Hoe
moeilijk het
is om deze
vorm van 'zelfkritiek' vast
te houden, blijkt een eeuw
later als al deze profetische woorden
over Yeroesjalayiem en de Tempel
steeds meer wapens worden
in de handen
van de heiden-christenen
om tegen de Joden,
dus tegen 'de anderen'
in te zetten voor
bijna 2000
jaar.
Wie
i/d Nederlandse
concordanties op 't NOT
't woordje 'hel' opzoekt,
doet de opzienbarende ontdekking
dat dit woord de meeste keren uit de mond van Yehosjoea
lijkt voort te komen.
Deze
uitkomst wordt
nog sterker wanneer
we het uit het
Hebreeuws afkomstige leenwoord gehenna
in 't NOT opzoeken. Van de twaalf keer dat dit woord voorkomt,
klinkt het elf keer in de mond van Yesjoe.
Er zijn nog meer woorden i/h NOT
om dit aan te duiden.
Bijvoorbeeld het woordje hades
dat i/d z.g.
Statenvertaling ook met 'hel' vertaald is.
Maar dit woord heeft doorgaans toch niet meer de scherpe klank
van gehenna
en is is dan ook in de latere vertalingen
terecht met 'dodenrijk' vertaald?!
In 't OT
is de toekomstverwachting nogal divers.
Soms wordt over 't hiernamaals gesproken
als over een soort van schimmog voortbestaan van de doden in de sje'aol
,
het dodenrijk.
"Want in de dood denkt niemand meer aan Jou, wie zou Jou loven in het dodenrijk?"
zegt de dichter van Psalm 6:6.
ki ein bamawet zichrecha besjeol mi yodeh-lach?
Want doden noemen jouw naam niet meer! Wie in het dodenrijk kan jou nog loven?
Daarnaast vinden we teksten die zeggen dat 't met de dood niet afgelopen kan zijn,
maar dat G ds macht over de dood heenreikt &
dat er beloning & straf moet zijn,
om het nieuwtesta~
mentisch te zeggen:
hemel en
hel!
Dat
hangt samen
met een levensgevoel
waarin ervaren wordt
dat het de goddeloze in dit leven
vaak goed gaat en de rechtvaardige slecht.
Het geloof in de gerechtigheid van Israels G d
zegt dan dat dit alles een keer verrekend zal worden.
In het NOT vinden we dat dan ook weer sterk terug.
Maar deze bundel geschriften staat daarin niet alleen:
in het jodendom van dit tijd is het gemeengoed om
te geloven in beloning en straf na dit leven.
Het voorbeeld dat we hierna kiezen,
is een van de teksten uit
het jodendom van Yehosjoea's tijd.
We kunnen onderstaande tekst,
hoofdstuk 54.1~6 uit het boek I Henoch,
niet met zekerheid dateren,
maar er pleit veel voor
om uit te gaan van de tweede helft van de
eerste eeuw,
dat is dan ook precies die tijd
waarin het overgrote deel v/h NOT is geschreven
[tussen 50 & 100nC! "
En ik keek toe en wendde mij tot een ander deel van de aarde
en daar zag ik een diep dal, waar vuur oplaaide.
En men bracht koningen en machtigen en men wierp hen in dat diepe dal!
En daar zagen mijn ogen wat men aan [martel]werktuigen voor hen maakte:
ijzeren boeien van een onmetelijk gewicht.
En ik vroeg de engel van vrede die met mij meeging, terwijl ik sprak: '
deze kettingen van de [martel]werktuigen ... voor wie worden ze klaargemaakt?'
En hij zei tot mij: '
Ze worden klaargemaakt voor het leger van Azazel om het te grijpen en te werpen in de put
van het totale oordeel en met ruwe stenen zal men hun kaken bedekken, zoals de Heer der geesten bevolen heeft. En Michael, Gabriel, Rafael & Fanuel zullen hen grijpen op die grote dag en hen op die dag in de brandende oven werpen, opdat de Heer der geesten zich aan hen wreke vanwege hun ongerechtigheid, omdat ze dienaren van de Satan zijn geworden en hen verleid hebben,
die op het vasteland wonen'!
In
deze tekst
krijgt onze Henoch,
de rechtvaardige oervader, een blijk in de hel.
'De engel van vrede' is de 'tolkengel', de gids,
zoals we die ook in Openbaring/Apocalyps 17:1 & 21:9 kunnen vinden.
wayavo echad min-sjivah hamalachim hanosim sjeva hakearot wayedaber eelai leemor bo wearacha et-misjpat hazonah hagdolah hayosjevet al-mayim rabim
Een van de zeven engelen met de offer-schalen kwam op me af en zei: '
Ik wil je laten zien hoe de grote hoer die aan talrijke waterstromen zit, veroordeeld wordt!'
wayavo eelai echad misjivat hamalachim hagdolim hanosim sjeva ha-kearot hamlleeot sjeva hamakot haacharonot wayedaber eelai leemor bo wearacha et-hakalah eesjet haseh!
