~*~
CENTRAAL
in de Gita
staat de persoon
van de g d~wagenmenner Krishna,
en we moeten onze aandacht op hem toespitsen
om de boodschap te kunnen ervaren die ook
~ of misschien vooral ~ voor de
'moderne' westerse mydilezer
belangrijk kan
zijn?
In
onze huidige
hedendaagse wereld barstensvol
van technologie & geslachtsziekten,
zwitserlevenverzekeringen & doomsdayscenarios
en die z.g. horizontale medemenselijkheid
confronteert de Gita ons dus met
die diepere werkelijkheden
van een eventuele
al of niet 'bestaanbare'
persoonlijke g d
die dolgraag zou willen ingrijpen
in het wereldgebeuren
en in het leven van
de 'mydimens'!
Wat
moeten wij
nu nog met
de 'onsterflijkheid'
van het
'zelf'?
Het
eerste argument
dat Krishna gebruikt
om de weifelende Arjuna
tot actie aan te moedigen
is de onsterfelijkheid van het "Zelf"
{
atman}, zijn eigenlijke
identiteit!
Deze
argumentatie is
ook logisch aangezien
Arjuna niet alleen maar
vreest voor zijn eigen dood,
maar ook voor de dood van
zijn familieleden.
Dit
"Zelf"
~ de 'geestelijke vonk',
wij zouden soms nog wel zeggen:
de 'ziel' ~ is een begrip
dat veelvuldig voorkomt in de filosofische teksten
van VOOR de Gita,
zoals bijvoorbeeld de
Oepanishaden ...
Het "Zelf"
is als een 'eeuwig deel' van "G D",
onsterfelijk, buiten
de tijd:
Een klein deeltje
van Mijn Zelf wordt een individuele ziel
in de wereld van de levende wezens.
De individuele ziel omhult zich met de vijf zinnen en het bewustzijn,
in de natuur zijn ...
Wie denkt
dat de Ene doodt
en dat de Ene gedood wordt,
die ziet de waarheid niet.
Want de Ene doodt niet
en wordt ook niet
gedood.
Deze wordt nooit geboren
en sterft ook nooit, en na Zijn ontstaan
houdt Deze nooit op
te bestaan.
DIT is
ongeboren,
eeuwig, permanent en
de oorsprong van
alles.
DAT
gaat niet
dood
als het lichaam
gedood wordt!
Op zichzelf
is het "Zelf" statisch,
eeuwig en buiten de tijd,
maar in ons zwerven van het ene lichaam naar het andere
is het verbonden met een menselijke persoonlijkheid:
in onze onwetendheid
{agyana} zien we het "Zelf" niet,
wel het ego [het
'zelf']?
Bevrijding
~ wij 'westerlingen
spreken vaak nog eerder van
'verlossing' ~
bestaat dan precies
in de onafhankelijkheid
die het "Zelf" bereikt
tegenover de materiele
persoonlijkheden waarmee het verbonden wordt
in de cyclus van
'wedergeboorten'
...
De mydimens
is wel degelijk een psychosomatische eenheid
en de Gita legt er de nadruk op dat het "Zelf" het centrum is
van de gehele persoonlijkheid.
Het
werkt als
een magneet
voor de verscheidene dimensies
van de menselijke persoonlijkheid:
haar sterkste invloed wordt uitgeoefend op de ziel
{of het contemplatief intellect},
minder op het rationeel
intellect en nog wel
allerminst op de
zintuigen?
Voor
een preciezer
beschrijving van dit onsterflijk
"Zelf" in de mydimens
kunnen we 't best
de Gita zelf
citeren.
Misschien
straks nog even,
of later?
@
