decadent


~*~


PREDIKER
blijft erbij dat,
hoewel we geen goden zijn, wij ook geen dieren zijn.
"G D" heeft ook 'de eeuwigheid
in ons hart gelegd'.



Deze fraaie uitdrukking
heeft betrekking op een breed scala
van menselijke ervaringen.

Het wijst zeker
op een religieuze behoefte, een behoefte die,
tot verbazing van antropologen, tot uiting komt in alle culturen
die ooit zijn bestudeerd.


Ons hart
ervaart de eeuwigheid ook langs andere wegen
dan de weg van
de religie.


P. is geen nihilist:
hij heeft een indrukwekkend inzicht in de schoonheid
van de 'geschapen' natuurlijke
wereld.


Ik bespeur
in Prediker een gevoel van verlangen,
of Sehnsucht, dat zo fraai is beschreven
door C.S. Lewis.

"Genadedruppels"
heeft hij ze ooit genoemd,
die vage geruchten uit het bovennatuurlijk
die hij ervoer bij het luisteren
naar muziek,
bij het lezen van de verhalen uit de Griekse mythologie,
of bij het bezoeken van
een kathedraal.

Zo nu en dan
ervaren wij allemaal iets van dei Sehnsucht: in seks,
schoonheid, muziek, natuur,
wetenschap en liefde?!

Wat is de oorsprong van ons gevoel voor schoonheid en vreugde?

Dat
lijkt me
een klemmende vraag -
voor atheisten de filosofische tegenhanger
van het lijden
voor
'christenen'.


Het antwoord
van de predikende leraar is duidelijk:
een goede en liefhebbende "G D" wil uiteraard dat 'zijn schepselen' OOK vreugde en persoonlijke 'ontplooiing'
leren kennen.


Chesterton zegt in
Orthodoxy dat levensvreugde of 'eeuwigheid
in zijn hart' DE wegwijzers zijn, die hem uiteindelijk ook
de weg naar 'g d'
hebben
gewezen:


' ... ik kon mij niet
aan de indruk onttrekken dat alle goede dingen
als het ware overblijfselen waren van een oorspronkelijke catastrofe,
die zorgvuldig moesten worden bewaard. "De mens" had iets goeds bewaard, zoals bijvoorbeeld Robinson Crusoe
zijn goederen uit het wrak
had gered?


Ik voelde dit wel,
maar al die tijd heb ik dat gevoel onderdrukt,
en al die tijd heb ik zelfs helemaal niet gedacht aan
'christelijke theologie.'


Een ervaring van schoonheid
of intense vreugde kan ons een tijdlang onze sterfelijkeheid doen vergeten,
maar niet voor
lange tijd.

We schreeuwen
tegen bedtijd tegen het kind
dat we bij het eten op schoot hadden,
en we bekvechten met de persoon
waarmee we gisteravond
de liefde
bedreven.


Iedere bruid
komt de kerk of het gemeentehuis binnen
met een geloof in een nieuw, voorspoedig leven,
en iedere ouder van een pasgeboren kind
komt opgetogen uit
het ziekenhuis.


TOCH
weten we
dat de helft van alle huwelijken eindigt met een scheiding
en dat ongeveer een derde van alle kinderen
wordt mishandeld door hun
ouders ...


We kunnen ons nooit ontdoen van de ondragelijke last 'der goden'"

~*~

IEMAND
kan uiteraard wel 'weet hebben'
van 'de eeuwigheid in zijn of haar hart' en zich
toch nooit 'tot g d' wenden die dat gevoel
heeft 'bewerkt'!


Voor hen
die doorgaan met 'leven onder de zon'
heeft de Prediker een simpele boodschap: je zult ZO
nooit echte voldoening
vinden.


"Is
That all there is?",
vroeg Peggy Lee zich in de jaren zestig af
in HAAR versie ven
PRED!


Je kunt tekortschieten
door rijkdom, succes en goedkope seks na te jagen,
of je kunt de moed opgeven en aan allerlei drugs
ten onder gaan.


In
ZIJN
"ODYSSEE" heeft PRED
BEIDE wegen
bewandeld.

DIT
verslag van een decadent leven
van de rijkste, wijste, meest getalenteerde mens ter wereld
dient als het ware als een volmaakte allegorie van wat er allemaal kan gebeuren als we het zicht verliezen op "DE ENE" die ons 'goede gaven heeft gegeven': de 'goede gever' van alles 'wat ons hart
verheugt' ...


Genieten
is een groot goed,
maar OOK kan het een ernstig
gevaar zijn?


Als we
genot najagen
als doel in zichzelf, bestaat het gevaar
dat seksualiteit en gevoel en waardering voor schoonheid
ontaarden in banaliteit en kortzichtige zelfzucht
omdat er een belangrijke dimensie ontbreekt
waarin we onszelf en elk ander
kunnen spiegelen aan
'de innerlijke eeuwigheid' van
'het rijk
der hemelen
op aarde'?


P.
zegt ons uiteindelijk
na al zijn verschillende overwegingen en afwegingen
dat een volledige concentratie op genieten en volkomen beheersing paradoxaal genoeg zal leiden
tot totale uitzichtsloze
wanhoop?

P.
houdt vol
dat de struikelblokken op onze weg,
op zich genomen, goed zijn: "Alles heeft "HIJ" voortreffelijk
'gemaakt' op 'zijn tijd'"

[3:11].

"G D"
heeft alles wat er is
de goede plaats in de tijd gegeven:
toch kan de mens het 'werk van g d' niet
van begin tot einde doorgronden
ook al heeft 'hij/zij' ons
inzicht
in 'de tijd' gegeven ...


Door echter
een last op ons te nemen,
die NIET voor ons was bestemd,
veranderen we naaktheid in pornografie,
wijn in alcoholisme, voedsel in vraatzucht of vasten,
psychedelicatessen in drugsveslaving en
menselijke verscheidenheid
in racisme en
vooroordeel!


WANHOOP
spreidt zich over alles uit,
als we 'g ds goed gaven' misbruiken:
DAN lijken ze NIET langer 'gaven' en
niet meer
'goed' ...


Kortom:
P. blijft voortbestaan
als een groot literair werk
en als een boek dat een fundamentele waarheid bevat,
omdat het BEIDE kanten van het leven op aarde laat zien:
het vooruitzicht op genietingen die ZO verleidelijk zijn dat we ons leven wijden aan het 'najagen' daarvan, en
ANDERZIJDS daarna de akelige gewaarwording
dat 'genot alleen' of 'blinde opoffering'
uiteindelijk ons NIET echt kan
bevredigen ...


"G ds
aantrekkelijke wereld'
is TE GROOT voor ons en omdat we bestemd zijn
als het ware voor een ander 'geestelijk tehuis', voor de 'eeuwigheid',
beseffen we uiteindelijk dat niets aan deze zijde
van het 'eeuwige paradijs' de onrust in ons hart
kan wegnemen?


P.
maakt zijn zin
dan ook af:
'ook heeft hij de eeuwigheid in ons hart gelegd,
zonder dat de mens van het werk dat 'g d doet',
van het begin tot het einde, iets kan
'ontdekken'' ...


DAT
is de boodschap van P. in
een notendop.


Dezelfde les
die JOB leerde in stof en as
- dat wij mensen niet in staat zijn het leven te doorgronden -
die les leert ook de predikende leraar uiteindelijk, gekleed in zij ambtsgewaad, gezeten in
zijn paleis.


Wanneer
'wijzelf'
op de troon gaan zitten
die thuishoort in ons hart
waar we plaats moeten maken voor 'de geest'
dan slaan we plank volkomen mis en begaan we de fout van alle diktatoren en slaven: 'almachtig' of
'onmachtig' maar NIET
op
'de juiste
plaats' ...


Uiteindelijk
geeft P. dan ook
volmondig toe dat leven BUITEN g d
en zonder "G D" geen zin heeft en dat het ook nooit
volmaakt zinvol ZAL zijn omdat wij 'g d' niet zijn,
maar alleen maar 'plaats kunnen maken' voor
'de geest' in eenvoud, geduld,
liefde en zelfkennis
met 'gebreken' ...

Soren
Kierkegaard
merkt in dit verband op:
"Als het leven van mensen niet voorbestemd is
om weg te dommelen in nietsdoen of te worden verkwist in volkomen zinloze activiteiten, dan moet er
wel 'iets hogers' zijn
dat 'het leven
leidt'?"

De
PRED
zegt het zo:
"JE KENT
DE WEGEN VAN DE WIND NIET:
JE KENT HET KIND DAT IN DE MOEDERSCHOOT GROEIT NIET
EN ZO KEN JE OOK DE DADEN NIET VAN G D 'die alles
{NIEUW} maakt'"

{11:5} ...

Tenzij we
onze beperkingen erkennen
en ons 'onderwerpen' aan 'g ds geboden',
tenzij we 'de Gever' van alle goed{s} vertrouwen,
zullen we terechtkomen in een toestand van wanhoop, dwaasheid en moordzucht.

PRED
roept ons op
te accepteren dat wij 'schepselen zijn' die staan onder de 'hoede van de goede herder', de 'plaatsbekleder' van de 'schepper' en er zijn maar weinigen van ons die dat kunnen accepteren
zonder innerlijke
strijd.

engel
14 jan 2006 - bewerkt op 02 mei 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende