drunk

Hoe de Hoogepriester gedraagt.

De Hoogepriester, die, als een lid van den grooten Raad, gezeten was op den Rechterstoel, wend hier den ijver van G ds huis voor om zijnen onverzoenlijken haat tegen JC te bedekken, en was 't mooglijk, te verschalken, en iets doodwaardigs aan te vrijven [zie ook: Handelingen der Apostelen 6:11~14 e.v.!]!

Weinig, of niets, mogten de Jooden tegen Tempel, en Tempel-dienst horen; dien te lasteren, was by hen doodstrafbaar: dit bleek in den eersten bloedgetuigen Stefanus, wien dit ook ten laste wierd gelegd, dat hy van de heilge plaats, en zeden van Mosjeh godlasterlijk gesproken, en gezegt hadde, dat Yehosjoea haNatsri [aka haMasjiach] die plaatse verbreken, en de Kerkzeden veranderen zoud.

Dus staat hier ook de Hoogepriester; die, gelijk de Richters byna onder alle volkeren, zal nu opstaan, als hadde hy eene lastertaal gehoort tegen G d en Tempel: want zo plagten de Jooden in godslasteringen op te staan, om hunne G dvruchtigheid en ontsteltenisse te bewijzen.

Antwoord gy niets, zegt hy in dien geveinsden ijver, wat getuigen deezen tegen u? want Yesjoea zweeg, en Kajafas zocht hem te verstrikken, en tot antwoord te perssen. Toeleg, die zo dwaas, als G dloos was.

Een booswicht wil den Heilige, een logenmond [
sommigen halen de naam van Kajafas uit twee He-
breeuwsche woorden, kajah of kaya, d.w.z. uitbraken: en peh of pi, als een man, die alles onbesuisd en met ontroeringe ten mond uitbraakt] de Opperste wijsheid, en waarheid verschlken, die zo dikwijls en krachtig de strikvraagen der Leermeesters beschaamt heeft.

Hy vat echter deeze beschuldiging van den Tempel te slopen, zeer hoog op, als blijkt uit het vraagwoor-deken, wat, hoe groot, hoe vreestlijk is dit! den Tempel af te breken! den G ddienst te vernietigen! kan dit in een G dvruchtig hart opklimmen?

Uit deze ijver-taal hebben sommigen gegist, dat Kajafas, als Hoogepriester, Hoofd, en Voorzitter des grooten Raads was, en als zodanig de vraagen doet. Die den Paus gaarne tot Opperhoofd van Kerk- en Weereld-magt zouden opvijzelen, houden dit staande, maar die ons de volg-reeks der Voorzitters, in den grooten Raad hebben nagelaten, beweeren en bewijzen het tegendeel!

Ook hing de waardigheid niet af van 't Hoogenpriester-ampt, maar van de verkiezinge der Raadsheeren,
die kunne keur-stemmen uitbragten op zulk eenen, die in wijsheid, geleerdheid, en andere voortreflijke gaaven uitmuntte: zonder dat de Hoogepriester eenig voorrecht had boven anderen.

In zaaken echter van Tempel- en G ddienst, waar voor men deze rechtpleging met JC wil geacht hebben, had de Hoogepriester, die hier nu voornaamlijk 't woord voeren moest, wel 't voornaamsr gezach; en zijne
waardigheid verhief hem, in diergelijke voorvallen, boven denVoorzitter of Prins ['nasi'] van den grooten Raad.

Zo vatten wy 't ons hier ook; en horen Kajafas in godvergeten ijver tegen JC uitbarsten: wat getuigen deezen tegen u?

Slechts korte tijd
{?!}
later [na kruisiging,
opstanding/verrijzenis/hemelvaart kwam dan ook de [reeds beloofde] uitstorting van Geest e.d.]:
op pinkster/wekenfeest daaropvolgende waren ze allen bij elkaar &
plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag,
dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.
Er verschenen aan hen een soort van vlammen,
die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten,
en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken
in allerlei vreemde talen,
zoals hun door de Geest werd ingegeven.
In Yeroesjalayiem woonden destijds in het begin van die eerste eeuw veel vrome Joden,
die afkomstig waren uit praktisch ieder volk op aarde.
Toen het geluid weerklonk,
dromdem ze samen en ze raakten geheel in verwarring
omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal kon horen spreken.
Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden:

"Dit zijn toch allemaal Galileeers die daar spreken?
Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen spreken?
Parten, Meden & Elamieten, inwoners van Mesopotamia, Judea, Kappadocia, mensen uit Pontus & Asia, Frygia & Pamfylia, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libia, en ook Joden uit Roma
die zich hier gevestigd hebben,
Joden en proselieten, mensen uit Kreta & Arabia ~
wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over G ds grote daden!"


Verbijsterd
en geheel
van hun stuk
gebracht vroegen ze aan
elkaar:

"Wat heeft dit toch allemaal te betekenen?"

Maar sommigen zeiden spottend:
blozen
"Ze zullen wel dronken zijn!"

blozen
engel
geschokt
boos
verdrietig
sneaky
bah!
gaap!
verward
nahnah
huilen
OK!
10 sep 2008 - bewerkt op 10 sep 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende