Guku93b ik wìst wat ze met 'de overzijde' bedóelde

EN MIJN HÀRT BEGÀF HET BIJNA VAN SCHRÌK! Ik hàd wel eens GEHÓÓRD van mensen die in òpperste Nóód ertoe kwamen om 'n Kìnd te òfferen aan de GÓDEN om hèn zó tot verzóening te dwìngen, maar dàt wàren de Verhálen over Mènsen Vèr Wèg?! Níemand in MÍJN familie had óóit zó'n gedàchte geòpperd & ìn SjinarSjoemer had er bij MÍJN WÉTEN nog nóóit 'n dèrgelijke gruweldaad plaatsgevonden!

ÌK kòn nìet aanváárden dat De Tóren dé óórzaak was van Milka's wànhoop & ik kwam tot de conclusie dat haar vòlgelingen, òf wèllìcht de géésten èn de góden, háár krànkzìnnig gemaakt hadden? Mìjn besluit stond vàst: ÌK móest aan déze tóestand 'n éind máken nu dit práten àlléén al niet meer híelp.

Práten híelp niet meer, want we spraken twéé verschìllende tálen!

'MÌLKA, MÍJN koningìn,' zei ik, 'je wéét hóezéér ik jóu líefheb, maar ik ga je verlaten. Ik heb je onze zoon Évèr teruggegeven, maar JÍJ hebt Mìjn Òffer níet aanvaard. Je verwíjt me ÈLKE stàp die ik ZÈT, ÈLKE hàndeling die ik verricht, èlk Wóórd dat ik spreek! JÍJ bènt pàs tevréden als ÌK me gedráág als 'n dóde in het DÓDENRIJK, waar ik slechts een schìm zal zijn van mezèlf?!'

[guku94@sjoemerbavèl]

Tot mijn verbazing had ik Milka met mijn woorden tot zwijgen gebracht: ze keek me aan met grote, uitpuilende ogen! Het medelijden stroomde als een slappe pap mijn lichaam binnen, en m'n knieën begonnen te knikken! Ze was móói, ik zàg het simpele, onbezorgde meisje voor me dat ze ooit geweest was en bijna zwichtte ik voor mijn zoete herinnering? Maar ik vermande me. De Stàd veràndert sommige mensen in lichtzinnige losbollen, anderen doen er ideeën op die op het eenzame platteland geen wortel zouden schieten, maar die zich tussen de vier muren van benauwde huizen in àl hùn gìftigheid kùnnen onwìkkelen.


'Ìk moet je verlaten,' zei ik, 'want ik drijf je tot wanhoop en jíj dooft in mij de geringste levensvonk!'


Ze scheen iets te willen zeggen, haar mond ging open, maar met een handgebaar legde ik haar het zwijgen op; ik zàg haar verbazing: nog nooit eerder had ik haar mijn WÌL opgelegd. Uit haar blik sprak enig ontzag. Ik begreep dat ik de man aan het spelen was waarnaar zij verlangd had, een màn die háár áánkon, die haar de mond kòn snoeren, het soort man dat ik nìet wìlde zijn.

12 nov 2014 - bewerkt op 13 nov 2014 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende