Hyperbole: Lev 5:1/Num 5:19~21/Yosj 7:19/Mat 26:63
Dien ontzachlijken G d roept hier die godlooze Priester. tot getuige en wreeker: want dat is iemant bezweren, EXORKITSEIN, uit ontzach, dat ieder G de als Harten-kenner, en Opperrichter schuldig is, iemant tot het bekennen der waarheid perssen, die in weerwil ontwringen. Wie zag oit G dvergetener booswicht? Hy wend voor de waarheid te zoeken, daar hy uit is om Yehosjoea te verstrikken: hy wil hem eene belijdenisse ontwringen, die gedurig de predikstoffe van Yesjoea is geweest voor geheel het volk, hy misbruikt den geduchten en gezegenden naam des Allerhoogsten, zonder eenige noodzaak, en alleen, om zijne G dvergetene driften te verbergen. Dit echter doet hy niet zonder schijn van recht: want zo plagten de Richters onder de wet, getuigen of misdaadigen te bezweren, om de volzekere waarheid, en waare geschapendheid der zaaken, uit hunnen eigen mond te horen. Zo doet hier ook Kajafas: verdiende zo groote huichelaar, en onrechtvaardige Richter niet, dat Yesjoe, die in zijn harte las, die geveinsde godloosheid en godlooze geveinsdheid had opentlijk ontdekt, en doorgestreken?
Maar wat zouden bestraffingen baten by menschen, die G d bespotten?
Yehosjoea, die gezwegen had, om dat hy zich niet wilde verdedigen, zal nu bewijzen, wat eerbied hy voor G d, en zijnen ontzachlijken naam hebbe; en hoe dierbaar hy de waarheid schatte, die men uit zijnen mond horen wil! Dies antwoord hy, maar kort en klemmende: gy hebt het gezegt. Ik ben die Messias, die G ds eigen Zoon is, en wezen moet: ik ben, die gy zegt. Zo word die spreekwijze by de Jooden altijd genomen, en niet gelijk sommigen die vatten: gy zegt het, niet ik. Want dus zoud Yesjoe niet bekennen, maar lochenen, dat hy de Messias, en eeniggeboren des Vaders ware: het geen tegen zijn oogmerk, en de waarheid strijden zoud. Ook drukt Markus dit klaar uit: Yesjoea zeide, ik ben 't. Onbetwistbaar volgt die zin uit het vervvolg van 's Heilands rede, als hy zegt: doch ik zegge u lieden, van nu aan zult gy zien den Zoone des menschen, dat is my, zittende ter rechterhand der kracht, en komende op de wolken des hemels. Niemant begrijpe dit als eene grootspraak; 't is het eigen kenteken van den Messias. Want alle de Profeeten, die hem als den waaren en eeuwiggeboren Zoone G ds vertonen, hebben hem ook als den Zoone des menschen afgemaalt.