't Nut van G d?
We hebben g d niet nodig
om goede liefdevolle morele wezens te zijn.
't Kan ook anders!
Net zo dik maar juist ultra-
intellectueel is de nieuwe roman van Rebecca Newberger Goldstein,
36 Argumenten voor het bestaan van God. Goldstein stopt haar boek zo vol met briljante brokjes filosofie, wiskunde, kabbala & geschiedenis, dat je hersens kraken bij 't lezen. Ze is wel heel erg 't knapste meisje van de klas & dat is af & toe wat vermoeiend. Maar toch raak je erdoor geboeid.
Hoofdpersoon Cass Seltzer is 'n godsdienstpsycholoog die 'n atheistisch boek heeft geschreven,
Vormen van religieuze illusie, dat onverwacht 'n bestseller is geworden. Hierin haalt hij 36 argumenten voor 't bestaan van God onderuit.
Maar omdat hij zo goed begrijpt wat 't psychologische nut van godsdienst is, wordt hij door de media
'de atheist met 'n ziel' genoemd. Hij is op slag beroemd & heeft net 'n brief van Harvard gekregen waarin
hem 'n vette baan wordt aangeboden.
Zo krankzinnig veel als in 't engelenboek [zo voorgaande mydientry] gebeurt, zo weinig gebeurt er hier,
tussen 't denken door. Seltzer wacht 'n week lang op z'n geliefde Lucinda, 'n briljante wetenschapster ge-specialiseerd in
game theory, die naar 'n conferentie is.
'n Oude geliefde, 'n fanatieke antropologe die gelooft in fysieke onsterfelijkheid, komt hem opzoeken & in flashbacks wordt hun liefdesrelatie verteld. Ook blijkt uit de terugblikken op 't verleden op welk punt Seltzer op religie is afgeknapt. Dat was toen zijn voormalige promotor, 'n karikaturale joods-religieuze blaaskaak, hem wilde opzadelen met de
kuegel, 'n traditioneel joods nagerecht, als serieus onder-werp voor z'n promotieonderzoek.
'n Bezoek aan de streng orthodoxe joodse enclave New Walden met z'n bewoners, de Valdeners, waaruit
zijn moeder ooit ontsnapt blijkt te zijn, doet Seltzer des te sterker voelen wat het is dat religie belooft:
'DE KRACHTEN VAN ONZE ZIEL DIE ONS NAAR BUITEN DRUKKEN EN DE GRENZEN VAN HET ZELF OPLOS-SEN EN ONS DOEN OPENBARSTEN NAAR DE WERELD, ZODAT 'T HELE BESTAAN AANVOELT ZOALS NEW WALDEN
AANVOELT VOOR 'N VALDENER, EEN INTIEME WERELD DIE ONS OMARMT IN SAMENHANG & VERBONDENHEID &
ZIN & LIEFDE, & AAN DE HARTELIJKHEID WAARVAN EVENMIN GETWIJFELD HOEFT TE WORDEN ALS AAN DE LIEFDE VAN DE VALDENER REBBE VOOR Z'N EIGEN VALDENERS.' Die streng orthodoxe Valdeners worden afgeschilderd als vreemd, maar wel zeer aandoenlijk.
De climax v/d roman komt als Seltzer in debat gaat over 't bestaan van God met 'n buitengewoon on-aangename predikant & glansrijk van de man wint. Nee, er bestaat geen strenge God die ons 'n moraal voorhoudt, dat is nooit hard te maken, is zijn conclusie, & nog belangrijker: die hebben we ook helemaal niet nodig om goede, liefdevolle & morele wezens te zijn.
Als zijn geliefde Lucinda thuiskomt & Seltzer haar over de baan op Harvard vertelt, verbeekt ze uit pure jaloezie de relatie. Lucinda is ook 'n soort van karikatuur, namelijk van de keiharde wetenschapster die het hele leven als 'n
zero-sum game beschouwt: als jij wint, verlies ik. Seltzer vertegenwoordigt de gulden middenweg, de humanist met 'n hart.
Goldstein is 'n dochter van 'n joods orthodoxe voorganger. Ze is filosofiedocente, & echtgenote van de bekende psycholoog Steven Pinker, & ze wil duidelijk maken dat ze 't psychologische nut van religie door-ziet. Geloven in God biedt 'n ruimte waarin alle vragen waarmee we worstelen, samenkomen. Maar ze laat
Seltzer uitroepen:
'ALSOF JE ALLEEN REDEN TOT MOREEL HANDELEN HEBT ALS JE BANG BENT DOOR
'N HEMELSE VADER BETRAPT TE WORDEN & 'N PAK SLAAG VAN HEM TE KRIJGEN!''t Is 't bestaan van deze [veronderstelde] strenge hemelse vader dat zij bestrijdt in dit boek & dat maakt haar strijd op 'n wonderlijke manier ouderwets, althans voor nieuwe spirituelen. Er is bijvoorbeeld 'n argu-ment voor 't bestaan van God dat stoelt op 't raadsel v/h bestaan v/h bewustzijn: dat kan nooit worden opgelost door de wetten v/d fysica & 't bewustzijn moet dus wel van God komen.
Goldstein zet daar de theorie van 't panpsychisme tegenover: alle materie bezit misschien wel 'n lagere vorm van bewustzijn, die wij nu nog niet kunnen meten. De hogere vorm van bewustzijn die wij hebben, is
dan 'n emergente eigenschap. Voor mijn gevoel [LTH] kom je dan met dat panpsychisme dicht i/d buurt van 'n immanente God. Alleen de God v/d opgeheven wijsvinger is logisch onhoudbaar, niet de alomte-genwoordige bewustzijn-G d.
Ook de G d van Spinoza, genoemd in argument 35, doet hedendaags aan.
Goldstein noemt dit 'een van de elegantste, subtielste argumenten': G d valt samen met 't universum, dat
noodzakelijkerwijze bestaan en zichzelf verklaart. Het is ook de G d waarin Einstein zei te geloven.
Maar volgens Goldstein is er toch 'n denkfoutje: je kunt niet bewijzen dat 't universum niet van toeval aan elkaar hangt & zolang je dat niet kunt bewijzen, heb je formeel geen godsbewijs. De 36 argumenten die de Appendix vormen, overtuigen waarschijnlijk alleen mensen
die toch niet van plan waren
om in God te geloven:
maar lezenswaardig
zijn ze
wel
...