Een van de zeven engelen met de offerschalen die gevuld waren met de laatste zeven plagen kwam op me af en zei: '
Ik wil je de bruid laten zien,
de vrouw van het lam!'
Die
vier met
name genoemde wrekers
zijn 'aartsengelen'.
Henoch ziet dat de zondaars
[de koningen en de machtigen!] in het diepe dal geworpen worden.
Dat refereert aan de naam gehinnom, die ontstaat is uit 'Dal van Ben-Hinnom'
{Yirmeyahoe 7:30v; 19:2,6},
de plek waar men kinderoffers bracht en die later diende voor de vuilverbranding en als afvoerplaats voor al het bloed van de geslachte dieren voor alle brand- & vredeoffers in de Tempel. Een ware helse en onreine plaats dus als van Moloch & Mammon/Ba'al Zwoeviem met bloed,
stank, vuur & vuil!
ki-asoe vnei-yehoedah hara beeinai neoewm-yhwh samoe sjikoetseihem babait asjer-nikra-sjmi alaw letamo;oevanoe bamot hatofet asjer begei ben-ninom lisrof et-beneihem weet-benoteohem baeesj asjer lo tsoeiti welo altah al-libi!
De Yehoedim hebben immers gedaan wat slecht is in mijn ogen ~ spreekt de Eeuwige.
Ze hebben de tempel waaraan mijn naam verbonden is, met gruwelijke afgodsbeelden ontwijd,
en in het Hinomdal de offerplaats Tofet gebouwd om er hun zonen en dochters te verbranden
wat ik nooit geboden heb en nooit gewild!
weyatsata el-gei ven-hinom asjer petach sjaar hacharsit wekarata sjam et-hadevarim asjer-adaber eeleicha! lacheen hineh-yamim baiem neoem-yhwh welo-yikaree lamakom hazeh od hatofet wegei ven-hinom ki im-gei hahareega!
Ga naar het Hinomdal bij de Schervenpoort en verkondig daar wat ik je zeg!
Daarom, de dag zal komen ~ spreekt de Eeuwige ~
dat deze plaats niet meer Tofet of Hinomdal wordt genoemd,
maar Moorddal!De
vele beelden
lopen hier, zoals
wel vaker wanneer het
over de hel gaat [oftewel helse plaatsen], gans en gaar door elkaar!
Er is sprake van martelwerktuigen eb van een vurige oven.
Het eerste beeld komen we in het Nieuwe Testament {Niet Oude Testament} niet tegen,
het tweede wel in Matai 13:42,50! In EEN adem met de goddelozen worden ook Azazel
cum suis genoemd, dat is EEN van de gevallen engelen en zijn helpers. Wat we dus allemaal op dit punt in 't NOT vinden, is dus geheel en al in overeenstemming met wat we in het jodendom van dit tijd vinden:
het strookt misschien allang niet meer met 'ons' [moderne] godsbeeld,
maar wel helemaal
met 't godsbeeld
van DIE tijd!
Er
rest ons
dus niet veel
anders dan wat preciezer
te onderzoeken hoe het staat
met het woord
gehenna?
Voor
moderne mydibijbellezertjes
kan het soms misschien nog wel
een beetje schokkend zijn dat we juist
DIT
woord in
Yehoesjoea's mond
tegenkomen?
Zou
hij dit
wel zo uitgesproken
[kunnen] hebben of
hebben hier ook [alweer]
de evangelisten
hem dat misschien wel
in de mond
gelegd omdat het
hen goed
uitkwam?
Dat
is altijd
een reeele vraag!
Wanneer we het woordbestand
van de evangelies onderzoeken,
valt ons misschien nog wel veel meer op
dan we voordien voor mogelijk,
wenselijk & zinnig
hielden?!
Maar
voor nu
welterusten, slaap zacht,
droom zoet & vertel ons er morgen
[of later] maar weer alles over
als je dat
wilt!
Dit
is duidelijk
'iets heel anders'
dan deep throat!
Hoewel:
de grote hoer,
kinderoffers,
porno &
vuurovens voor mensenoffers
niet zo heel ver uit elkaar liggen?!
Maak van je hart geen moordkuil!
Zeg wat je op je lever hebt &
associeer maar een flink eind weg,
want dat deden ze toen ook
[en nu dus nog
steeds]!










:lovesick

_O
