DE
wetenschap moet,
voor de consistentie van het onderzoek,
het bestaan zien als een tijdloos object,
terwijl we in ons dagelijks leven de tijd niet even stil kunnen zetten.
Het niet-weten van de wetenschap doet zich voor als een nog-niet-weten,
omdat een tijdloos object in principe kenbaar is.
Het niet-weten van de filosofie is een onoplosbaar niet-weten,
veroorzaakt door de noodzakleijke eindige horizon
waarin een mens nu eenmaal
de wereld ziet.
DE
neurowetenschapper
die overdag aantoont
dat de 'vrije wil' kan worden gereduceerd tot een onbewust neurologisch proces,
zal in de supermarkt nog steeds in vrijheid moeten beslissen
wat hij die avond eten wil.
MET
die vrijheid
moet de mens het zien uit te houden.
Dat is waarheid waarin we leven en waarbinnen we vragen stellen
en antwoorden geven.
OP
de vraag
"Wat vind je mooier, een Picasso of dit zigeunerjongetje?",
willen we meer horen dan een bescheiden:
"Ik weet dat ik niet zweet!"
WETENSCHAP
analyseert, ontleedt.
En wie tijdens de biologieles op de middelbare school weleens
een vis, of een mossel heeft ontleedt, weet dat ie het geheel daarna nog maar moeilijk
in elkaar krijgt ...
DE
wetenschappen die de mens ontleden
houden op dezelfde wijze ook vooral
veel losse onderdelen over.
~@~
IN
1998 zou
na enig gesnij
ook de oorsprong van de lach zijn ontleed.
Dat suggereerde tenminste de kop in
NRC Handelsblad op 12 februari dat jaar:
"Neurologen vinden geheim van de lach!"TEGEN
alle verwachtingen in
vonden vier Amerikaanse neurologen bij een zestienjarig meisje met een zwaar epileptisch syndroom een 'plekje' in haar brein dat bij eenduidige prikkeling het meisje liet lachen.
Afhankelijk van de hoogte van het voltage glimlachte ze, of barstte uit in schaterlachen.
Het hiermee ontdekte 'lachcentrum' blijkt een plekje van vier vierkante centimeter in de linkerboven frontale hersenwinding.
VOLGENS
het Britse wetenschappelijke tijdschrift
Nature waarin de ontdekking werd gepubliceerd bevindt zich dit in het deel van de hersenschors dat spraak en handbewegingen mogelijk maakt.
De neurologen merkten bij hun onderzoek dat het epileptische meisje steeds overtuigd was dat ze om 'iets' buiten zich lachte.
Wat ze haar ook voorhielden, alles zag ze als oorzaak voor haar geschater.
En als ze haar niets voorhielden, dan waren zijzelf de lachwekkende oorzaak.
"You guys are just so funny ...
standing around!"HOEWEL
het onderzoek
voor onze kennis over de menselijke lach van groot belang is,
is het ook typerend dat een dagblad het nieuws brengt alsof een eeuwenoud geheim ontsluierd is zodra zo'n klein plekje in ons hoofd kan worden aangewezen als oorzaak?
Het verraadt een naieve verwachting die we hebben van de wetenschap!
Maar al die elektrodes op de hersenschors verklaren nog steeds niet wat er daadwerkelijk in het meisje omgaat, wat haar zo doet lachen om haar artsen ...
En ze verklaren al helemaal niet waardoor het lachwekkende plekje
onder normale omstandigheden
gestimuleerd wordt.
WILLEN
we de betekenis
van menselijke verschijnselen achterhalen
dan hebben we aan de empirische wetenschap aleen nooit genoeg.
Als we ook waarheid willen, dan moeten we ook omkijken naar literatuur en filosofie.
WE zouden graag de objectieve waarheid kennen over menselijke verschijnselen, maar hoeveel blijft over van de glimlach van een kind zonder de projectie van de menselijke maat?
ZONDER onze subjectieve blik valt er immers weinig te lachen om twee opgetrokken mondhoeken?
ZO zien we dat menselijke feiten tegelijk
ook ficties zijn!
ONS
bestaan
is door en door lachwekkend,
juist vanwege de horizon die onze blik beperkt.
Zouden we als een god alles tegelijk kunnen schouwen, waarom zouden we dan nog kunnen lachen?
Voor God bestaat het ongerijmde niet [volgens de menselijke traditie],
in Gods schepping [volgens de mens] klopt alles
en is dus niets absurd?
DE LACH
blijkt een karaktereigenschap van de mens te tonen
waarin ook tegelijk de zin van ons bestaan tot uitdrukking komt?
De mens is het enige wezen dat een vermogen heeft dat evengoed een gebrek kan worden genoemd:
het vermogen om
niets te begrijpen!
DE
existentialisten
uit de vorige eeuw
baseerden hun hele filosofie op deze discrepantie,
zij het nogal wat zwaar
op de hand
...
Het is het
absurde lot van de mens, volgens de existentialist,
dat we weten dat ons bestaan
zonder grond
is
...
@