Gelukkig
wie zorgt
voor de armen;
in kwade dagen zal
de eeuwig komende aanwezige hem
uitkomst geven, Yahweh zal hem beschermen en in leven houden,
men prijst hem gelukkig in het hele land.
"Lever hem niet uit aan zijn vijanden!"Op zijn ziekbed zal de eeuwig komende aanwezige hem tot steun zijn.
"Hoe lang hij ook ziek ligt,
JIJ
keert zijn lot ten goede!"Ik zeg:
"Yahweh, Vader,
wees mij genadig, genees mij, ik heb tegen jou gezondigd!"Mijn vijanden verwensen mij, ze zeggen:
"Wanneer sterft hij en verdwijnt zijn naam?"Wie mij bezoekt heeft mooie woorden, maar zijn hart is vol kwade gedachten;
staat hij buiten, hij spreekt ze uit.
Wie mij haten hopen het ergste voor mij en fluisteren aan mijn bed tegen elkaar:
"Een dodelijke kwaal heeft hem geveld, wie zo ziek ligt, staat nooit meer op."Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd.
Toon mij, Yahweh, Vader, jouw genade en laat mij opstaan, dan zal ik hun geven wat ze verdienen.
Hieraan zal ik weten dat jij mij liefhebt: als mijn vijanden niet langer meer juichen,
als jij mij bijstaat, omdat ik onschuldig ben, en mij voorgoed laat wonen
in jouw nabijheid.
Geprezen
zij de eeuwige,
de g d van Yisraeel,
van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Zo zal 't zijn:
ameen
...

WAARTOE
leidt het woeden van de volken,
het rumoer van de naties? Tot niets!
De koningen van de aarde komen in verzet,
de wereldmachten spannen samen
tegen de eeuwig komende aanwezige
en zijn gezalfde:
"Wij moeten hun juk afwerpen, ons van hun boeien bevrijden!"Die in de hemel troont lacht, de Heer spot met hen.
Dan spreekt hij tot hen in woede, en zijn toorn verbijstert hen:
"Ikzelf heb mijn koning gezalfd, op de Tsion, mijn heilige berg."Het besluit van Yahweh,
de eeuwig komende aanwezige,
wil ik aan ieder levend mens bekendmaken. Hij sprak tot hij:
"Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt. Vraag het mij en ik geef je de volken in bezit,
de einden der aarde in eigendom. Jij kunt ze breken met 'n ijzeren staaf,
ze stukslaan als 'n aarden pot!"Daarom, koningen, wees verstandig,
wees gewaarschuwd leiders van de aarde. Onderwerp je, toon Yahweh jullie ontzag,
breng hem bevend jullie hulde. Bewijs eer aan zijn zoon met een kus {!}, anders ontvlamt zijn woede,
en jullie weg loopt dood, want bij het geringste ontsteekt hij in toorn.
Gelukkig zijn zij die schuilen bij hem.
Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
Aan wie is de macht van de eeuwig komende geopenbaard?
Als een loot schoot hij op onder g ds ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond.
Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren.
Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was 'n man die 't lijden kende & met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht.
Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem als een verstoteling, door g d verslagen en vernederd.
Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.
Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen liet de eeuwige komende aanwezig op hem neerkomen.
Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niey open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders
zo deed hij zijn mond niet open.
Door wie zal ik je laten troosten?
"Dit zegt je Meester, Yahweh, de eeuwig komende aanwezige, de g d die het opneemt voor zijn volk:
Ik neem de bedwelmende beker uit je hand, de kelk, de beker van mijn toorn,
je hoeft er niet meer uit te drinken. Ik geef hem voortaan aan hen die jou kwelden,
die jou het bevel gaven: "Ga liggen, dan lopen we over je heen!"
En jij maakte je rug als de grond, een weg waarover
men kon gaan."Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van zijn volk werd hij geslagen.
Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken;
toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken.
Maar Yahweh, de eeuwig komende aanwezige, wilde hem breken, hij maakte hem ziek.
Hij offerde zijn leven voor hun schuld, om zijn nageslacht te zien en lang te leven.
En door zijn toedoen slaagde wat Yahweh wilde.
Na het lijden dat hij moest doorstaan zag hij {het licht} en werd met kennis verzadigd.
Mijn rechtvaardige dienaar verscaft velen recht, hij neemt hun wandaden op zich.
Daarom ken ik hem een plaats toe onder [de] Velen en zal hij met machtigen delen in de buit,
omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen.
Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op.
De steen doe de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden.
Dit is het werk van de eeuwig aanwezige die altijd komende is: een wonder in onze ogen.
Dit is de dag die Yahweh heeft gemaakt, laten we juichen en ons verheugen.
Eeuwig aanwezige, geef ons de overwinning, jij die komende bent [in ons],
geef ons voorspoed.
Gezegend wie komt met de naam van de eeuwig komende aanwezige.
Wij zegenen jou vanuit het huis van Yahweh.
De komende eeuwig aanwezige is g d: hij heeft ons licht gebracht.
Vier feest en ga met groene twijgen, bind de feestoffers met touwen tot aan de horens van 't altaar.
Jij bent mijn g d, jou zal ik loven, hoog zal ik jou prijzen, mijn g d.
Loof de Yahweh, de enig aanwezige eeuwig komende, want hij is go{e}d:
eeuwig duurt zijn trouw.
[
]
Toen
trokken veel
leerlingen zich terug
en gingen niet verder met hem mee.
Yesjoea vroeg nu aan de twaalf:
"Willen jullie soms ook weggaan?"
Kefas, Sjimon Petros gaf antwoord:
"Naar wie zouden we moeten gaan, Heer?
Jij spreekt woorden die eeuwig leven geven,
en wij geloven en weten dat jij
de heilige van g d bent."
Yesjoe zei:
"Ikzelf heb jullie alle twaalf uitgekozen, en toch is een van jullie een duivel!"
Toen vroeg hij hun:
"Wie ben ik dan
volgens jullie?"
[MATAI 16:16 e.v.]