@
TELKENS
weer ontstaat
er iets 's ochtends
vroeg dat komt opborrelen
uit de grijze massa van dit
bejaarde brein: 'n mydiverhaaltje met uiterst belangrijke
conclusies over het leven dat vervluchtigd onder het
dagelijks wakker worden & anderszins
ontwaken?
@
De
stofzuiger
van enkele miljoenen hersencellen
heeft er blijkbaar behoefte aan om zowel de vreugde als de pijn op te slokken
vanuit het breinlabyrinth en de gangen zo open te houden
voor wat nieuws &
'iets anders'?
@
Of,
zoals Aristoteles
het zei op zijn eigen wijze:
'want ook bij dieren die voor de waarneming niet aantrekkelijk zijn,
schenkt de natuur die ze vervaardigd heeft bij het bestuderen ontzaglijk veel genot
aan wie in staat is om hun oorzaken te onderkennen en
die een filosofische aanleg
heeft'!
@
Als
vriend van de wijsheid
staan we schijnbaar telkens weer met onze mond vol tanden
en met lege handen tegenover een gebeuren waarvan wij een minimaal onderdeeltje zijn,
en de vraag komt dan ook telkens weer naar voren of er ook een zin aanwezig is voor dit vermogen, behalve dan om beter in staat te zijn om te kunnen overleven?
Voorlopig weet ik ook niets beters te bedenken dan dat dit leven zich wil gaan voortplanten
op andere planeten en misschien in staat zou kunnen zijn
om een algehele vernietiging van alle leven
op aarde te 'voorkomen' of te
'beperken'!
@
En dat
terwijl we juist
tegelijkertijd heel hard doende zijn
om alles naar de bliksem te helpen, inclusief onszelf?
De tegenstrijdigheden springen ervan af en de paradoxen
vliegen je om de oren ...
@
@
Wat de filosofie
gemeen heeft met een ambachtschool,
is het stelsel van leermeesters: of je nu aan een wereldbeeld timmert of aan een dakbeschot,
het BLIJFT handig om leermeesters te hebben die heel hun vaardigheid
in jou overkieperen
...
@
Wat
is mooier
dan je hart met enkele goedgemikte geestigheden te laten openen,
er de evolutie van om het even welk planten~ en/of dierenleven in te gooien
of de juiste volgorde van de kopzenuwen, de gruwel van te lange tenen of de oorzaken
en gevolgen van het gerommel van maag~ en
darminhoud?
@
Altijd
erop gebrand
om de aandacht vast te houden,
verveelt zo'n attitude je voor geen moment,
tenzij je zeer pressende andere bezigheden aan je hoofd hebt die jouw hersens gijzelen.
Ondanks alle slaperige onbenulligheden en saaie bijverschijnselen is zelfs de mydicollegezaal afgeladen?
In onze tijd zou Yehosjoea haNatsri haMasjiach misschien wel een populaire 'televisiepersoonlijkheid'
zijn geweest die de mensheid aan de buis gekluisterd hield met zinnige vergelijkingen
en verstrekkende alles 'verlichtende'
conclusies?
@
Helaas
werd ook hij vermoord,
voordat hij de kans kreeg om ons 'nog meer te vertellen'.
En hebben 'de mensen' van zijn kruisdood een symbool gemaakt voor 'leven na dit leven',
alsof er verder niets meer te ontdekken en te doen over zou zijn dan het voeren van kruistochten?
Zijn wij ook uit zulk hout gesneden? Is het ook niet onze taak om 'er' een boekje over open te doen,
te lezen en te schrijven over de reuzen en de dwergen in het planten~ en dierenrijk?
Groot of klein zijn maakt uiteindelijk niet zoveel uit:
het heeft allebei voor- en nadelen!
Zelf hebben we ook onze eigen
voorkeur- en afkeer van
dezen en genen
onder ons
...
@
De
interesse van
kleine kinderen kan
soms uitgaan naar walvissen,
mammoetolifanten of kolossale oerrunderen en dinosauriers?
De gestalte of andere meer spirituele capaciteiten van sommigen onder ons
doen soms niet eens zoveel onder voor die van oerbeesten en -geesten, 'afgodenbeelden' en wolkenkrabbers, jumbojets of atoom~
onderzeeers?
@
Maar
we moeten dan toch wel
op den duur wat beter leren beseffen dat ook het bestaan
[ontstaan en vergaan] van onaanzienlijke en minuscule diersoorten en plantaardige vormen van leven,
van een dusdanig belang zijn [voor alle andere vormen van leven op aarde], dat we onze neus
daar niet voor op hoeven te trekken: zoals dus reeds werd vastgesteld door de leermeester
aller biologen en filosofen ~
Aristoteles!
