Et126B: de auteur duidt zich aan als 'Ya'akov' aka
"JACOBUS, DIENAAR GODS EN DIENAAR VAN DE HEER IESOUS CHRISTOS",
WAT TAMELIJK NEUTRAAL KLINKT, MAAR HIJ ÚIT ZICH MET EEN GEZAG DAT ONHERROEPELIJK DENKEN DOET AAN 'DE BROER VAN DE HEER', HOOFD V/D KERK VAN YEROESJALAYIEM TOT HET JAAR 62: HET IS DUS 'N WERK ONDER PSEUDONIEM, DAT ZICH BEROEPT OP
OP DEZE GROTE PERSOONLIJKHEID, DIE TOT LANG NA ZIJN DOOD VAAK DE OPPERSTE AANBEVELING VOOR ALLE CHRISTENJODEN GEBLEVEN IS? WAT DEGENEN BETREFT AAN WIE DEZE BRIEF GERICHT WAS, ZIJ WORDEN AANGEDUID ALS 'DE TWAALF STAMMEN IN DE DIASPORA LEVEND', WAT OGENBLIKKELIJK DENKEN DOET AAN JOODSE GEADRESSEERDENOF ALTHANS CHRISTENJODEN.
Overigens leent de term geadresseerden zich niet echt om de lezers aan te duiden voor wie dit geschrift bedoeld was: het gaat eerder om een soort van encycliek die bestemd is voor het geheel van dr joden in de diaspora, CHRISTENJODEN daarbij inbegrepen, en geschreven door een christelijke schrijver die pronkt met het gezag van Jacobus, een persoonlijkheid die bekend staat om zijn trouw aan de wet van Mosjeh & z'n vroomheid. De auteur behandelt zijn lezers als 'broeders', wat suggereert dat hij zich, als 'n goede jood, met hen verbonden weet! Soms is men zelfs zó ver gegaan te stellen dat deze brief een joods document was, met enkel een christelijk randje doordat er tweemaal gewag wordt gemaakt van 'de Héér JESUS christus' (1:1 & 2:1)?
Deze bewering is overdreven, want er zijn aanwijzingen genoeg die duidelijk maken dat het om 'n christelijk geschrift gaat ~ bijvoorbeeld het debat waarin het gaat over de vraag of het heil komt doorhebt gelooft door de goede werken (2:15-26), wat toch 'n zekere kennis van het gedachtegoed van de apostel SP veronderstelt?! Maar al uit de auteur zich wel als CHRISTEN, hij det dat met een uiterste discretie alsof hij vóór alles wil vermijden om een schandaal te veroorzaken!? Men heeft soms ook beweerd dat deze brief van Jacobus níet planmatig opgezet was, naar het literaire model van de hellenistische aansporingen, die met opzet ongeordend zijn opdat elke raad of oproep voor zìch kan spreken en niet als 'n onderdeel van een GEDACHTEGANG of van een 'Groter Gehéél'!? Het is onmiskenbaar dat de stijl van dit geschrift veel wegheeft van de aantrekkelijke ongeordendheid v/d hellenistische aansporingsgeschriften: toch vindt men in 't midden v/d brief 'n serie raadgevingen die 'n eenheid vormen. Waarover straks of later meer. Eerst wat medicijnen & een kopje koffie met droog brood. Lehitraoth & de ballen!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende