IN
DE VIER
STEDEN WAAR ZIJ
HUN EUANGELIE GEBRACHT HADDEN,
ZOU HET BEOOGDE DOEL GEWEEST KUNNEN ZIJN;
IN ALLE VIER DE KERKEN ZIJN HET DE 'OUDSTEN' DIE DOOR DE MISSIONARISSEN
WORDEN BENOEMD, HELEMAAL VOLGENS JERUZALEMS MODEL (ZIE OOK Hand. 11:30; 15:2, 4, 6, 22/23 & 21:1

!
Men moet bovendien opmerken
(Hand. 14:4, 14) dat tot tweemaal toe de titel van 'apostelen' aan B & P gegeven wordt,
terwijl de definitie v/h apostelambt zoals die in Handelingen (1:21-22) gegeven wordt, hèn schijnt úit te sluiten v/h getal der apostelen,
& de auteur v/d Handelingen der Apostelen hierin consequent is als hij suggereert dat er tegen 80-85 CE de definitie van apostel beperkter geworden was dan ten tijde
v/d eerste generatie?!
Ongetwijfeld
was het al decennialang genoeg geweest
als en door (de?) heilige geest èn de leiders van een gemeente 'op missie' was gezonden,
om zó simpelweg van een zendeling ook een apostel te maken? Dàt was vóórdat de verwarring die er i/d gemeenten werd veroorzaakt door allerlei rondtrekkende (zeer diverse!) apostelen zonder ècht 'gezag', 'n beperkter definitie noodzakelijk maakte;
NÚ zitten we met de gebakken peren wereldwijd:
wie heeft wel/niet/'n beetje 'gelijk' &
WÁÁRÒM DAN WEL
(òf niet!)?