@
"In
alle voortbrengselen
van de natuur
schuilt immer iets wonderschoons!"
"We moeten het onderzoek naar elke diersoort [en plantensoort] aanvatten,
omdat ze ALLEMAAL iets van de schoonheid van de natuur in zich bergen ..."
Van lieveheersbeestjes tot zeeslakken en mieren, en van schurfluizen tot darmbewoners & breinparasieten: alle vormen van planten-, dieren- en mensenleven zijn voortbrengselen vanuit eenzelfde
bron van bestaan, en de differentiatie en veelvormigheid van ons uiterlijk en innerlijk bestaan is op zichzelf een rijke bron van nog meer ontdekkingen,
conclusies en mogelijke
experimenten?
@
Charles Darwin zelf
besteedde meer tijd aan koraaldiertjes
en zeepokken dan aan de uiteindelijke evolutietheorie!
Over zeepokken schreef hij vier dikke boeken, terwijl hij voor de oorsprong van de soorten
aan EEN deel genoeg had: het is waar dat hij twintig jaar over de evolutieleer bleef suffen,
maar voor de regenworm
trok hij dertig jaar
uit!
@
Regenwormen
bleken elke drie jaar
de hele bodem op te eten en weer uit te poepen,
en passant hele huizen en dorpen zo diep ondergravend, dat generaties archeologen er weer een levens~
werk aan hebben om ze weer aan het daglicht te brengen ...
Dat ZULKE simpele diertjes ZOIETS groots tot stand
kunnen brengen, gaf Darwin het gevoel voor de vele tijd
die de natuur tot haar beschikking staat
en het geduld waarmee ze langzame processen als de evolutie mogelijk maakt:
om de GROTE LIJNEN te kunnen zien,
moet je maar al te vaak vooral ook met je neus boven op de puntjes van de 'i' zitten ~
want 'g ds schepping' openbaart zich vooral ook in het DETAIL!
MITS je je niet al te zeer door 'uiterlijk schoon' of 'overdonderend kabaal & bullshit' laat afleiden?
De schoonheid van een regenworm zit niet eens zozeer van buiten,
maar juist van binnen in het mechaniek, niet in het muchomachobonobonaal banale
maar in de allerkleinste en fijnste kleinigheden ...
"Het niet~toevallige," schrijft Aristoteles, het 'doelmatige is immers in de producten van de natuur
bij uitstek aanwezig, en het doel ter wille waarvan iets zich
heeft samengesteld of is ontstaan
vertegenwoordigt hier
de schoonheid!'
@
EEN
dier is
MOOI om de
manier waarop het werkt
en in harmonie leeft met de andere dieren:
hoe meer we ervan te weten komen, des te duidelijker is het dat een worm net zo draait als wij,
op eenzelfde brandstof, met soortgelijke enzymen, langs eendere banen!
We ademen dezelfde lucht als hij: genen die vanaf de eerste worm de volgorde van de segmenten regelen, zorgen er honderden miljoenen jaren later voor dat er bij ons [over het algemeen] geen benen uit de schouders groeien of dat je neus van voren zit en niet opzij?
Om de geheimen van het goddelijke/engelachtige {en 'duivelse'/kwaadaardige} leven te ontrafelen,
kun je dan ook het best naar wormen of fruitvliegjes kijken;
laat ondertussen die walvissen maar rustig
door~ & verderzwemmen
~~~
@
Wie
de studie
van andere diersoorten
als iets minderwaardigs beschouwt,
zou over zichzelf net zo moeten denken,
want de menselijke soort is samengesteld uit delen
waarnaar het bepaald niet altijd prettig is om te kijken,
zoals bloed, vlees, bot, aderen
en zo meer
...
@
OOK
delen van
dit kleine mydiartikeltje
komen voort uit de essaybundel Bloed vlees & botten. Het beest in Aristoteles.
Met bijdragen van Aristoteles, Algra, Brandt Corstius, Douwe Draaisma, Midas Dekkers, Tijs Goldschmidt, Vincent Icke & Arjen Mulder. Historische Uitgeverij. Groningen 2007, 56 blz. 9,95 euri ISBN 9789065440201: Presentatie van de bundel:
VANMIDDAG VRIJDAG 30 MAART 2007 OM VIER UUR
Boekhandel Selexyz Donner Rotterdam, tijdens de opening van de maand van de filosofie;
aanvang 16.00 uur,
toegang gratis