symbolen, veranderende rituelen.
spiralen.
dan in 't Grieks/Latijns & alle andere talen & dialecten. 't Heeft genoeg kanten
cultuurmigraties ...
Oordeelt dan zelf ROMEN, wien ik volgen moet, of uwe VULGATA, of den GRONDTEKST?
MOSHIACH
zegt niet, ik
WIL,
dat hy blijve, maar
alsIK WIL,
en gy smeed op zo valsche gronden oneindige
beuzel-praat, en even losse gissingen: dat YOCHANAN op dezelve wijze gestorven zy, als de moeder-maagd, en aanstonds na zijnen dood weder levendig wierd: dat hy met Chanoch {HENOCH} & Eliyahu {ELYA} opgenomen, en in 't paradijs overgebragt zy: dat hy begraven, doch niet gestorven, maar slapende te EFEZEN in 't graf gelegd zy, en tot bewijs, dat hy nog leve, de aarde ziede, en ik weet niet wat
vocht opwerpe, dat uit zijnen adem hervloeit. Zo vruchtbaar is de dwaling door bijgeloof aangekweekt: en zo veele beuzelingen baart een woord tegen, en buiten G ds Geest ingevoert.
Maar heeft dit een woord zo veel onheils voortgebragt, daar is niet minder verschil over de
TOEKOMSTE
van JC alhier vermeld. Doorgaans word het van de
LAATSTE KOMSTE
ten oordeel verstaan; en 't is waar,
dat 'er in dien verbazenden dag, menschen gevonden zullen worden, die den dood niet zullen gezien hebben, gelijk ons PAULOS leert.
En 't is baarblijklijk, dat het de Apostelen zo verstonden; nadien zy daar uit besloten, dat
YOCHANAN NIET ZOUDE STERVEN.
't Is echter ook waar, dar 'er niet altijd van de laatste komste ten oordeel gesproken worde, als JC zegt, dat hy
KOMEN
zal!
Dierhalven vatten zommigen van de verwoesting der stad YERUSHALAYIM, en uitroejinge van 't Joodsch volk met Tempel en Tempel-dienst. Een dag, die by de Profeeten gantsch
VREESLIJK
word afgemaalt, EN
EEN GROTE DAG, EEN DAG BRANDENDE ALS EEN OVEN!
Zy voegen 'er by, dat JC voorheen uitdruklijk hadde gezegt:
"VOORWAAR ZEG IK U,
DAT 'ER ZOMMIGEN ZIJN VAN DIE HIER STAAN, DIE DEN DOOD NIET SMAKEN ZULLEN,
TOT DATZE DEN ZOONE DES MENSCHEN ZULLEN HEBBEN ZIEN KOMEN
IN ZIJN KONINKRIJK!"Het geen ieder zal toestemmen, dat niet op den jongsten dag, maar op 't vernietigen en straffen der JOODEN; en opregten van de huishoudinge des N.T. passe. 'T is ook waar, dat ons de verwoesting van Stad en Tempel voorkome, als of de gantsche weereld verging: en geen wonder; nadien de oude huis-houdinge daar in vernietigt, en de nieuwe bekrachtigt wierd.
In welken zin de Profeet spreekt, van
NIEUWE HEMELEN,
EN NIEUWE AARDE.
Het is ook bekend uit de Kerklijke geschriften, dat YOCHANAN de verwoesting van YEROESJALAYIEM over-leeft ehbbe, en als balling op PATMOS zijn leven eindigde. Waar mede alle de voorgaande verdichtselen neder storten. Als men 't zo vat, ziet ieder, zoud het zelfs naar de letter vervuld zijn, en YOCHANAN geleeft hebben, tot dat "CHRISTOS" kwam ten oordeel, om wraak te nemen over het weerbarstig JOODEN-DOM; maar ieder ziet ook, dat het de Discipelen anders vatten, en van den jongsten dag verstaan; nadien zy daar uit, hoewel verkeerd, besluiten, dat YOCHANAN NIET STERVEN ZOUD.
Ik sta toe, dat men uit vooroordeel en verkeerd begrip, niets zekers kan bewijzen: maar de verbetering van 't wanbegrip, dat YOCHANAN 'er by gevoegt heeft, toont, niet dat hy LEVEN zoud, als JC kwam, maar STERVEN, en GESTORVEN zijn, als de Heiland verscheen.
Het geen onzes oordeels, tegen de voorgaande uitlegging en tijdbepalinge strijd.
Wat misverstand, wat wanbezef zoud 'er zijn in de geruchten, dat YOCHANAN niet zoude sterven, indien hy leven moest, gelijk hy GELEEFT HEEFT, tot de VERWOESTINGE van YEROESJALAYIEM?
Als de Euangelij-schrijver dit geruchte wraakt, en door de woorden van JC zelve verklaart, geeft hy immers te kennen, dat hy niet blijven, niet leven zoud tot de komste van JC, hoe kan het dan zien op dien tijd, als hy nog leefde?
Algemeen was die spreekwijze, niet om den ondergang van YEROESJALAYIEM, maar den jongsten dat uit te drukken: DE HEERE KOMT. MARANATHA. Wil iemant den schrik-dag van YEROESJALAYIEMS verwoesting,
als een voorbode van den laatsten dag nemen, wy hebben 'er niets tegen: als maar 't gerucht der Aposte-len onwaar blijke.
Een vernuftig man, die met zijne spitsvindige gedachten, en wederlegging van de dwaling des gemeenen volks, zeer grooten lof verdient heeft; zegt,
DAT DIT DE EERSTE DWALING ONDER DE H. APOSTELEN WAS,
DAT YOCHANAN NIET ZOUDE STERVEN.
Dat zy daar dwaalden, is gebleken; maar dat zy te vooren niet even zo groote, en grootere dwalingen hadden omtrent het geestlijk rijk van den Messias, van hunne staatbedieningen in het zelve, van hunnen
voorrang, van hunne heerlijkheid, en andere vooroordeelen meer, zal niemant ontkennen, en dus hier de eerste dwaling der Apostelen niet zoeken.
Dat YOCHANAN tot zeer hooge jaaren kwam, is uit het gezegde af te nemen, en zommigen willen, dat hy daarom van G d zo lang gespaart wiert, om de grouwlijke ketterijen, die al vroeg de waarheid besmetten, tegen te gaan.
Dus stellen zy dit zijn H.Euangelij-boek daar toe geschreven, om de Godloosheid van CERINTHUS te stuiten, en de Godheid van JC tegen dien Dwaalgeest staande te houden.
Dat hy onder DOMITIAAN, en in het 90 jaar na's Heilands menschwerding, in ziedende olie geworpen, doch ongeschonden daar uit kwam, en op PATMOS gevangen wierd, daar hy de Godgezichten en Kerk-gevallen in de OPENBARING geboej=kt heeft, door ingevinge van G ds Geest, is bekend.
Dat hy binnen EFEZEN, de Kerk, die PAULOS daar stichtte, volijverig, en lan bediende, tot grooten afbreuk
van DIANAAS Tempel-dienst, en het rijk des Satans.
Zoud JC hem ook zo lief hebben, en hy voor 't heilrijk niet strijden?
d'Afgoderij niet tegen gaan?
De Kerk niet opbouwen?
