dood
@
WIL
DE ECHTE
ACHTERBERG
[met of zonder
tropenkolderhelm
en/of letterlijke/figuurlijke
voorhuid]
EVEN OPSTAAN
UIT ZIJN GRIJZE
GRAF?
Hoe?
Want daar
komt de 'eigenlijke
Achterberg' naar voren:
door te dichten,
de geliefde terug te brengen
naar het leven
met haar in het gedicht
onder te brengen.
DAARMEE
hangt samen
dat ook hij elk gegeven dat hij tegenkwam
kon gebruiken om opnieuw
een poging daartoe te wagen,
elk gedicht gedurende
een lange periode
is er goed voor
om het opnieuw
te proberen.
De
meest banale dingen
kunnen dienst doen om er dat dichterlijk instrument
van te maken.
LEES
de gekke titels maar na:
stuifmeel,
trompet, brei, asbest,
Leica,
en noem maar
op.
Het brengt mij
- bij wijze van tussenopmerking -
op iets wat vanaf het begin
zijn gedichten zo aantrekkelijk maakte:
de gewone taal,
GEEN verheven dichterlijke
zwetserij.
Ja,
in het begin misschien,
als je ACHTERAF Achterbergs Verzamelde Gedichten
nog eens doorbladert zie je dat 'zoet' hem toen nog
in de mond bestorven
lag.
Maar
DAT zwakt af,
dat gebruikmaken van typische 'dichterwoorden',
veel minder dan Marsman maakt hij er gebruik van,
om van Roland Holst maar
te zwijgen!
Die
gewone woorden
waarmee hij een gedicht als
Beumer & Co kan
construeren.
EEN
van mijn oude
favorieten overigens,
want B & C was een boek
uit een protestants-christelijke boekenserie,
geschreven door J.K. van Eerbeek,
dus DAT mochten we thuis WEL lezen
[ik ben per slot van rekening OOK
nog opgegroeid in de tijd
dat de verzuiling zo ongeveer
op z'n hoogste punt
was beland].
Achterberg
stamt uit verwante
[gereformeerdebondse kring],
hij kende de auteur en het boek,
en het heeft dezelfde indruk
op hem gemaakt ...
Waar divan en donker stonden,
is, hun geheim ten spot
een vrouwenschoen gevonden;
maar de liefde is uit God.
En buiten zullen staan de honden.
Ineens komen er dan
meer regels op,
ze presenteren zich bijna
autonoom:
Voorwerpen, in mijn lied
vereeuwig ik u, niemand weet
het einde van dit wreed gebied
en wat er nog met u geschiedt,
hoor hoe ik u heet:
[voor wie ik liefheb wil ik heten]
en dan volgen
de huis-, tuin- en keukendingen
van een woning,
met stuk voor stuk onvergetelijke
benoemingen
spiegel, om uwentwil
verdubbelt dit heelal;
wij hebben in u lief,
spiegel dat alsublieft.
DOODGEWONE woorden
en ze doen wat ze moeten doen:
vereeuwigen.
Dat
LAATSTE woord
brengt ons terug naar de eigenlijk obsessie,
het onder woorden brengen in het gedicht,
en wat hij daarvan
verwacht.
WAT
de psychiater ook mag vinden
in Achterbergs innerlijk,
zijn dichterschap hangt onlosmakelijk samen
met zijn orthodox protestantse
opvoeding.
Achterberg
is opgegroeid bij Het Woord dat levend maakt
[met een hoofdletter, ja, dat komt ook nog
zometeen]!
Als je DAT
voor ogen houdt,
dan valt heel zijn obsessieve dichterschap,
het zogenaamde terugbrengen van de geliefde,
in het hervormd gereformde
gelid?
Het woord
is VOORAL het levendmakende Woord,
en onder woorden brengen in het gedicht is in het domein van het leven brengen,
levend maken in en door
en voor het
woord ...
In
het gedicht
worden opgenomen,
in de taal,
is hetzelfde
als ontheven worden aan de vergankelijkheid [om het plechtig te zeggen],
in het gedicht bestaat de wereld pas ECHT,
of anders gezegd:
het gedicht IS de wereld waarin een mens leeft,
ook al is hij/zij
dood!
Vandaar
het gedicht als
een vers dat niet bederft.
DAT zegt hij ook ergens,
al heel vroeg,
hij zit dan nog in de
inrichting.
Van dood in dood gegaan, totdat hij stierf.
De namen afgelegd, die hij verwierf.
Behoudens deze steen, waarop geschreven:
de dichter van het vers dat niet bedierf.
DAT
is HET helemaal,
niet bederven = aan de dood ontheven.
DAT gebeurt in het gedicht, het goede gedicht,
het gedicht dat pas een gedicht
mag heten.
DAARIN
en alleen daarin
wordt de wereld van de eeuwigheid aangetroffen,
en daarin moet dus worden ondergebracht
wat hier vergaat,
of het nu de liefde, de geliefde,
de vrouw of de dichter zelf is.
Ja natuurlijk,
ook de dichter zelf leeft,
em kan alleen maar leven,
in het vers.
Is hem
dat GELUKT,
de geliefde tot leven te brengen,
Eurydice terug te krijgen?
De vraag
is natuurlijk
onzin!
Je moet zeggen:
"En heeft hij gedichten gemaakt
die geen bederf zullen zien?"
De tijd zal het leren.
Maar
voorlopig,
als ik het mag zeggen,
blijft G.A. de dichter
die in het levensmakende woord gelooft
en het instrument hanteert
dat moet uitvoeren waartoe het in staat is.
Misschien wanneer
zij/wij/ik/jij/hij
[voorlopig]
voor een tijd al verwoordende
een plaats van g d zijn bederven
onze woorden en verzen en daden
ook niet meer zo snel als ooit
wel het geval is geweest:
dat zou een mooi
resultaat zijn in een goed [zoet] einde:
en we leefden nog lang en
gelukkig [als ze niet dood zijn
dan doen ze dat
NOG]!
@
Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende