~*~
Traditioneel gezien
roept die 'protestantse g d' ons dus tot iets op
in de ogen van de orthodoxe
gelovigen.
Het is
wel allemaal van verbeelding,
maar voor de eenvoudige gelovige gaf
[en geeft?]
het geloofsrust?
We hadden het
al eerder en vaker over die manier van 'zien'
in allerlei diverse mydiverhaaltjes sinds 2004:
hoe die "G D" [voor die gelovigen] ons roept en waartoe die g d ons roept
in de geijkte geloofstaal van die tijden
[die soms nog wel gehanteerd wordt door brede lagen der orthodoxe,
roomse en protestantse bevolking]
en dat gaat dan meestal
[ik laat de legioenen heiligen en zaligen
maar buiten beschouwing want dat is me net iets
TE ingewikkeld!]
zo ongeveer verder
als volgt?
Eigenlijk
kwam dit alles
dus ook al eerder ter sprake
'in den beginne', toen we zagen dat die "G D" 'de mens' roept tot tweeerlei:
namelijk "Zijn Heil" [whatever 'it' may be] en "Zijn Dienst",
en daar komen wij in de praktijk van ons leven om de hoek kijken
na al die andere planten, dieren en
verre voorouders
...
We merkten
toen ook alreeds op,
dat deze twee 'onafscheidelijk' verbonden zijn in de ouderwetse geloofsleer
en dit alles werd in de ogen der gelovigen eigenlijk aanhoudend bevestigd in de manier waarop zij
al die bijbelverhalen lazen en met elkaar in overeenstemming
probeerden te brengen.
Want al scheen soms in het ene mydiroepingsverhaal
de nadruk meer te vallen op 'het heil' en in het andere op 'de dienst',
het was in hun ogen toch altijd zo,
dat 'g ds dienst' heil insloot
en 'g ds heil' onze
dienst?
Laten we
over beide
nog iets zeggen
ter afsluiting van deze reflecties
op de traditioneel gelovige christelijke zienswijzen:
eerst over 'heil' [ook zo'n frappant en veel misbruikt woordje!]
en dan over dienst
[ook erfelijk belast?]
...
In 'het' evangelie
werd ons 'vergeving' en 'verzoening' geboden
[in de bijbeltaal der verbeeldende gelijkenissen]:
alles wat er tussen "G D" [in bijbelse beeldtaal] en ons [alle mensen] instond,
heeft "Y"/Yehosjoea haNatsri haMasjiach als 'zoon van Yahweh/Elohiem' [als "Christos"] voorgoed weggenomen in de ogen van die christenen [ook al is en blijft dat OOK 'multi~interpretabel'!] ...
Van ons werd eigenlijk maar EEN ding gevraagd,
namelijk: DAT nu 'aan te nemen',
DAT eenvoudigweg
te 'geloven'.
Immers
[de evangelistische
'propaganda'~bijbeltaal aanziend
en aannemend voor "Woord G ds"],
voordat Yesjoea stierf aan "Zijn Kruis",
zei hij: '"HET" is volbracht!'
En DAT is in de ogen der gelovigen nu 'het heil',
dat alles [van godswege via zijn zoon] 'volbracht' is:
dat het juist DAARDOOR nu en voor eeuwig voorgoed in orde is tussen "G D" en 'ons',
en nu hebben we niets anders meer te doen,
dan DAT 'heil' als een 'cadeau van g d'
aan te nemen!
Dit 'heil', deze verlossing,
bevrijding en daaropvolgende 'vervolmaking'
is ook DIT: dat wij DOOR het evangelie, DEZE blijde boodschap voor alle mensen,
LICHT krijgen op alle brandende levensvragen,
ontwikkelingen, zienswijzen en
[al onze] problemen?
NIET
dat ALLES
nu in EEN klap
plotseling volkomen is opgelost,
maar wel dat we 'licht krijgen',
zicht op de werkelijke verhoudingen tussen mensen onderling
en de rest van 'de oorspronkelijk goddelijke
schepping' ...
LICHT, omdat ik weet
Yehosjoea haNatsri haMasjiach
is de Sterkste [want zwakste] Kracht in de wereld:
'HIJ zegt zelf immers [als 'g ds verlossende spreekbuis' tot ons]':
" ZIE: IK heb de wereld overwonnen!"
Heil, verlossing, bevrijding, vervulling,
dat is 'goddelijke veiligheid', omdat ik [als gelovige]
in leven en in sterven het eigendom ben van "Y"/'yhwh'
en dat "HIJ" mij vasthoudt [en blijft vasthouden door alles heen]
en draagt dwars door heel dit vermoeiende moeilijke
ingewikkelde menselijke leven
op aarde ...
JUIST
wanneer
de moeilijkheden komen,
zien we soms pas eerst recht de heerlijkheid van dit heil als de verlossing en bevrijding,
waartoe we [van het begin af aan eigenlijk al]
werden 'geroepen'!
Dwars door alle 'kerkstrijd'
en krankzinnige godsdienstoorlogen
heen?
We zien
hoe dreigende wolken
zich al bijna meer dan tweeduizend jaar lang
samenpakken [compleet met allerlei gedonder en fel gebliksem
geile hagelbuien, overweldigende natuur- en atoomrampen e.d.]
boven 'de gemeente',
maar juist in DIE omstandigheden openbaart zich dan ook
een geloofskracht en een geloofsblijdschap,
die geweldig en overweldigend is [sterker, want zwakker] dan
'al het andere'!
MIDDEN in DIE
voor de gemeente zo gevaarlijke tijd,
kunnen DEZE mensen leren zingen op een manier,
die ze vroeger nog nooit hebben gekend:
[in de woorden van een oud/nieuw lied]
Nee Heer!
Ik wil niet
van Jou scheiden,
Ik BLIJF altijd de Uwe,
blijf JIJ dus altijd weer van mij!
Jouw liefde moet en kan alom mij altijd leiden,
JOUW LEVEN wil mijn leven zijn,
Jouw Licht moet schijnen in mijn lichaam
en mijn tempel en mijn huis:
bij kruis naar kracht en
kracht naar kruis?
[DAT is dus 'geloofstaal'!] ...
En onafscheidelijk is dan ook met DIT geluk
de dienst verbonden, waartoe g d ons allen roept.
Immers, waar g d ons ZO koninklijk heeft vergeven al onze tekortkomingen,
DAAR roept g d ons ertoe om ook onze 'naasten'
te vergeven.
Daar
waar WIJ
geheel onverdiend G ds Liefde hebben ontvangen,
daar vraagt g d ook van ons, om nu ook hen, die ons eigenlijk geheel niet zo sympathiek zijn,
zelfs zij die ons haten,
lief te hebben.
Bovendien
is het voor iemand,
die met stille dankbaarheid vervuld is,
omdat wij deze verlossing en bevrijding hebben ontvangen,
in het geheel niet moeilijk meer om NU ook met ERNST [en humor] te gaan vragen:
"Heer, wat wil JIJ, dat ik doen zal?" ...
Temeer daar wij [als echte gelovigen]
een Heer hebben, die onze zwakheden grondig kent en begrijpt:
die weet, dat wij vaak nog struikelen en twijfelen, en die nooit moe wordt,
ons altijd weer te vergeven
en te helpen.
Heilige
helende verlossing
en bevrijding en dienst [werkzaam leven],
zijn niet van elkaar te scheiden:
"G D" roept ons altijd tot beide ...
Immers, wie deze 'zegen' ontvangt, voelt wel,
dat wij iets moeten doen met die rijkdom?
En omgekeerd, iemand, die ziet wat g d in zijn blijde boodschap{pers} van ons vraagt,
die begrijpt, dat wij nooit ook maar iets van die dienst in dat werk terecht kunnen brengen,
wanneer 'g d zelf' ons niet de kracht daartoe
[gratis] geeft?
In een gedicht van
Henriette Roland Holst,
in Tusschen Tijd en Eeuwigheid
waarin zij, zij het dan ook in heel andere woorden,
ditzelfde verband tussen 'heil' en 'dienst' beschrijft,
heet het dan ook in
'oude/nieuwe'
taal:
Wanneer Ge mij roept, nog een werk te doen,
eer ik slip uit het afgedragen kleed,
zo bid ik, dat te morgen noch te noen
noch t' avond Gij mij loslaat en vergeet.
Zie: ik ben zwakker dan ik placht te wezen,
lichter ontmoedigd, spoediger vervaard;
mijn lijf heeft, levend, veel moeheid vergaard,
en steiler is 's levens wand opgerezen.
Ik zou graag willen rusten. Maar ik weet:
ik mag niet rusten eer Ge spreekt: 't is goed,
ge deedt uw deel en uw dienst is ten eind!
Daarom bid ik: stort nog EENS door mijn bloed
een druppel van Uw vuur, dat liefde heet,
en omgord met haar kracht opnieuw mijn lenden.
Tot slot,
want dit loopt [alweer]
veel te ver uit:
in die 'ouderwetse' geloofstaal:
roept g d een ieder van ons, niemand uitgezonderd,
in Yesjoea.
"G D" roept met klem en aandrang,
telkens en telkens weer.
Hij/zij roept ons tot DIT 'wonderbaar heil',
door DEZE verlossing en bevrijding en vervulling tegelijk tot zijn eerlijke dienst!
Hebben wij [heb ik, heb jij] deze roepstem al gehoord?
Zo niet, dan ligt dat toch echt niet aan "G D",
maar aan onszelf.
Want een ieder wie maar luisteren wil,
die hoort die roepstem wel
[in eigen taal en
teken] ...
Als g d roept,
dan moet en kan ik antwoorden:
'ja of nee'!
Wanneer ik 'nee' zeg,
versmaad ik het allerbeste,
dat ik kan krijgen in
dit leven.
Wat zal jouw antwoord zijn,
en wat het mijne?
~@~