Dre236 Rijkdom is uit de Hemel & Onderlinge Ver~
ANTWOORDELIJKHEID!?
Zo'n 1500 jaar later komen we ook die redacteur v/d Misjna, de 'mondelinge leer' tegen, Rabbi Yehoeda HaNasi/'de Prins': de Talmoed vertelt dat Rabbi Yehoeda HN rijke mensen placht te eren, maar WAAROM zou iemand die veel geld heeft méér geëerd moeten worden dan iemand die WÉINIG geld heeft? Rabbi Yehoeda begreep dat rijkdom iemand niet "ZOMAAR" toeviel!?!
In feite zijn bezittingen gaven van G'd, die door HASJEEM ('dé Náám'
toevertrouwd worden aan de mens gedurende ons korte leven hier op aarde vol diepe dalen ed.
Hoe groter de rijkdom, des te betrouwbaarder dus ook de personen aan wie het gegeven wordt (zouden) moeten zijn? Rabbi Yehoeda redeneerde dat het feit dat G'd deze man een dusdanig groot fortuin gegeven had of een dusdanig machtige positie had toebedeeld, nu zo dus ook zijn/haar kredietwaardigheid 'in de ogen van G'd' aangeeft?! Daarom komt deze man of vrouw 'die eer toe'!?
Als je zó'n machtig of rijk mens tegenkomt dan móet je hem/haar wel bewustmaken van het dóel waarvoor hij/zij die rijkdom & macht gekregen heeft?! Het Goede Doel ìs een Verantwoordelijkheid voor IEDEREEN: WÀS het maar zó dat (al) onze leiders & magnaten ook werkelijk deze diepe verantwoordelijkheid zouden voelen, die hùn rijkdom & macht met zich meebrengt
...
Alle mensen zíjn voor elk ander (mede)verantwoordelijk ìs hèt Principe dat de Héle Mensheid met elkaar verbindt: wanneer de Talmoed vraagt hóe het ('in's hemelsnaam'
MÓGELIJK is om géén wraakgevoelens te koesteren ten opzichte van iemand anders, dàn luidt het antwoord: als iemand bij het vleessnijden per ongeluk uitschiet & met het mes in de andere hand steekt, zou dan die gewonde hand nu zo ook liefst meteen (bloed)WRAAK willen nemen op die andere hand door die hand óók 'terug te steken'? Zeker NIET! Want die handen maken DÉÉL uit van hetzelfde Lichaam! Zó óók zijn alle mensen één groot lichaam (samen!)? Die collectieve verantwoordelijkheid voor elkaar komt o.a. i/d Tien Geboden duidelijk tot uiting. Dáár wordt íeder mens in het enkelvoud aangesproken. Níet in het meervoud want de gehele mensheid werd als één eenheid gezien. [En wat Mor aangaat was dàt ook dé belangrijkste les die overbleef na zwerven:
tussen vale ouwe & stille Zuidzee woont één mensheid met 1001 verschillende Verhalen & ook de andere kant op naar 'het Westen'
---]
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende