Het berouw van Judas,
en zijne schuldbekentenis,
pleit krachtig voor 's Heilands onschuld,
en stelt des zelfs onnozelheid buiten alle twijfel.
Dat Judas berouw had,
en JC onschuldig verklaarde,
weten Overpriesters en alle feestvierders:
want zijne belijdenisse geschied in aller tegenwoordigheid;
en de benauwdheid van dien rampzaligen blijkt aan allen,
die in den Tempel zijn, en dien eerstlieven bloedloon, als een onlijdelijk zielgeknaag,
op dien Templevloer hebben zien nederwerpen.
Wie bragt Judas hier toe?
Was 't niet zijn overtuigd geweten?
Wie ontwringt hem die penningen, was 't niet zijn overtuigd geweten?
Wie ontparst hem die schuldbelijdenisse, was 't niet zijn overtuigd geweten?
Kan men onbetwistbaarder voorspraak vinden, als eenen geslagen vyand.
Een vyand, die getuigenisse der waarheid geeft, moet door kracht der waarheid genoodzaakt en overwonnen zijn.
Kan 'er grooter vyand zijn, als Verradder?
Kan 'er overtuigender bekentenisse zijn, als,
ik heb gezondigt, ik heb 't onschuldig bloed verraden.Heeft Judas gezondigt, zo is Yehosjoea zonder schuld.
Heeft Judas den Heere verraden, zo is Yesjoea onnozel.
Dit getuigt de Verrader zelf; dit bewijst hy door 't wegwerpen van den bloedloon.
Hoe is dat geld, dat betoverend geld, dat geld, dat hem tot deeze ongehoorde verraderije bragt,
dat hem zo even zo verheugde, zo rijk, zo gelukkig maakte in zijn inbeelding, hoe is dat geld hem nu zo hatelijk, zo verwerplijk?
Hadde hy te vooren zijn gewisse niet toegeschroeit, hy zoude dat geld niet gezocht, niet aangenomen hebben, nu hy ontwaakt, en zijn geweten hem beschuldigt, nu ontschuldigt hy Yesjoe, nU zegt hy,
ik heb gezondigt
