Wie was toch die profeet Mohammed die zo in 't nieuws is de laatste tien[tallen] jaren? Boeddha en Yesjoea kan ik me nog wel enigs-zins voorstellen {en sympathie voor hen hebben voorzover m'n 'prefrontale cortex' of zoiets dat toelaat}, maar Mohammed blijft voor mij nog steeds 'n raadsel vanwege 't arabisch, z'n brein-festijnen, creatieve 'stemmen' & al de woeste & vredelievende volge-lingen tussen marokkaanse woestijngebieden & philippijnse eilanden bijvoorbeeld ~~~~
En dan die knettergekke peroxidale paradoxale paranoide vervloekingen van gekke geertje, z'n klopvoddentaxaties & islamtsunami's E.D.!!
Alsof jut & jul, jan rap & z'n janmaten, de bierkaai & barbapappa etcetera permanent aan 't rollebollen zijn met joden & christenen {& de rest v/d wereld}! Ziauddin Sardar zegt er 't volgende over: "anders dan bij 'andere religieuze leiders', zoals de masjiach Yesjoe & de boeddha Gotama, weten we vrij veel over 't leven v/d arabische profeet Mohammed uit Mekka. Hij leefde in 't volle licht v/d geschiedenis. Zijn dagelijkse activiteiten, z'n omgang met anderen & gesprekken werden nog tijdens z'n leven opgeschreven & er werden na z'n dood al vrij snel uitgebreide biografieen gepubliceerd ...."
We hebben dus, naar 't schijnt, 'n overvloed aan bronnen waardoor we kunnen onderzoeken & begrijpen {?} wie hij was & hoe hij z'n leven leidde. De 'Sirah~literatuur' is iets unieks binnen de islam: 't is zowel geschiedenis & 'n bio-grafie als 'n bron van leiding & 'n richtlijn voor de wetgeving? Conventioneel is de sirah geschreven in 'n gestandaar-diseerde, chronologische vorm. Hij is geneigd om zich meer te concentreren o/d veldslagen & expedities v/d Profeet dan op z'n persoonlijkheid. Ik [ZS] volg die chronologie, maar geef m'n eigen interpretatie v/d sirah door me nu te richten op de persoonlijkheid v/d Profeet ....!
Mohammed werd geboren op 29 augustus 570 i/d stad Mekka @ Arabia. Ten tijde van z'n geboorte was Mekka 'n on-afhankelijke stadstaat, die werd geregeerd door de machtige stam v/d Qoeraisjieten. Die bestond toen voornamelijk uit heidenen & polytheisten {aanbidders van meerdere goden}. Mekka, dat lag in 'n kale vallei, was ook toen al een bedevaartsoord: 't was beroemd om z'n hei-ligdom, met daarin de Ka'aba, 'n kubusvormig bouwwerk met daarin een zwarte steen, waarschijnlijk 'n meteoriet. Moh's vader, Ab-doellah, stierf voordat Moh was geboren. Z'n moeder, ge-naamd Amina, stierf toen hij nog maar 6 jaar oud was. Z'n grootvader, Abd al-Moetalib, 't hoofd v/d Qoeraisjieten, nam de zorg voor hem op zich, maar hij [ver]liet 3 jaar later 't leven. Moh bracht dus z'n jeugd door bij de familie van z'n oom, Aboe Talib ....
Als jongeman was Moh erg gesteld op alleen-zijn: hij bracht vrij veel tijd door i/d woestijn & de grotten i/d buurt van Mekka, alwaar hij zat te peinzen & te reflecteren. Hij maakte zich ernstig zorgen over de morele toestand v/d volken in Arabia: over de afgoden-dienst, de wetteloosheid, de voortdurende stammenoorlogen & broedertwisten. Vooral de praktijk van het doden van meisjes baarde hem grote zorgen, maar hij hield zich niet helemaal afzijdig v/d gemeen-schap. Als jongeman werd hij zeer gewaardeerd & deed hij z'n naam Mohammed ~ dat betekent 'de geprezene' - echt eer aan: hij vergezelde z'n oom op diens zakenreizen naar 't huidige Syria & Iraq. De Qoeraisjieten nu waren toen zo onder de indruk van z'n eerlijkheid & integriteit, dat ze hem de eretitel 'al-Amin' gaven, de eerlijke ....
Toen Moh 25 jaar oud was, werd hij benaderd door 'n rijke veertigjarige Qoeraisjietische weduwe, Chadidja, die hem vroeg om voor haar naar Syria te gaan om 'n zakelijke overeenkomst te sluiten. M. stemde daarin toe & voerde die zakelijke transactie uit met z'n gebruikelijke eer-lijkheid & nauwgezetheid. Chadidja werd verliefd op de jongeman & stelde hem dus 'n andere vraag: wilde hij wel met haar trouwen? Zij was vijftien jaar ouder dan hij, maar Moh stemde toe. 't Huwelijk gaf Moh de vriendin & metgezel die hij zo-zeer nodig had. Ze waren elkaar zeer toegewijd & hielden heel veel van elkaar. Chadidja was zijn steun & toeverlaat in de door strijd verscheurde buitenwereld & schonk hem troost, als hij terugkeerde van z'n eenzame overpeinzingen ...
Ze kregen 4 dochters & 2 zonen, maar de jongetjes stierven als zuigeling. Op 'n dag gaf Chadidja Mohammed een ongewoon ge-schenk: ze kocht 'n jonge slaaf, Zaid, de zoon van Haritha. Hij was gevangengenomen in 'n stammenstrijd buiten Mekka & naar de stad gevoerd. Chadidja had 't gevoel dat hij 'n goede zoon voor haar echtgenoot zou zijn. Zaid woonde al enige tijd bij Moh, toen Ha-ritha, z'n vader, hoorde dat z'n spoorloos verdwenen zoon bij Moh was. Hij kwam naar Mekka & bood de latere profeet 'n grote som gelds aan voor de terugkeer van zijn nakomeling. Moh liet Zaid roepen & zei tegen Haritha: "Als hij ervoor kiest om met u mee te gaan, dan is hij vrij om dat te doen!" Toen keek hij Zaid aan & zei: "Als hij ervoor kiest bij mij te blijven, is hij vrij dat te doen!"
Zaid verklaarde dat hij bij Mohammed wilde blijven, die hem behandelde als z'n eigen zoon. Enige tijd later nam Moh Zaid bij de hand & bracht hem naar de Ka'aba. Daar adopteerde hij hem in 't openbaar als z'n zoon & erfgenaam. Vanaf dat moment stond Zaid be-kend als 'de zoon van Mohammed'. Moh was nu ook al tegen de 40: hij kreeg steeds meer moeite met de conflicten, de wetteloosheid en de onmatigheid, de wreedheid & de verloedering die hij overal om zich heen zag.
Hij trok zich weer regelmatig terug in de grot op de berg Hira, een paar kilometer bij Mekka vandaan. Hij ging daar meestal alleen heen, maar werd soms vergezeld door Chadidja & Zaid. Daar bracht hij de nacht dan door en zat bewegingloos diep te peinzen en te reflecteren.
EEN LEUK VERHAAL, MAAR ...