Ekklesia > myDi~tou theou~q{e}hal^YHWH^wasbenkomt!
OP
EEN PUNT
bleef echter de richting die Jacobus/Ya'akov/Israel aan de kerk
van Yeroesjalajiem gaf
ONBUIGZAAM,
ondanks zijn gevoel voor minnelijke schikkingen
waar hij in de eerste tijd blijk van
had gegeven ...
De autoriteiten
van Jerusalem hielden nauwlettend
het leven van de christelijke gemeenschappen van Palestina en de diaspora
in de gaten!
Er manifesteerden zich
centrifugale stromingen in de gemeenschappen,
waardoor de cohesie van de christelijke beweging
[gemeenschappen van Palestina en van Syria die door 'hellenisten' waren
opgericht; het persoonlijke missioneringswerk van Paulos {Sja'oel}]
in gevaar werk
gebracht?
Jacobus en zijn omgeving
spanden zich verbeten in om de eenheid
die zij bedreigd zagen,
te verdedigen.
Barnabas
werd naar Antiochia in Syria gestuurd om te voorkomen
dat het daar mis zou lopen tengevolge van het succes
van de 'evangelieprediking' aan de Grieken
in HAND 11:22-24.
Verscheidene 'profeten'
uit Yeroesjalajiem volgden hem wat later daarheen
en richtten er een solidariteitsbeweging op jegens
de 'broeders die in Yoedea woonden'
in HAND 11:27-29,
wat een goed middel was om de nog zwakke banden
tussen de 'christenen' uit ver gelegen streken
te versterken.
De ontmoeting
met Jerusalem maakte het mogelijk om tot een redelijk compromis te komen aangaande de bekeerlingen
van heidense komaf.
Twee gezanten
van de Moederkerk, Yehoedah & Silas, gingen naar Antiochia om daar dit akkoord bekend te maken en om de broeders {en zusters} te sterken in hun geloof
in HAND 15:1-33.
Toen wat later
Petros zich in Antiochia bevond lieten
'lieden die namens Jacobus kwamen'
tot verontwaardiging van Paulos in GAL 2:14 vv.,
de gezamenlijk genoten eucharistische maaltijden
stopzetten.
Christelijke joden,
onder andere Petros & Barnabas,
en christenen van heidense herkomst in GAL 2:11-13,
namen samen deel aan
die maaltijden.
Paulos was vervolgens
verplicht om tegenstanders die zijn voorbeeld
hadden gevolgd,
te bestrijden.
In alle steden
waar hij gepreekt had moest hij de bekeerlingen herinneren
aan de noodzaak om de joodse wet te respecteren als zij zich EEN wilden blijven voelen met de kerk
van Yeroesjalajiem.
{Zie ook GAL 1:6-9; 3:1; 4:17; 5:7-12; 6:12-13; & FIL 3:2, 18-19;
II KORINTH 3:1; 5:12; 10:12; 11:4-5, 12-15, 18-23; 12:11 ...} ...
Men heeft soms
wel beweerd dat deze judaizerenden niets te maken hadden met de kerk van Jerusalem en
met Jacobus.
Deze bewering
lijkt hoogst onwaarschijnlijk,
alleen al vanwege het feit dat bij Paulos de overtuiging had postgevat
dat er voor hem geen plaats meer was in het oosten ...
zie ROM 15:23.
HIJ vond dat hij,
hoewel hij vreesde dat hij er niet goed ontvangen zou worden,
er zich niet aan kon onttrekken zich te gaan melden bij de kerk van Jerusalem met de opbrengst van een collecte die was gehouden in de door hem gestichte kerken voordat hij zich op reis begaf naar Roma & Spanje.
Zie ROM 15:25-32.
Paulus liet op die manier zien
dat hij perfect wist waar de tegenstand die hij
overal ontmoette vandaan kwam.
HIJ wilde daar vanaf,
teneinde Spanje te kunnen evangeliseren met de steun van de christenen uit Roma.
DUS wilde hij zich verzoenen
met Jacobus en met de leidinggevende groep van de kerk van Yeroesjalajiem, door hun te laten zien dat hij niet afwijzend stond tegenover de eenheid, waarvoor hij in hun ogen juist een ernstige bedreiging
vormde.
~@~
Het wat voorzichtig gestelde
myDi~verhaal in de Handelingen der Apostelen over de reis van Paulos naar Yeroesjalajiem ~
aan het hoofd van een talrijke delegatie van alle kerken rondom de Egeische~Zee ~
maakt duidelijk dat jacobus en de andere leidinggevenden van de moederkerk
Paulus uiterst gereserveerd
ontvingen.
Men behandelde hem
als een ongelegen gast wiens komst de interne vrede van de hoofdstedelijke kerk
in gevaar bracht.
Men legde hem
een vernederende zuivering
in de tempel op.
En toen hij
door de Romeinen was gearresteerd, nadat de joodse menigte hem bijna had gelyncht, stak de kerk geen vinger uit om hem
te hulp te komen.
Paulus had te lang
het gezag van Yacobus betwist,
dan dat men nu het risico zou nemen hem de geringste solidariteit te betuigen, al was hij dan ook gekomen om zich
over te geven.
Uit deze toegeeflijkheid
kan men afleiden hoezeer de leider van de kerk van Yeroesjalajiem
zich beschouwde als
de universele
bisschop.
~@@~
Ofschoon Jacobus,
zoals we al eerder zagen, persoonlijk wel in staat was tot het sluiten van een compromis, was hij er toch toe gekomen elke versoepeling van de minimale regels
te weigeren.
Dat kwam
door zijn opvatting over een christelijke eenheid die gebaseerd moest zijn op het handhaven van de
naleving van de wet.
En kort na
de bijeenkomst van 48
werden die regels door de kerk van Yeroesjalajiem
opgelegd aan de bekeerlingen
van heidense
komaf.
Maar deze regels
waren ontworpen om het leven van een kleine minderheid
van niet-joden temidden van gemeenschappen
die hoofdzakelijk uit joden bestonden te
vergemakkelijken.
Zodra echter
het aantal christenen van heidense afkomst TE aanzienlijk werd, ja ze zelfs in de meerderheid kwamen, werd het naleven van die regels een hachelijke zaak, zelfs daar waar men het inachtnemen van de wet niet als een achterhaalde zaak
beschouwde.
DIT was wel
het geval in de kerken die door Paulus
waren gesticht.
Daardoor
ontstond het incident in Antiochia {GAL 2:10>},
een logisch gevolg van een veranderende
meerderheid ...
Zo
waren Petros en barnabas
ervan overtuigd geraakt dat de regelgeving vanuit Yeroesjalajiem achterhaald was, tot de dag waarop de gezanten van Jacobus hen hadden herinnerd aan de richtlijk die door de moederkerk
was opgesteld!
ALS het erop lijkt
dat in het begin van de tweede eeuw van onze jaartelling
de vier taboes ~ vermeld in HAND 15:20-29 ~ in alle kerken van kracht waren, terwijl ze aanvankelijk alleen de kerken van Syria en Cilicia aangingen {HAND 15:23},
dan is dat dus vooral het werk van Jacobus.
HET IS WAAR
dat deze aanvankelijk rituele verboden
{voor de eerste drie ging het over het respecteren van de wetten van Mosje
aangaande het slachten; en voor de laatste over het respecteren van de huwelijkswetgeving van Mosje},
steeds meer werden geinterpreteerd als zewdelijke geboden in een kerkelijk milieu waar de joden slechts een minieme
minderheid vormden.
Die
geboden betroffen:
het verbod om deel te nemen aan heidense offerdiensten,
het verbod op moord en doodslag,
het verbod op seksueel wangedrag,
de oproep om de gulden regel in acht te nemen
{die het verbod om vlees te eten van door verstikking om het leven gebrachte dieren vervangt} .......
~@@@~
Aan de lange bloeiperiode
van de kerk van Yeroesjalajiem
en aan haar invloed op alle christelijke gemeenschappen buiten de
'heilige stad' zou een abrupt einde komen door de marteldood van Jacobus, evenals door de totale fatale catastrofe die korte tijd later
de joodse hoofdstad en
haar tempel trof.
Over de eerste
van deze gebeurtenissen hebben we twee
nogal uiteenlopende verhalen:
EEN van Flavius Josephus {Joodse Oudheden XX 9:1} en
EEN van Eusebius
{Kerkgeschiedenis II 23}.
~@@@@~
Eusebius haalt een fragment op
van de myDi~Gedenkschriften van Hegesippus,
een Palestijns auteur uit de tweede helft
van de tweede eeuw.
ZELFS
als de passage
van Josephus door een latere christelijke hand is omgewerkt,
blijft die toch verreweg de oudste en moeten we daaraan de voorkeur geven.
HIJ situeert de dood
door steniging van Jacobus en van 'sommige anderen'
in het jaar 62 van onze jaartelling na hun veroordeling door het Sanhedrin
van Yeroesjalajiem.
DAT was op instigatie
van de hogepriester Annanias {Chananyah}, die de gelegenheid van een interimperiode tussen twee Romeise prefecten had aangegrepen om deze vergadering
bijeen te roepen.
De beschuldigden
werd verweten dat zij de wet van Mosje hadden geschonden,
maar de publieke opinie in Jerusalem schijnt weinig geloof te hebben gehecht aan de schuld van de
veroordeelden.
Het verhaal van Hegesippus
laat de dood van Jacobus bij het begin van het beleg van Yeroesjalajiem door de Romeinen in het jaar 69 plaatsvinden en hij maakt er een lynchpartij van door een groep 'schriftgeleerden en Farizeeen' die zich zorgen maakte over het succes van zijn
prediking.
Er zal
alleen van blijven hangen
dat het de joodse leiders uit Jerusalem zijn
die een lastpak uit de weg
hebben geruimd!
Wat er ook van zij,
het schijnt alweer een harde slag te zijn geweest voor de kerk van Jerusalem die, zelfs als zij zich niet al teveel zorgen maakte over de dood van haar leider, misschien toch pas na de verwoesting van de tempel in 70
erin geslaagd is een opvolger
voor hem te vinden.
Toen het Romeinse leger
het beleg sloeg voor de hoofdstad
waar de Zeloten een schrikbewind voerden ~ zo lezen we bij Eusebius ~
vluchtten de christenen van Yeroesjalajiem en Yehoedah naar PELLA,
een heidense stad van de DECAPOLIS
ten oosten van de rivier
de Yardeen.
Verschillende historici
hebben dit feit in twijfel getrokken,
maar we moeten zeker toch wel vasthouden aan de {gedeeltelijke?} werkelijkheid
ervan!
Men kan
hoogstens aannemen
dat de gemeenschap, beroofd van haar leider die zo lang
richtingbepalend was geweest,
verstrooid is
geraakt ...
Sommigen
van haar leden
voegden zich bij de zeloten in de hoofdstad,
terwijl de leiders zich in Pella vestigden en andere gelovigen ver van het strijdgewoel een heenkomen
zochten.
In elk geval ~
zelfs na de terugkeer van de kerk in Jerusalem na 70 ~
de invloed die zij ten tijde van Petrus en Jacobus had uitgeoefend op alle gemeenschappen buiten Jerusalem werd
niet meer hersteld!
Van
een zeer gecentraliseerd
regime zoals het christendom dat had gekend voor 62,
ging het van toen af aan over op een integraal systeem van zelfstandigheid voor de plaatselijke
gemeenten.
En DAT
was gunstig voor alle gemeenschappen in de diaspora,
juist op het moment dat het jodendom in Jamnia weer een machtig centrum oprichtte dat zich ging belasten met de hervorming van het jodendom en alle synagogen een, wat men wel moet noemen,
orthodoxie
aanbood.
~@@@@@@@~
Alweer
het zoveelste steentje
in het gebouw van onze eigen
myDi~geschiedenissen van onbekende oertijden,
holbewonerij en nomadisme dwars door Babylon, Egypte,
Persia, Roma, Wallstreet & Ballstreet
enzovoorts
heen.
~@~
Per slot
van rekening
komen de 'rechten
van de mens & het kind',
'grondwetten', 'strafwetten' en
alle andere bepalingen en over~
wegingen, emoties, gedachten en daden
niet zomaar uit de
lucht vallen,
maar
zijn het gevolg
van eeuwenlange op~
stapelingen in menselijke breinen en omstandig~
heden zoals ook dagelijks
in myDi kenbaar
wordt
{tussen de regels door} ...


i
meh
wafwaf
miauwmiauw
kwikkwekkwak & lilalo
behbahboeh
enzo
eh


Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende