(ka/146) In de GESPREKKEN zien we dat hij milde kritiek op z'n leerlingen levert om hen tot de grens van hun vermogens te voeren, maar zon-der hen ooit te intimideren: Kong Foetsie BLEEF altijd laconiek, minzaam & kalm, luisterde zorgvuldig naar hen & was steeds bereid om rekening te (blijven) houden met hun standpunt. Hij verklaarde dat hij geen wijze was, dat zijn enige talent lag in een 'onvermoeibare inzet om te leren & 'n vastberaden geduld bij 't onderricht aan anderen'! Ook de Boeddha Gautama leerde z'n monniken om (altijd) vriendelijk & hoffelijk met elk ander om te gaan: zijn lekenleerling koning Pasenadi van Kosala was bijzonder onder de indruk v/d vriendelijkheid v/d boeddhistische gemeenschap, die in scherp contrast stond met de sfeer aan 't koninklijk hof, waar iedereen (vooral) door eigenbelang werd gedreven & onophoudelijk ruziemaakte?
Wanneer hij met z'n raad overlegde, zo klaagde hij, werd hij voortdurend onderbroken & soms zelfs met kwaadwillende vragen bestookt. Maar na dat hij bij de Boeddha op bezoek was, zag hij monniken 'die net zo vreedzaam bij elkaar leefden als melk bij water & elk ander zo aankeken met vriendelijke ogen, [...] glimlachend, hoffelijk, oprecht blij [...] terwijl hun denken net zo zacht bleef als 'n wild hert'! Op 'n dag vertelde hij Boeddha over 'n gesprek met z'n vrouw, waarin ze beiden hadden toegegeven dat ieder voor zichzelf 't belangrijkst was. In plaats van de koning terecht te wijzen over de 'onwetende' aard van egoïsme of een discussie over anatta {niet-zelf} te beginnen, verplaatste de Boeddha zich in de positie van Pasenadi & begon op 't punt waarvan de Boeddha dacht dat hij zou moeten zijn: hij opperde dat de koning, als hij meende dat er voor hem niets dierbaarder was dan hijzelf, er eens bij moest stilstaan dat ieder ander er precies zó over dacht. Daarom, zo concludeerde BG, 'moet iemand die van zichzelf houdt niet 't zèlf van anderen schaden'. NÈT als SO Crates was BG ervan overtuigd dat kennis 'n proces was van 'jezelf ontdekken': je kreeg geen inzicht door de opvattingen van anderen te accepteren, maar door de waarheid in jouzelf te (onder)zoeken. Ook 'leken' konden dit!
De Kalamans, 'n tribaal volk dat in 't noordelijkste grensgebied v/h Ganga/Gangesbekken leefde & probeerde z'n plaats i/d nieuwe stedelijke cul-tuur te vinden, zonden 'n delegatie naar BG want ze verkeerden in grote verwarring: de ene na de andere leermeester had zich al met hen beziggehouden, maar ieder had alleenmaar z'n éigen leer naar voren gebracht & kritiek op alle anderen geleverd! HÓE konden ze nu weten wie gelijk had? We'll see, or we won't! Eerst koffie, water, brood & medicijnen: daarna zien we straks of later vast wel weer verder wie wat waarom zei ~~~
