ZÍJN,
WANNEER DE WERELD
MIJN LICHAAM NIET MEER ZAL ZIEN [...]!
Ik verheug me op de beesten die voor mij klaarstaan:
ik hoop ze in de juiste stemming te kunnen ontmoeten,
als het nodig is zal ik ze strelen in de hópe dat ze me ogenblikkelijk verslinden
en dat ze níet met MÍJ òmgaan zoals met sommigen die ze uit àngst níet aangeraakt hebben?
Maar àls ze ònwìllig zíjn òm MÍJ áán te vàllen, zal ik ze ertoe dwingen [...]! Mogen vuur en kruis,
Troepen Wìlde Beesten op mij neerkomen, mogen mijn botten breken, verscheurd en ontwricht worden;
mogen mijn ledematen worden afgerukt, mijn hele lichaam tot stukken vermalen, en mogen zelfs alle
folteringen van de duivel en z'n mallemoer over mij neerdalen, als ik maar vreugde kan beleven aan
YESJOEA de Gezalfde "Christos Redder Verlosser" 'genezer heler & vervolmaker' van al wat leeft!" Uit:
Brief van Ignatius van Antiochië aan de Romeinen! Die Vroege Kèrk ontwikkelt dus blijkbaar ook al
snel deze cultus van de martelaren, ook wel 'heiligen' genoemd? Hun graven worden, eenmaal ge-
ïdentificeerd, ware bedevaartsoorden, maar ook de kern van begraafplaatsen: de christenen willen zich blijkbaar
dolgraag aan hùn zijde laten begraven om zo meteen mee te kunnen gaan profeteren van hun groter genade en vooral
hun bemiddeling in de dood; de perioden van vervolging die elkaar in het überwrede Romeinse Wereldrijk afwisselden, zijn evenzovele gelegenheden om de martyrologen aanzien te geven! De kalenders zijn dan ook eeuwenlang volop gewijd aan de talloze martelaren van heinde en verre: Blandine, in 177 in een dpcircusarena in Lyon aan de leeuwen gevoerd, Laurentius, in 258 geroosterd boven een vuur, talrijke bisschoppen evenals enkele pausen, Zoals Fabianus (250), Stephanus (257) & Sixtus II (25
! OLH&OLV
kennen vreemde kost-gangers, rare snuiters, enge achtervolgers, bloedige magistraten &
woelige volksmassa's verzot op brood met/zonder
beleg & heul veul spelen met
eikenloofzwaarden op allerlei
borsten &
kelen?