ROND
130 (B{C}E),
[dus zo'n 16 jaar
na de verwoesting van Carthago]
probeerden twee broers die verarmde, uitgehongerde
mensenmassa's @ Roma in hun dienst te nemen om hen voortaan in Afika
als boer aan het nuttiger werk te zetten! Dàt waren
de gebroeders GRACCHUS?
Maar in de loop
van de politieke strijd
werden ze toch nog verslagen? Net als al die soldaten
waren de mensenmassa's eigenlijk meestal maar wat al te graag bereid om voor een willekeurige man
haast bijna praktisch àlles te dien wat híj wìlde, zolang hij hèn maar HÙN brood èn spélen bezorgde: want de romeinen waren nu een-maal dòl op feesten, spelen, gokken, amusement, drank, vrouwen & geweld 'hoe dan ook'!? En dan liever niet van die spelen zoals bij de Grieken ('alsvanouds'

, bij wie de voorname ingezetenen zèlf sport(en) bedreven & hun liederen zongen voor HÙN Oppergod, want dàt vonden Romeinen maar belachelijk eigenlijk: hóe in 's hemelsnaam kon je een waardig man nu nog serieus nemen wanneer hij die liederen zong of zijn feestelijk gewaad, zijn Toga, afdeed om vervolgens in het bijzijn van anderen
met spéren e.d. te gaan gooien?
Zùlke dingen
liet je over aan je gevangenen:
díe moesten onder het toeziend ('alziend'

oog van duizenden, ja, vele tienduizenden bur-gers massaal het theater in om daar serieus te gaan worstelen & boksen, tegen alle mogelijke hongerige wilde dieren te echten en/of complete slachtpartijen op te voeren! Dàt was vaak dé bloedigste aangelegenheid: juist dàt vonden de roméinen opwindend; niet alleen liet men ervaren sportlieden met elkaar vechten op leven & dood, óók wierp men zeer graag de ter dood veroordeelden in de ring die 't moesten opnemen tegen wilde dieren, zoals leeuwen, beren, tijgers & olifanten. Koloniaal pleziervertier
net als overal elders
nú óók híer
~~~