halleloe yah i/d glori yah etcetera: van bijgeloof

naar echt geloof

Zegt niet,
wy zijn menschen:
maar toont, dat gy [ware] Christenen zijt!

'T is eene weereldlings taal:
ik kan 't niet vergeten, schoon ik het vergeve.

Zo hebben wy Christus niet geleert:
maar nedering, lankmoedig, vreedzaam zijn;
wie kan ook Christus aan 't vloekhout zien, en trots, en hoovaardig, en wraakzuchtig wezen?

Daar hangt hy naakt,
en zouden wy prachtig zijn in kleederen en praalgewaaden,
die om der zonden wille zijn ingevoerd, en de zielen niet vercieren konnen?

Daar hangt hy doorwond,
en zouden wy vermaak hebben in wellusten des vleesches, in zonden, in weelde, in weereldvreugd?

Of weet gy niet, dat de liefde der weereld, vyandschap by G d zy?

Hoe gelukkig zouden wy zijn, indien wy ons altij op den kruisberg ter schoole begaven!

Daar zouden wy leren, het geen alle de schoolen der Wijsgeeren niet uitvinden konnen:
daar zouden wy G ds gerechtigheid, en 's Heilands menschenliefde middagklaar zien;
daar zouden wy leren, hoe dier onze verlossingen den Heiland sta;
hoe groot een voorbeeld hy gegeven hebbe van alle deugden,
die ons te betrachten staan.

Maar hier hapert het den meesten:
zy vinden alles afschouwlijk op Golgotha, en zoeken daarom de weereld:
daar lacht men, daar speelt men, daar vermaakt men zich,
daar is geen kruis, geen strijd, geen verdriet.

Verdwaasde weereldling, die zo veel zoets in de weelde, in de zonde, in de gezelschappen,
in de aardsche vreugden vind!

Ziet gy den engel niet, die onder dat lokaas verborgen is?

Al wat gy zoekt, is ijdelheid, en niet dan een schijn; kan u die verheugen?

Gy spot met G dvruchtigheid en deugd, en zonder dezelve is 'er geen vermaak op aarde.

Gy schimpt met geloof, en vertouwen op G d, en tsiddert voor dood, en oordeel.

Gelooft gy niet, dat 'er een G d zy, waarom beeft gy voor den dood?

Gelooft gy, dat 'er een G d zy, waarom lastert gy G d, en G ddienst?

Maar dit is de kracht van 't overtuigd geweten, dat zy toeschroeien, maar niet verijdelen konnen.



Bedroefde vreugd! die eene eeuwige smerte baart.

Rampzalig vermaak! dat gedurigen angst en kommer na zich sleept.

Hoe veel beter is 't, met Yehosjoea voor een korten tijd te lijden, om d' eindelooze vreugd in te gaan!
'T is waar, zo lang het lijden daar is, drukt het, en is niet tot vruegd. Maar wat is het lijden deezes tegen-woordigen tijds by de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaart worden?

Worden wy versmaad en bespot om den naam van Christos, laat ons over de hitte der verdrukkingen ons niet vremd houden, als of ons iets vremds overkwame, maar denken, zo is Christus mishandeld, zo is hy
bespot, zo moeten wy gemeinschap hebben aan zijn lijden: zo moet onz geloof, als goud door 't vuur, beproeft worden, tot G ds lof en heerlijkheid.


ROM 8:1~30
AL-KEEN EIN-ASJMAH BAEELEH ASJER HEEM BAMASJIACH YEESJOEA
HAMITHALCHIEM BELO CHAVASAR KIE IEM-LEFIE HAROEACH: KIE TORAT ROEACH HACHAYIEM BAMASJIACH YEESJOEA SJICHRARAH OTIE MITORAT HACHEET WEHAMAWET: KIE MAH-SJELO YACHLAH HATORAH LA'ASOT HANECHELASJAH AL-YEDEI
HABASAR ASA HAELOHIEM BESJALCHO ET-BENO BETOAR BESAR HACHEET OEVEAD HACHEET WAYASJIA ET-HACHEET BABASAR: LEMA'AN TIMALEE CHOEKAT HATORAH BANOE HAMITHALCHIEM BELO CHABASAR KIE IEM-LEFIE HAROEACH: KIE ASJER HEENAH LABASAR BEIENYENEI HABASAR YACHSJOVOE WA'ASJER LAROEACH BEIENYENEI NAROEACH YACHSJOVOE: KIE-MACHASJBET HABASAR HIE HAMAWET OEMACHASJVET
HAROEACH HIE HACHAYIEM WEHASJALOM: YA'AN MACHASJVET HABASAR RAK SINAT ELOHIEM HIE BA'ASJER
LO TISJTAEBEED LETORAT HAELOHIEM WEAF EINENAH YECHOLLAH: WEASJER HEEMAH VABASAR LO YOECHLOE LIHEYOT RETSOEYIM LE'ELOHIEM: WEATEM EINCHEM BABASAR KIE IEM-BAROEACH IEM-AMNAM
ROEACH HAELOHIEM SJOCHEEN BEKIERBECHEM KIE MIE SJE'EIN-BO
ROEACH HAMASJIACH EINENOE SJELO


Dus wie in Yesjoea verlost zijn, worden niet meer veroordeeld!

De wet van de Geest die in de bevrijder Yesjoe leven brengt,
heeft ons bevrijd van de wet van de zonde en de dood. Waartoe de wet niet
in staat was, machteloos als hij was door de [oude] menselijke natuur,
dat heeft G d tot stand gebracht ...

Vanwege de zonde heeft hij zijn eigen zoon als mens in dit zondige bestaan gestuurd:
ZO
heeft hij in dit
bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons kan worden volbracht wat de wet ooit van ons eiste?! Ons
leven wordt immers [nu] niet langer meer beheerst door onze eigen [oude] natuur, maar door de [heilige helende nieuwe] Geest! Wie zich [alleen maar] door zijn eigen natuur laat leiden is [alleen maar] gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil! Wat onze eigen [oude] natuur wil brengt de dood, maar wat de [vernieuwende] Geest wil brengt leven & vrede.

Onze eigen
[oude] wil stond vijandig tegenover G d, want hij onderwerpt zich niet aan zijn wet & is daar ook niet toe in
staat? Wie zich [alleen maar] door zijn eigen wil laat leiden, kan G d niet vehagen. Maar jullie leven niet [meer]
ZO!

Jullie laten je [voortaan] leiden door de Geest,
want de Geest van G d woont in ons. Iemand die zich [nog] niet laat leiden door de Geest v/d Verlosser behoort Yesjoe ook niet toe. Maar als Yesjoea in ons leeft, dan zijn wij door zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt ons leven [in overvloed],
omdat we door G d als rechtvaardigen zijn aangenomen. Want als de Geest van hen die Yehosjoea uit de
dood heeft opgewekt in ons woont, dan zal hij die onze Verlosser heeft opgewekt [tot nieuw leven] ook
ons die sterfelijk zijn, levend maken door zijn Geest, die in ons [eeuwig] leeft. Geliefden, we hoeven ons voortaan niet langer meer te laten leiden door onze eigen wil.
Als we dat wel doen, dan zullen we sterven.

Als we echter onze zondige [vleselijke] wil doden door de Geest, DAN zullen we leven! Allen die door die Geest van G d worden geleid, zijn [allemaal] kinderen van G d. We hebben die Geest niet ontvangen om
opnieuw [telkens weer] als slaven in angst [en vrezen] te leven: we hebben die Geest ontvangen [alleen] om G ds kinderen te zijn, en om hem [dag & nacht] te kunnen aanroepen met
"ABBA"
,
'VADER/MOEDER':
die Geest zelf verzekert onze geest dat wij allen g ds kinderen zijn, & nu we zijn
kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen: erfgenamen van g d. Samen met zijn gezalfde{n} zijn wij erf-genamen: we moeten delen in zijn lijden om met hen te kunnen delen in g ds luister. Ik ben ervan over-tuigd dat 't lijden van deze tijd in geen [enkele] verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst
[nog verder] zal worden geopenbaard. De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar kan worden
wie g ds kinderen zijn. Want de schepping zelf is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop [hope & dope] gekregen, omdat ook die schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en de
luister die aan g ds kinderen geschonken wordt. Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barens-weeen zucht en lijdt. En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot [alvast] de Geest hebben ontvangen,
ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van g d zijn, de verlossing van
ons sterfelijk bestaan. In deze hope [en dope] zijn wij gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, dan zou dat geen hope meer zijn: wie hoopt er immers nog op wat hij al kan zien? Maar als er nu
hopen op wat nog niet zichtbaar is, dan blijven we inafwachting daarvan volharden. De Geest helpt ons in onze zwakheid; we weten immers nog niet wat we in ons gebed tegen g d moeten zeggen, maar de geest
zelf pleit voor ons met woordloze zuchten! G d, die ons doorgrondt, weet wat de geest wil zeggen: hij weet
dat de geest volgens zijn/haar wil pleit voor allen die hem/haar toebehoren. En wij weten dat voor wie g d liefhebben, voor wie volgens zijn/haar voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt ten goede. Wie hij/zij al vantevoren heeft uitgekozen, heeft hij/zij er ook vantevoren toe bestemd om 't evenbeeld te worden van
zijn zoon, die de eerstgeborene moest zijn val talrijke broeders en zusters. Wie hij hiertoe heeft bestemd,
die heeft hij/zij ook georpen: en wie hij/zij heeft geroepen, die heeft hij ook vrijgesproken: en wie hij/zij
heeft vrijgesproken die heeft hij/zij
ook nu al laten delen
in zijn/haar luister.
11 apr 2009 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende