hiervoormaals hiernumaals hiernamaals ............


"de mydidood bezweren"



EEN
gedicht aan
het sterfbed.
Psalm 23


Een stervende
heeft het zwaar,
maar ook de omstanders:
een mens leeft [meestal] maar EEN keer
en denkt bij andermans dood ook altijd aan die van zichzelf,
al laten we dat vaak niet merken?
Het maakt alle sterfbedden even emotioneel,
ook die van mensen waar je weinig omgang mee hebt;
ze raken je op een punt waar je altijd weerloos bent:
wie doodgaat gaat dood, we hebben geen andere keus dan het aan te zien.
En ons eigen lot te overdenken. Als vader slaapt 'gelijk een rustig beest', ligt moeder wakker,
ze piekert over haar kroost en over de jaren die voorbij snellen.

Niet doen, zegt de dichter:

Laat niet uw dagen slinken in verdriet;
geen macht die tanden aan uw mond verstrekt,
of ooit weer zog in uwe borsten wekt.


Er is niets aan te doen, zoals gij ziet.
Drink dus een borrel bij een passend lied,
daar schele Piet reeds met uw tenen trekt.



Schele Piet [bij ons heet hij ook wel magere Hein] trekt al aan je tenen,
angsten helpen daar niet tegen.
Lees het maar bij Willem Elschot, het staat in zijn gedicht Moeder.
Tomas Transtromer brengt ons lot wat minder cynisch onder woorden,
maar nog wel zo indrukwekkend:


Midden in het leven komt soms de dood
En neemt mensen de maat. Dat bezoek
Wordt vergeten en het leven gaat door. Maar het kostuum
Wordt in stilte gestikt.


We hebben er geen woorden voor, zeggen mensen, als ze op condoleantiebezoek komen,
en we begrijpen hen. Ze zouden je willen helpen, maar wat is helpen als je niet weet wat je moet zeggen?
Dus grijpen we naar dichters, die het woord machtig waren, woorden ZO in het gelid wisten te zetten
dat ze ons aanspreken, nu en in het uur van onze dood.


Zulke gedichten zijn er, ze zijn er zelfs in overvloed, goede en minder goede,
tot op de draad versletene, en verse, elk keer weer weer even vers.
"De dichter van het vers dat niet bedierf", zo wilde in elk geval Achterberg graag de geschiedenis ingaan,
en tot nu toe is hem dat gelukt.


Een gedicht heeft macht, de macht om aan te spreken en de hoorder in haar ban te slaan:
wij voelen ons aangesproken. Daarom past een gedicht aan het bed van een stervende ...


Psalm 23 is zo'n gedicht dat het aan een sterfbed doet, zoals men dan zegt, en dat niet alleen maar
waar christelijk gestorven wordt. Ik zal de regels aanhalen waar het op aankomt:

De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
En voert mij naar vredig water,
hij geeft mij nieuwe kracht en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.


Al gaat mijn weg door een donker dal,
ik vrees geen gevaar, want jij bent bij mij
jouw stok en jouw staf,
zij geven mij
moed.


mizmor ledawid:


YHWH ro'ie, lo achzar
bin'ot desje yarbi'eeni
al-mee'i menoechat yenahaleeni
nafsji yesjoveev yancheeni vimaeglei-tsedek
lima'an sjemo

gam ki-eeleech begeejee tsalmawet
lo-ire ra, kie-atah imadi
sjivtecha oemisjantecha hemah jenachamoeni

Waarom de psalm [de Nederlandse aanhaling is uit de NBV] zo goed past als iemand op sterven ligt,
is vooral vanwege dat 'donker dal'.
DAT is de dood, zo lezen we die regel, en we proberen ons eigen te maken wat de dichter ermee
heeft gezegd: zelfs in het uur van zijn dood zal hij niet vrezen, want de HEER {YHWH: transcriptie voor de 'eigennaam' van Israels g d [ik was en ben komende] is bij hem.
Ik zei: zo lezen we die regel, en daarmee ook die hele psalm van David.
Dat komt door de Statenvertaling {SV}, die vers 4 onuitwisbaar in ons geheugen heeft gegrift:

Al ging ik ook in een dal der schaduwen des doods
Ik zou geen kwaad vrezen,
Want Gij zijt bij mij, uw stok en uw staf, die vertroosten mij.

Van huis uit gaat deze psalm niet over sterven en doodgaan:
de dichter ligt niet voor de poorten van de dood, maar is op doortocht in een gebied dat hem bang maakt. Fluiten in het donker [zie ook: Petra in juni '67], dat is het wat de dichter doet, zichzelf moed inspreken [ik zong toen haTikva, "De Hoop" in de uren voordat de Zesdaagse losbarstte]:
zich gelukkig prijzen dat hij een g d heeft die hem geleidt [hoopt hij!].

"Door de wereld gaat een woord, en het drijft de mensen voort: Breek jouw tent op, ga op reis,
naar het land dat ik jou wijs; Here God, wij zijn vevreemden, door te luist'ren naar Jouw Stem;
breng ons sa'am met {AL} jouw ontheemden
in het NIEUW Jeruzalem!"

...


Ik wist niet
dat de oorlog op uitbreken stond in die uren,
maar op de terugweg van Wadi Musa naar het hart van haSela haAdom zong ik hardop deze woorden
op de melodie van het Isrealische volkslied maar met Nederlandse woorden in een kloof van een paar kilometer van de plaats "waar Mosje het water uit de rotssteen sloeg" naar de vallei vol Nabatese ruines van meer dan tweeduizend
jaar geleden.


Op een leven na de dood
rekende een Israeliet trouwens niet.
Wie doodgaat treedt het dodenrijk binnen, en verdwijnt stukje bij beetje uit het zicht van de levenden.
Net als bij ons: de dode heb je nog [een poosje] bij je, maar allengs vervaagt zijn beeld,
om tenslotte als wasem op een ruit
te verdwijnen
...



Aan het sterfbed lichten we de psalm uit zijn context,
we zetten hem voor iets anders in dan waarvoor de oorspronkelijke dichter zich wapende.
Geeft helemaal niet, dat mag allemaal, ZO gaat het met gedichten:
ze doen dienst waar en wanneer je maar wilt, waar en wanneer ze maar de kans krijgen
om tot jouw verbeelding
te spreken.


DAT
is het
ook wat we
met psalm 23 proberen:
hopen dat de woorden in het gemoed van de stervende
weerklank vinden.
"God wordt van jou gemakkelijk de vinder",
roepen we hem als het ware toe met de woorden
van Achterberg. Hetzelfde blijft hetzelfde,
doodgaan blijft doodgaan,
maar de verbeelding
stelt de stervende op zijn laatste tocht gerust:
we krijgen gezelschap. En volgens diezelfde dichter
zal dat gezelschap zelfs
'voor eeuwig'
zijn.

Ik
was
de enige
die bij mijn vader's vader was
toen hij zijn laatste adem uitblies ver in de tachtig.
En was een ongeboren vrucht toen mijn vader werd doodgeschoten toen hij dertig was,
hield mijn moeder's hand vast toen zij geen kracht meer had om
verder te leven na jaren
'vreugdevolle'
strijd
...

Hun
graf is
groen en ik hoop
naast hen te liggen
als ik er niet meer
'ben'
...
08 aug 2006 - bewerkt op 03 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende