~!@$*$@!~
DE
Romeinse historicus Tacitus,
een vijand van het christendom,
dat zich in zijn tijd [55-116 {?}] snel over zijn wereld verbreidde,
schrijft over Christos, dat nadat hij ter dood was gebracht door Pontius Pilatus,
zijn aanhang snel en onverwacht toenam:
"En zo liet Nero (...) schuldigen aanwijzen
die hij de meest geraffineerde folteringen liet ondergaan.
Dit waren de mensen die verfoeid werden om hun wandaden
en die het volk 'christenen' noemde.
De benaming is ontleend aan Christos,
die tijdens de regering van Tiberius door de procurator Pontius Pilatus
met de doodstraf werd bestraft.
En ook al was dit verderfelijk bijgeloof voor het ogenblik onderdrukt,
toch stak het opnieuw de kop op,
niet alleen maar in Judea, bakermat van dit kwaad,
maar ook in Rome zelf,
waar al wat barbaars en schandelijk is uit alle hoeken van de aarde
samenstroomt en aanhang
vindt" ...
[Jaarboeken, 15, 44].
ZO
keek men van buitenaf aan tegen het gebeuren,
dat de aanhangers van Yehosjoea zijn opstanding noemden?
De vertegenwoordigers van de Romeinse wereldheerschappij
hebben bij hun politieke afwegingen zorgvuldig rekening gehouden
met de opstanding van martelaars en martelaressen,
zoals blijkt uit de volgende
mydiscene.
Herodes Antipas,
die Yochanan de Doper had laten vermoorden,
verneemt met bezorgdheid dat onder het volk wordt verteld
dat Yesjoea de 'weer opgestane' Doper is.
Hij gelooft het zelf ook.
"Sommigen zeiden: 'Yochanan de Doper is opgewekt uit de dood
en daardoor beschikt hij over wonderbaarlijke krachten.' (...)
Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: 'Het is Yochanan, die ik heb onthoofd,
die weer is opgestaan' in Marc 6:
14-16 ...
De
wonderbaarlijke
daden van Yesjoe, zijn genezingen van zieken,
zijn boodschap van bevrijding door g d, waren in de ogen van het volk,
maar ook in die van de koning, een voortzetting van het werk van de Doper?
Over de messiaanse profeet ['de Egyptenaar'] werd onder het volk verteld,
dat hij niet ter dood gebracht was,
maar 'verdwenen'.
Dat
betekent
vanuit het perspectief van het volk:
hij komt terug, of iemand anders zal zijn werk voortzetten.
Het betekent dat degenen die de messiaanse profeten ter dood gebracht hebben,
niet zomaar rustig vanaf nu achteroverleunen kunnen:
de opstand, de onrust onder het volk zal voortduren,
want hun terechtgestelde profeten zijn
onrustige
doden ...
Het
geloof
in de opstanding
is diep geworteld in de ziel van het volk,
'dat in duisternis leeft' volgens Lucky Luke 1:79
en ernaar hongert en dorst om voor haar g d 'toegewijd en oprecht'
volgens Lucas 1:75 te kunnen
leven?
Het
geloof
in de opstanding
van de gekruisigde Masjiach Yehosjoea haNatsri
is van unieke en bijzondere aard;
zonder dit geloof zou er geen christendom bestaan?
De verwachting van de "Komst van G D" als koning over hemel en aarde
[in plaats van wat voor andere koning, keizer of machtige heer of heerseres dan ook]
was in het jodendom verbonden met de verwachting
van de 'opstanding
der doden'.
"G D"
zou de mensheid richten:
de nog levenden en de al gestorvenen,
en de rechtvaardigen zouden daarna opstaan ten leven.
Vaak heeft men zich ook concrete voorstellingen gemaakt van deze opstanding:
alle beenderen worden weer bijeengevoegd en het vlees
zal daarop terugkeren.
Er waren
allerlei oude profetieen,
die de opstanding van het vernederde volk verkondigden:
'
ZO spreekt de Heer YHWH tot deze beenderen:"ZIE,
IK ga de levensgeest in jou terugbrengen en jij komt weer tot leven.
IK leg pezen op jou, bekleed je met vlees en overtrek je met een huid;
DAN schenk IK jou de levensgeest en jij
komt weer tot leven!"
in Yechezkel 37:
5v ...De
lichamen van de doden
zijn niet door G D vergeten en ze blijven in de collectieve herinnering
van het volk van G D.
In de joodse geschiedenis
is de herinnering aan de geschiedenis en aan de doden een deel van het geloof,
deel van de joodse
identiteit.
DEZE
traditie is ook
her en der in het christendom sinds eeuwen bewaard gebleven,
bijvoorbeeld in het gebruik om de doden in de aarde te begraven en ze niet te verbranden,
opdat ZIJ hun lichamen {DNA/RNA?} behouden blijven voor
'de opstanding'?
De
doden
horen bij de levenden!
De verwachting van de opstanding van de doden is gebaseerd
op de bewust ervaren gemeenschap van de levenden met de doden;
in DIE gemeenschap wordt grote betekenis gehecht aan de lichamen van de mensen!
"G D" heeft 'de lichamen geschapen',
en "HIJ/ZIJ" zal 'de doden nieuwe lichamen schenken'!
Het dualistische geloof in de onsterflijkheid van de individuele ziel daarentegen,
dat men vaak in het huidige christendom aantreft,
heeft geen bijbelse wortels en beschouwt de lichamen van de mensen
als bijzaak?
Het
geloof
in de opstanding van de doden tot het eeuwige leven
is een manier om de stellige verwachting tot uitdrukking te brengen
dat het onrecht NIET
het laatste woord
heeft.
OOK
als het geweld
van mensen tegen mensen
in de vorm van moord definitief zegeviert,
dan is deze overwinning slechts SCHIJNBAAR definitief -
DAT is wat deze hoop wil
zeggen ...
DE
'opstanding van Yehosjoea'
werd dus in het vroege christendom
niet gezien als een eenmalige gebeurtenis,
zoals het latere christelijke dogma dat tot vandaag de mydidag toe betoogt.
Voor de mensen die in de 'opstanding van Yesjoea' geloofden was van belang dat
"ALLE doden zouden
opstaan"!
Ze
zeiden
volgens 1 Korinte 15:20 [en elders]:
"Hij is de eersteling van hen die gestorven zijn"Door hen die kritisch staan tegenover het 'geloof in de opstanding' is steeds weer betoogd
dat alle mensen aan ontbinding onderhevig zijn, en dat dat zo ook met Yesjoe is gegaan.
DAARMEE wordt kritiek uitgebracht op het kerkelijk dogma, dat eist dat de christenen geloven
in een opheffing van de natuurwetten en het eenmalige wonder van
'de opstanding van
Yesj'?
Maar voor de mensen
die leerden om in de opstanding van Yehosjoea te geloven
was de vraag of het graf van Yesjoea LEEG was na zijn opstanding
of dat men de opgestane zou hebben kunnen fotograferen,
niets iets wat hen echt bezighield?
De evangelies vertellen veel mydiverhalen
van vrienden en vooral van vriendinnen, die naar zijn graf gingen
op zoek naar 'de levende'; volgens Lucky Luke 24:1-9:
'Op de eerste dag van de week
gingen ze bij het eerste ochtendgloren naar het graf..
Ze hadden geurige olie bij zich, die ze zelf bereid hadden.
Maar bij het graf aangekomen, zagen ze dat de steen voor het graf was weggerold,
en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de Heer Yehosjoea niet.
Hierdoor werden ze helemaal van hun stuk gebracht,
maar toen stondern er opeens twee mannen
in stralende gewaden bij hen.
Ze werden door schrik bevangen en wierpen zich op de grond.
De mannen zeiden tegen hen:
"Waarom zoeken jullie de levende onder de doden?"
Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt.
Herinner je wat hij jullie gezegd heeft toen hij nog in Galilea was:
"De Mensenzoon moest worden uitgeleverd aan zondaars en gekruisigd worden
en op de derde dag opstaan!"
Toen herinnerden zij zich zijn uitspreken.
Ze keerden terug van het graf en gingen aan de elf en aan al de anderen
vertellen wat er was gebeurd.'