Accepteer je
dat de passage over de Wijsheid
in Spreuken 8:22-25 handelt over de Logos,
"G ds pre-existente Zoon", dan is er weinig in te brengen
tegen Arius' conclusie 'dat de zoon
'dus' ook 'n schepsel is'?
YAHWEH
KANANIE REESJIET
DARKO KEDEM MIFALAW MEEAZ;
MEEOLAM NISACHTIE MEEROSJ MIKADMEI-ARETS;
BE'EIN-TEHOMOT CHOLALTIE BE'EIN MAEYANOT NICHBADEI-MAYIEM;
BETEREM HARIEM HATBAOE
LIFNEI GEVAOT
CHOLALTIE; De Eeuwige
[altijd komende aanwezige die ook is in ons]
heeft mij al voor al 't andere verkregen toen hij/zij zijn/haar scheppingswerk begon:
hij/zij schiep MIJ 't eerst:
ik ben in 't begin gemaakt, lang voordat al 't andere er was, ver voor de aarde vorm kreeg!
Toen er nog geen oceanen waren, werd ik reeds voort-gebracht, nog voor de bronnen met hun waterstromen!
Toen de bergen nog lang niet waren aangebracht,
werd ik al geschapen: lang voordat
er heuvels
waren!
Roept de Wijsheid niet, laat Inzicht haar stem niet horen?
Wijsheid heeft zich opgesteld op 'n heuvel langs de kant v/d Weg, bij 't kruispunt van wegen.
Bij de Poorten v/d Stad, bij de Ingang, bij de Toegangswegen klinkt har stem:
'Mensen, tot jullie is het dat ik roep: ik richt mij tot Iedereen!
Stelletje onnozele halzen, word nu toch eindelijk eens verstandig, jullie dwazen,
denk toch eens een keer ergens goed over na! Luister, ik vertel je waardevolle dingen,
want mijn woorden zijn oprecht!
Mijn mond verkondigt alleen maar waarheid, mijn lippen haten onbetrouwbaarheid!!
Op mijn uitspraken kun je volkomen vertrouwen, niets is vals of krom!
Wie inzicht heeft vindt ze duidelijk,
ze zijn eenvoudig te begrijpen voor wie enige kennis heeft verworven!
Stel mijn simpele lessen boven het zilver, mijn basiskennis boven zuiver goud!
Wijsheid is veel kostbaarder dan alle edelstenen v/d aarde, & alles wat we ons ooit zouden kunnen wensen valt bij wijsheid totaal
in 't niet!'
IK,
Wijsheid, ik
woon bij Beraad,
door overpeinzing
vind ik kennis.
Wie
ontzag heeft
voor die Eeuwige
haat alle vormen van het kwaad.
Ik verafschuw trots en hoogmoed, leugens en het kwaad.
Bij mij vindt je beraad en overleg, ik heb inzicht en kracht.
Door mij regeren koningen & koninginnen, bepalen heersers en meesteressen wat rechtvaardig is.
Vorsten en vorstinnen kunnen alleen maar heersen dankzij mij: ik laat leiders rechtvaardig regeren.
Wie mij liefheeft, die heb ik ook lief, wie mij zoekt, die zal mij vinden!
Rijkdom en eer zijn mijn bezit, duurzame weelde en gerechtigheid.
Wat ik je geef is veel kostbaarder dan het zuiverste goud,
ik bied je iets dat veel
meer is dan
't fijnste
zilver.
Ik ga
de weg
van rechtvaardigheid
& volg de paden van het recht
om rijk te maken wie mij liefheeft:
om hun schatkamers
te vullen!
De aarde
en de velden
had de eeuwige nog niet geschapen,
geen enkele korrel zand
was nog gemaakt.
Ik was erbij
toen hij/zij de hemel zijn plaats gaf en een cirkel om al het water trok,
de wolken aan de hemelkoepel plaatste & de oceanen bruisend deed opwellen, toen hij/zij aan de zeeen grenzen stelde en het water met zijn woord een plaats gaf:
zo de fundamenten
van de aarde
legde.
Ik was
zijn lieveling
{& hij was mijn liefste!}:
een bron van vreugde elke dag opnieuw.
Ik was altijd verheugd in zijn aanwezigheid,
vond vreugde in heel zijn aarde
en was blij met
alle mensen!
Nu dan,
zonen (& dochters),
luister naar mij: gelukkig
is een mens die
op mijn wegen
blijft.
Luister
naar wat ik jou leer,
en word wijs: negeer
mijn lessen
niet.
Gelukkig
is elk mens
die naar mij luistert [want ik ben
in 't binnenste van een ieder]: elk mens
die dag in dag uit bij mijn woning staat [en ervoor zorgt],
die de wacht houdt bij mijn deur
[mensenlippen]!
Want
wie mij
heeft gevonden,
ontdekt het ware leven en
ontvangt de steun van
de eeuwige.
Wie
aan mij
[in eigen geweten]
voorbijgaat, die doet
zichzelf veel kwaad:
al wie mij haat [en
dus zichzelf],
bemint de
dood
