i/d korte brief van sp aan 'n zekere filemon
probeert SjaoelPaulos deze Filemon zóvèr te krijgen dat hij 'n weggelopen slaaf weer in huis wil nemen: die hele brief staat i/h teken van dit onderwerp. Al i/h dankwoord (vers 4-7) is SP Filemon aan 't bewerken: hij vertelt dat hij vaak gehoord heeft over de liefde & trouw die Filemon heeft voor Yesjoe & voor alle 'heiligen' (alle gelovigen)! Filemon wéėt dàn nog níet wàt Paul hem gaat vragen, maar hij voelt zich waarschijnlijk al wèl gestreeld?
In 't hóófddeel BEWÈRKT SP Filemon (verder) stapje voor stapje. In vers 8-10 zegt SP dat híj Filemon zou kunnen dwìngen om iets te doen, maar hij gaat 'n vriendelijke vráág stellen. In 11-14 zegt hij dat die slaaf ontzettend nùttig voor hem is & dat hij hem graag zou houden, maar dat hik natuurlijk niets doet zònder Filemon op de hoogte te stellen. In 15-17 komt 't gelóóf om de hoek kijken: deze slaaf is christen ge-worden, net als Paulus & Filemon, dus Filemon moet hem nu behandelen als 'n 'geliefde broeder', 'n mede-christen?!
Dé klàpper v/d brief staat in 18-20: SP zegt dat híj de scháde die Filemon heeft geleden wel wil betálen. Hij zegt daarbíj dat hij voor 't gemak dan nu maar eventjes vergeet dat Filemon z'n leven aan hèm te danken heeft! Hij bedoelt daarmee dat Filemon zònder hèm geen christen zou zijn geworden. Paulos was er nu eenmaal van overtuigd dat G d 'aan 't eind v/d tijd' 'n oordeel zal vellen over àlle mensen? "De gelovigen zullen gered worden & eeuwig leven!" ~
In 't slòtdeel (21-25) geeft SP de groeten door van 'n aantal bekenden aan Filemon: ook vertelt hij dat hij 'n keertje langs wil komen, dus Filemon moet alvast z'n kamer in orde maken. Misschien bedoelt hij DÀT als láátste zètje i/d rug van Filemon: Paulus komt nog 'n keer controleren òf File-mon z'n (weggelopen) slaaf ècht heeft teruggenomen! En zó zien we SP op z'n (aller)best: al redenerend & masserend zet híj 'geadresseerden' 'n beetje onder drùk?
De brieven van SP zijn allemaal ongeveer op dezelfde manier opgebouwd: afzender, groet, dankwoord, hoofddeel, slot! 't Is zo dan dus ook heel opvallend dat i/d brief aan de Galaten géén dankwoord te vinden is: Paulos begìnt zoals gewoonlijk met 'n gróet (GAL 1:1-5) maar stelt in 1:6 metéén HÈT probléém aan de orde dat híj wil bespreken.
Tegen zijn zin zijn die 'christenen' in Galatië zich aan de joodse wet gaan houden: volgden Paulus hoefden 'gelovigen' die níet van Joodse Afkomst waren níet vlg. de Joodse Wet te leven. 't Zègt ècht iets dat 'r hier géén dankwoord in deze brief staat! SP was èrg geïrriteerd & vond 't niet nodig om 'n dankwoord te schrijven. Dìt alles blijkt des te méér als je de Galatenbrief vergelijkt met 1 Tessalonicenzen: dáár vind je nl. Paulus' làngste dankwoord?! 't Begint in 1:2 & eindigt in 3:13. 1 TESS is 'n brief waarmee SP de christenen i/d stad Tessalonica (zie april/mei '68?) 'n hart onder de riem wil steken. Fascinerend: bemoedigend 'belerend' etc.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende