Ik
weet wel,
dat sommigen drijven,
dat veertig jaaren voor den laatsten ondergang van Yeroesjalayiem,
alle halsrechten den Jooden ontnomen wierden, maar ik weet ook,
dat anderen dit met klem van redenen wederlegt en gewraakt hebben;
en wy zullen in 't vervolg hier van
breeder spreken
moeten.
De H.
Euangelist Johannes
drukt de plaats, daar JC geleid wierd, nader uit, en zegt:
zy dan leidden Yehosjoea voor Kajafas
in het rechthuis.
In 't Grieksch
staat het woord praitoorion, dat van 't Latijnsch praetorium is ontleend,
gelijk de legertenten der Romeinsche Veldoversten, ouds tijds dien naam droegen,
maar by verandering van gebied en tijd, tot andere betekenissen en plaatsen
is overgebragt.
Zo is 't Paleis
en de Richterstoel van Pilatus,
praetorium geheten, en onderscheiden van 't Rechthuis
der Jooden, Gazith, of Liskooth hagazith genaamd. 'T is waar, dat de Rechtplaats, daar Pilatus zal zitten,
om Yesjoea te oordelen, Lithostratos, of gepleveide vloer, geheten word, het geen zommigen doet zeggen: dat Pilatus ziende, dat de Jooden niet wilden in zijn Rechthuis komen, om zich niet te bezoedelen, maar 't Pascha te eten, in 't Joodsch Rechthuis,
Gazith, de geplaveide kamer,
zoude gegaan zijn.
Maar dit
heeft weinig schijn;
en beter is 't te begrijpen, dat de Rechtplaats van den Joodschen Stadhouder,
eenen geplaveiden vloer zal gehad hebben, zo wel als de Joodsche Raadkamer:
te meer, om dat in dien tijd de geplaveide steen-vloeren gemeen waren,
in voortreflijke huizen
en Vorstenhoven.
Men steeg
met eenige trappen tot den Rechterstoel,
om dus uit eenen verheven troon vonnis te vellen,
en dien Opperrechter van hemel en aarde te vertonen,
wiens plaats de Rechters
op aarde bekleden.
Hebt gy,
verbolgene Jooden,
u dien grooten Rechter vertegenwoordigt?
Denkt gy wel, hoogmoedigen, in wiens naam, en over wien gy recht oeffenen moet?
Maar JC moet voor beider vierschaar verschijnen, en veroordeelt worden,
om Jooden en Heidenen vrij te spreken,
en voor G ds vierschaar
te doen bestaan.
Er blijven dus
allerlei overenkomsten bestaan
zowel in grote lijnen als in detail!
De van oorsprong zo Alwetende & Oppermachtige Zot
van een GrijsRug/Baard zit op z'n Kolossale Universele Troon & spreekt zijn recht uit over de Rest?
We weten allen wat daarvan is terechtgekomen, net als van alle uitgestorven planten, dieren & rijken!
't Afgodsbeeld blijkt loodzwaar te worden van 't goud, 't zilver, de juwelen & alle hebbedingetjes:
't zakt door z'n lemen voeten & verbrijzelt door de krachten & machten van de Natuurwetten.
Aan de ene kant heb je dus 't fysieke aardse rijk Aller Oppermachtige Zotten,
en aan de andere 't geestelijk hemelrijk g ds?
Over die beiden gaat dus de chaos die zich nogal eens blijkt te weerspiegelen
in ons eigen mydileven
van Elckerlyc in
ons Alledags~
land
...

