gkII84b Opkara kwam langs om ons te troosten ~~~~~
"HET LAND
IS VERWOEST, MAAR
(zei hij) WE HEBBEN NOG VOORRAAD
IN ONZE PAKHUIZEN: WÈL MOET ALLES OP RANTSOEN!"
Ik, Bityah, zag dat híj zich
al NÈT zó op z'n gemak voelde in de slavenhut
van Amram & Yochèvèt als in 't luxueuze huis van z'n ouders. Yochèvèt was z'n tweede moeder
& ik zag dat hij bij haar kind aan huis was! Ik herinnerde me hoe dol Mosjeh op hem was toen Opkara al
als kleine jongen met Yochèvèt mee naar 't Paléis kwam, één dag in de week, èn hóe vertederd hij hem z'n 'broertje'
noemde! Opkara ging op de grond zitten, naast Yochèvèt; ze sloeg een arm om z'n schouders en iedereen
begreep waarom, want het was duidelijk dat de jongen er ellendig aan toe was:
"MIJN VADER IS ZIEK!" stamelde hij.
"HIJ LIGT OP BED, ZIJN GEEST
IS IN DE WAR!"
Niemand zei iets,
want niemand wist een woord van troost?
In zekere zin waren we allemaal ziek en was de geest van heel AeGYPTe in de war?
Er bestonden geen woorden meer waarmee de chaos beteugeld kon worden
of 't verdriet kon worden gestelpt?
De taal was van elke betekenis ontdaan.
We stootten holle klanken uit zoals dieren doen
en zaten suffig bijeen, hulpeloos wachtend op Iemand die 't Verlossende
Woord zou komen spreken of Iets dat de wereld weer bij zinnen zou brengen,
maar er diende zich Niemand of Niets aan.
Veel AeGYPTenaren kwamen naar 't Paleis getogen
& smeekten Farao om de Hebreeën te laten gaan, maar de farao
hield zich stokdoof en er kwam geen wijs woord over zijn lippen. Veel Hebreeën smeekten Mosjeh om 'n oplossing
voor dot gruwelijk conflict waarin ze allen terechtgekomen waren, maar Mosjeh antwoordde
dat zonder de bereidheid tot het brengen van offers
er geen verlossing
mogelijk was úit
de Slavernij!
"G d"
strafte enerzijds
de AeGYPTenaren en
stelde anderzijds deze
Israëlitische Hebreeën
'op de proef'?
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende