WIE
KAN DAAR
NOG AAN TWIJFELEN
{ZO VAART MAT GARGON
VAN 300 JAAR GELEDEN VOORT
OVER 1700 JAAR DAARVOOR}, ALS HY DEN ENGEL DES HEEREN ZIET,
DE ZAAKE VAN YEHOSJOEA ZO HEERLIJK VERDEDIGEN, & OPENTLIJK "VAN G DS WEGE" VERKLAREN,
DAT HY OPGESTAAN, & HEERE GEWORDEN ZY, DIE NU ALS KONING HEERSCHEN,
& ZIJN GEBIED UITBREIDEN MOEST,
TOT AAN 'T EINDE
DER AARDE.
Wierden
onze Eerstouders
door den Satanische
Duivel verleid, en doodschuldig,
als die zich onder schijn van eenen Engel des lichts vertoonde,
en vrijheid van 't proefgebod
aankondigde?
Hier
zal een
waare Engel des
lichts de verzoening aankondigen,
en ontslag van vloek en wet, en schuld, en straf,
en daar toe geen listige slang, maar eene menschen gedaante
aandoen, vol glants en schittering, op dat niemant zijn
gezandschap verdenken, maar een ieder
erkennen zoude, dat hy uit den hemel,
& dat volzalig licht nederdaalde, daar
Christos nu zoud ingaan,
om den zijnen
plaatsen te
bereiden.
ZO
BESCHRIJFT ONZE
H. EUANGELIST DEN ENGEL,
ALS EEN HEIL- EN HEMEL-BODE,
EN ZEGT: ZIJNE GEDAANTE WAS GELIJK EEN BLIKSEM!
'T Grieksch,
IDEA,
dat hier 'gedaante' is verduitscht,
betekent alles, wat onder 't oog of de verbeelding valt,
het gelaat, het aangezicht, handen, voeten, oogen, en al het zichtbaare,
dat alles schitterde van straalen, en gaf blijken van bovenmenschlijke heerlijkheid,
waar uit de wachters konden zien, dat het een Engel,
en geen mensch moest zijn:
en waar door zy niet min
verbaasd wierden.
ZULK
EEN VERTOOG
WAS MAGTIG, EN
MEER DAN MAGTIG,
OM DIE STOUTE MANNEN
TE DOEN TSIDDEREN, EN RAAD- EN MAGTLOOS TE MAKEN:
ALS DIE "G DS WRAAK" IN 'T AANGEZICHT DES ENGELS LAZEN:
EN GEEN VERDICHTEN JUPITER, MAAR VERVAARLIJKEN BLIKSEM,
ZAGEN VAN TOORN EN GRIMMIGHEID DES ALLERHOOGSTEN,
DIE HEN DREIGDE EN AANSTONDS
KONDE VERNIELEN.
Maar
was het
zichtbaar gelaat zo
verbazend? Het kleed was
niet minder ontzachlijk,
en wit als de sneeuw.
Hoe krachtig,
hoe onverdraaglijk
moet de bliksem-straal
van dit kleed, eenen wederglants en afstuit
ontfangen, en de oogen verblind hebben? Hoe benauwd, hoe verschrikt
moet de wacht geweest, en in 't hart getroffen zijn,
als zy die blinkende witheid,
en rondom-schitterende
zuiverheid
zag.
MOESTEN
ZY DAAR UIT
NIET ZIEN, DAT DIE NEDERDALENDE
EN ZO-SCHIELIJK VERSCHIJNENDE ENGEL UIT DEN HEMEL,
EN VLEKLOOZE REINHEID KWAM: WAAR VAN
DE WITHEID EN ZUIVERHEID,
TEN ALLEN TIJDE
EEN ZINBEELD
WAS.
Het
grondwoord
stolee,
dat Markus gebruikt,
betekent een LANGEN ROK,
die neder, en tot op de voeten hangt,
en van Koningen, Vorsten, Overwinnaars,
en Koningskinderen plag
gedragen te
worden.
Vooral
gebruikten de LXX. Overzetters
dit woord, voor de Priesterkleederen,
en inzonderheid voor den WITTEN LINNEN ROK,
waar mede op den grooten Zoendag,
de Hoogepriester in
't Heiligdom
inging.
Wat gewaad
paste deezen Hemel-gezant dan beter,
nu hy de zegepraal van
's Levensvorst
verkondigt?
Nu hy tonen moet,
dat de waare verzoening aangebragt,
en de groote Hoogepriester met zijn eigen bloed
in 't hemelsch Heiligdom
is ingegaan?
Nu hy
den Gelovigen verzekeren moet,
dat hunne zonden weggedragen, en zy 'voor G ds aangezicht'
witter geworden zijn dan sneeuw?
Nu zy allen,
Koningen en Priesteren zijn,
"G de", onzen hemelschen Vader,
gewasschen in 't bloed des Zoons,
geheiligd door zijnen Geest,
gerechtvaardigd in
zijn opstanding?
Daarom
komen ons
de rechtgelovigen zelve voor
als overwinnaars, met witte kleederen en palm-takken:
tot bewijs van grootere zegepraal,
als in de loop- en strijd-perken
herhaalt wierd.
Daarom
komt Christos
zelf ons voor
met een praalgewaad, en
dit opschrift op zijne dijen:
KONING DER KONINGEN, &
HEERE DER
HEEREN
...
