IN EEUWIGHEID ~
HEILIG IS ZIJN NAAM: IN HOOGHEID EN HEILIGHEID ZAL IK TRONEN MET HEN DIE VERSLAGEN
EN ONAANZIENLIJK ZIJN, OPDAT DE ONAANZIENLIJKE GEEST HERLEEFT,
OPDAT 'T VERSLAGEN HART
TOT LEVEN KOMT!
Want niet eindeloos blijf ik twisten,
niet eeuwig duurt mijn toorn! Al doe ik de levensadem stokken,
ik ben 't ook die leven geeft! Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht,
ik heb hen gestraft en me in mijn woede verborgen.
Maar zij gingen onverdroten voort op de weg die ze zelf hadden gekozen.
Ik heb gezien wat ze deden,
maar toch zal ik hen genezen, hen leiden & hun barmhartigheid bewijzen.
Treurenden biedt ik troostrijke woorden:
VREDE, VREDE VOOR IEDEREEN,
VER WEG OF DICHTBIJ
~ ZEGT DE EEUWIGE ~,
IK ZAL
GENEZING
{VERLOSSING:
REDDING}
BRENGEN
['YEHO
SJOEA']!
Maar
de goddelozen
blijven onrustig als
de zee, die nooit rust kent;
haar golven woelen immers
alleen maar vuil en modder op?
Goddelozen zullen geen
vrede kennen ~
zegt mijn
G d!


