fl/139: volgens de teksten ...


verwierp
de boeddha
Elke Vorm Van

persoonlijkheidsverering.

Toch is 'r één voorval dat verbazing wekt:
i/d dagen voorafgaand aan z'n eerste preek,
zegt de Palitraditie, zelfs nog voordat de sangha ontstaat,
zien twee handelaren uit Rangoon, de broers Tapussa & Bhallika,
De Boeddha onder zijn boom zitten & onmiddellijk worden ze getroffen door 't uiterlijk van deze wijze die klaarblijkelijk 'n hoger niveau van kennis heeft bereikt?! Ze voeren 'n gesprek met hem & zijn vlg. De Overlevering de eerste twee leken onder zijn volgelingen. Daarna vragen ze hem, voordat ze verlof nemen om hun weg te vervolgen:
"ZOU U ONS ENKELE HAREN KUNNEN GEVEN ZODAT WE IETS VAN U MEE NAAR HUIS KUNNEN NEMEN OM U TE VEREREN?"
De Boeddha geeft hen 8 haren: DÌT aandenken zou zich tegenwoordig i/d majestueuze Swedagon pagode @ Rangoon {Birma} bevinden, 'n reusachtig complex volledig bedekt met goudblaadjes; bovenop de hoofdstoepa, die deze 8 haren zou bevatten, staat 'n gouden bol die met 4350 diamanten & 'n grote smaragd van 76 karaat is ingelegd! Toen de politieke situatie in Birma 't nog toeliet, stroomden boeddhisten uit de hele wereld ~ èn van àlle scholen ~ ernaartoe om deze 'heilige relieken' te vereren. 'n Uitsoraak v/d Boeddha die door de Theravadatraditie o/d voorgrond wordt verplaatst is al nèt zô verrassend als déze gebeurtenis!?
"WIE MIJ ZIET, DIE ZIET DE DHARMA. WIE DE DHARMA ZIET, ZIET MIJ,"
zou de boeddha gezegd hebben in 'n rede uit de Samyutta Nakaya. Suggereert de Ont-waakte niet, door zich met De WEG te vereenzelvigen, dat híj(zelf) 'n element in zich heeft dat HÈM v/d andere mensen onderscheidt, & dat zó aan HÈM (ook) 'n buitengewone & universele status verleent? Deze uitspraak doet denken aan 't antwoord van Yesj toen Thomas aan hem vroeg:
"HOE KENNEN WIJ DE WEG?",
waarop Yesjoe antwoordde:
"IK BEN DE WEG, DE WAARHEID EN HET LEVEN. NIEMAND KAN BIJ DE VA DER (MOEDER) KOMEN DAN DOOR MÍJ! ALS JULLIE MIJ KÈNNEN DAN ZULLEN JULLIE OOK MIJN VADER (MOEDER) KENNEN, EN VANAF NU IS 'T OOK MÓGELIJK DAT JULLIE HEM (HAAR) KENNEN, WANT JULLIE HEBBEN HEM (HAAR) ZELF GEZIEN!"
{vlg. Yochanan 14:6-7}.
blozen
01 jan 2013 - bewerkt op 01 jan 2013 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende