IN
DE TALMOED
BESTAAT WEL 'N
DWINGEND ARBEIDSETHOS I/D ZIN,
DAT EEN HOUDING, WAARIN AFHANKELIJKHEID
VAN DE CHARITAS VAN ANDEREN CENTRAAL STAAT,
EIGENLIJK AFGEWEZEN WORDT: VOOR DE ONTVANGER ERVAN
WORDT DEZE AFWIJZING VERWOORD IN EEN UITSPRAAK VAN RABBI AKIVA:
"Maak dàn Ma'at liever uw sjabbat (de zevende 'rust'dag, die op bijzondere wijze gevierd moet worden)
tot een gewone doordeweekse dag (in díe zin dat men niets extra's koopt ter ere v/d sjabbat)
dàn afhankelijk te zijn of te worden v/d liefdadigheid van anderen"!
Voor de donateur ervan betekent die afwijzing van afhankelijkheid
van de vrijgevigheid van de anderen, dat hij bij het helpen van de armen & hulpbehoevenden zoveel mogelijk
moet blíjven proberen om hen vooral ook zelfstandiger te BLIJVEN maken?! Deze gedachte vormt wellicht
een van de achtergronden van de stelling in het wetboek van Maimonides (1135-1204), dat de ALLER-
HOOGSTE vorm van liefdadigheid bestaat uit het ondersteunen van iemand, die arm is & aldus
financieel afhankelijk dreigt te worden! We moeten dus daarom steeds weer blijven proberen
om de arme een compagnonschap, lening of dienstbetrekking te verschaffen,
opdat hij zijn financiële afhankelijkheid níet (geheel) hoeft te verliezen of
met beschaamd rood hoofd hoeft af te bedelen
uit nooddruft ofzo!
Het bloed
naar 't Hoofd laten stijgen
staat gelijk aan Moord & Doodslag, afhankelijkheid van bedelen
of smeken & 'hoereren'
