"MAAR WAT JUIST CHRISTELIJKE GELOOFSTRADITIE ZO KRACHTIG KAN MAKEN, IS DAT HET GEPRESENTEERD WORDT IN 'N SAMEN-HANGEND VERBAND: de inhoud wordt gesteund door ritueel; i/d kerkelijke eredienst, maar ook in zoiets als gedisciplineerd bijbellezen!
De vorm ondersteunt de inhoud: dàt bepaalt de kràcht ervan?"
'Iemand wiens woorden & daden jou van jouw stuk brengen èn je dan al met al zó levenslang te denken & te doen geven, zou die niet "ÈCHT" bestaan?'
UITEINDELIJK, ZEGT JOHAN GOUD, GAAT JEG HÈM OM HET VÌNDEN VAN MOMENTEN VAN 'ÉÉNHEID' & 'ONVERDEELDHEID'! DIE VINDT HIJ OPMERKELIJK GENOEG VOOR EEN THEOLOOG DUS NIET IN DE THEOLOGIE:
"Theologen & filosofen denken op z'n best ná ober wat die momenten mogelijk maakt & ontwikkelen daar hun theorieën over? Wìl je verdergaan, DÀN kom je úit bij de nauwe samenhang tussen wat mensen zeggen en dromen!"
'Waar kun jij die samenhang vinden die je zoekt?'
"IN KUNST EN LITERATUUR, SOMS IN EEN OVERDENKING: 'g d' is in hoge mate 'iemand' die op een literaire manier gelezen wil worden! "Hij/zij/het" 'troont op onze lofzangen', zei de schrijver FRANS Kellendonk ooit zo treffend: vandaar dat ik me over de werkelijkheid van 'g d' ook niet 't hoofd breek! Dàt doe ik immers ook niet over 'n Hamlet, Don Quichot of Ivan Kara-mazov?! Wie of wat zou moeten of kunnen beslissen 'wat ècht is'? En op grond waarvan? Iemand wiens woorden je zó van je stuk doen brengen èn je levenslang te denken blijven geven, zou die níet 'ècht' bestaan?"
'Waarom spreekt de literaire vorm jou zo aan om geloof vorm te geven?'
"DICHTERS als Rutger Kopland & Willem Jan OTTEN proberen een semantische equivalent te vinden voor GELOOFStaal & díe zoektocht, dáár gáát het míj om! "G d" heeft voortdurend nieuwe beschrijvingen nodig. Soms stuit je dan op (zo)ÍETS. Dàt gevoel - 'nú ráák ik eraan' - duurt misschien maar zolang 'n gedicht of lied duurt, maar 'hèt' ìs er wèl! Dàt kan dus bv. o.a. gebeuren in onze gedichten & andere 'kunstwerken', 'ons doen & laten', èn zó óók in muziek & onverwacht in 'n overdenking!" 'Wat ervaar jij op dit soort momenten?'
"JE HEBT DAT GEDICHT VAN KOPLAND, WAARIN HIJ BESCHRIJFT HOE DE JONGE BACH 'te ORGEL BESPEELT:
'Met/een onnavolgbare Leichtigkeit//lichthandigheid zou je het kunnen noemen, maar dan zo/licht dat het was alsof het geen handen waren/die speelden.' In de laatste regels zweeft dan 'n koraal door de ruimte:
'Als een onzichtbare gewichtloze vogel/Leichtigkeit'!
Dat kan ook de ervaring van 'n predikant zijn, schreef ik ooit. Niets kan het wonder van de 'Leichtigkeit' garanderen.
Maar soms valt 't 'n organist of voorganger tóe:
lìchte(nde) handen, lìchte(nde) woorden, zwevend alsof ze de handen & woorden van "g d" zijn? 't Verrassende ervan ìs de ontdekking
dat niet zozeer JÍJ a/h zoeken & vinden bent:
't ìs eerder omgekeerd;
wat jíj òntdèkt
ìs dàt JÍJ gevònden wòrdt
door wat je zoekt."
Gerrit-Jan KleinJan over Johan Goud:
ONBEVANGEN. DE WIJSHEID VAN DE LIEFDE. €15 127blz.
Meinema 2015