Internationale mydicontacten {onze Mop als Mopje}?
Internationale contacten? Het waren roerige tijden dus men ontmoette 'de ander' overal & nergens! De eerste jaren aan de Leydse academie waren voor Coccejus bijzonder vruchtbare jaren. Hij werkte er met veel energie aan zijn colleges en aan de meestal daaruit voortkomende publicaties, die ook binnen Neder-land aftrek vonden. Hij correspondeerde daarover dan ook uitvoerig met vele buitenlandse vakgenoten in Bazel, Zuerich, Steinfurt, Saumur & Bremen. Aparte bermelding verdient in dit verband Cocks correspon-dentie met de Hongaarse theoloog Andreas Sylvanus Tarpai, rector van de theologische school te Varadi-num, thans de stad Oradea in Roemania. Tarpai had vanaf 1649 in Utrecht gestudeerd, & liet zich in 1651 als sudent aan de academie te Leyden inschrijven. In een uitvoerige brief bedankte hij JC voor 't genoten onderwijs & memoreerde dankbaar de verdiensten van zijn leermeester voor de Hongaarse gereformeerde kerk. Coccejus, zo schreef hij op 26 juli 1655, was hem door zijn voorbeeld & adviezen tot grote steun ge-weest. Hij legde JC enkele liturgische kwesties voor, die in de gereformeerde kerk van Zevenburgen de gemoederen verdeeld hielden. Tarpai noemde ze 'OVERBLIJFSELEN UIT DE KERK DER PAUSGEZINDEN' en doelde daarmee op allerlei gebruiken rond de viering van het Kerstfeest en de lijdenstijd, het bisschopsambt en de bediening van de dope door de week. Bij de viering van het avondmaal wilden sommigen koste wat kost vasthouden aan de elevatie van brood en wijn bij het uitspreken van de inzettingswoorden door de predikant. Tarpai had geen goed woord over voor deze gebruiken: 'WIJ HOREN ONS PURITIJNEN, PRESBYTERIANEN, NIEUWLICHTERS, INDEPENDENTEN & ZELFS KETTERLEIDERS NOEMEN. SCHELDWOORDEN, LASTERINGEN, MINACHTING & BEDREIGINGEN WAARVAN GEVREESD MOEST WORDEN DAT ZE IN BLOEDVERGIETEN OMSLAAN, KUNNEN NIET LANGER GETOLEREERD WORDEN! Niets nieuws onder de zon: hoofdzakelijk wat meer technische foefjes & gemener streken, maar voor de rest?