ALLES
wat te maken heeft met 666
op wat voor manier dan ook is
totale waanzin.
Geen zin dus
om daar nog maar EEN woord aan vuil te maken.
En DAT geldt natuurlijk voor heel veel onderwerpen:
eigenlijk OOK voor het idee dat er ooit een 'verlosser' zal komen als 'masjiach', 'christos' of 'mahdi'.
Puur bijgeloof en wishful
thinking.
Wat niet wegneemt
dat symbolen ergens vandaan komen
en achter allerlei mydiverhalen altijd wel de EEN of Andere diepere bedoeling zal zitten,
bewust of onbewust.
Heel onze
'droomtijdtaal'
barst van symbolisme:
homomuchomachobonobo blijft op weg
via macht en geweld naar MEER voedsel, seks en
hebbedingetjes.
Dus wat kun je anders verwachten
dan dat OOK ons normale taalgebruik vol zit
met manipulatie?
De naakte aap
heeft dan wel de meeste haren verloren,
maar onze vuistgrote grijze massa
kan blijkbaar nog NIET zo goed zonder egotisme en allerlei truukjes
om de oeraap
te blijven imiteren omdat we het niet
laten kunnen.
De aard
van het menselijke beestje hangt aan elkaar van
ongerijmdheden &
mallotigheid!
Gelukkig maar
DAT we nu in staat zijn
om een paar miljoen jaar terug te kijken:
BLIJFT de vraag wat er vandaag en morgen
ons overkomt en wat we onszelf
en elk ander straks
aandoen
...
~
Wanneer
is iemand een 'gelovige'
en wanneer 'niet meer'?
Weer zo'n 'lastige vraag' misschien,
vooral voor die mydi'ers die zeggen dat ze NERGENS in geloven [behalve in hun eigen machobonobo-ego]? Afgezien nog van de vele omschrijvingen van 'geloven', je kunt wel besluiten om 'ermee op te houden', maar ben je er dan
ook echt 'vanaf'?
~
Ik trok geen jas uit
maar een huid en
moest het voortaan zonder doen,
moest echter achter een
- door de geest uit de fles -
snel opgetrokken rookgordijn
verdwijnen voor wie alles ziet,
ook al bestaat hij niet.
~
Eijkelboom
kan het mooi zeggen.
Is dat ECHT ophouden of eerder zoiets als op een andere voet verder gaan?
WIE kan er nu nog verderleven ZONDER huid?
Ik zou willen dat er een hermeneutiek bestond of geschapen werd van geloven en ophouden met geloven: wat ZEGGEN mensen eigenlijk ALS ze zeggen dat ze 'in g d geloven',
en WAT als ze zeggen dat ze 'het' voortaan [liever?]
zonder doen?
~
Ik
kom erop
door de bundel Oprecht veinzen. Over Frans Kellendonk,
in Trouw besproken door Onno Blom. Ik zal zijn werk dus niet helemaal overdoen, maar haal die bundel naar voren omdat Kellendonk een mooi voorbeeld is van iemand die bij zichzelf probeert na gaan WAT het nu eigenlijk WAS, dat hij van zijn godsdienstige opvoeding [een rooms-katholieke, en DAN nog in de oude stijl!] had overgehouden en DAT maar NIET tot zwijgen wilde komen in zijn oeuvre.
"MOOI" slaat - in het voorbijgaan gezegd - OOK op K. ZELF, de foto's in die bundel laten zien dat hij wat je noemt 'een mooie man'
was.
~
WAT
bedoelde hij met 'oprecht veinzen'?
De bundel essays heeft niet voor niets DIE titel meegekregen.
De term stamt van K zelf, hij heeft haar zelfs als kopje boven de drie essays gezet,
die over geloven in G d gaan en [voor HEM dus] over 'niet meer' geloven.
Want DAT 'deed hij niet meer'.
NA een uitvoerig stuk over wat hij zich bij het woordje G d voorstelt [een mix van eigen hand, met ingredienten ontleend aan de christelijke traditie] vallen de cruciale woorden:
"En eh ... geloof ik ook in die God van mij?"
Van de wenselijkheid, zeg maar gerust de noodzaak, van zo'n geloof ben ik geheel doordrongen,
maar wat geloven IS en HOE HET MOET heb ik nooit kunnen ontdekken"
[ik citeer hem nu uit De veren
van de zwaan,
144].
~
Met
DEZE regel als startpunt
ontvouwt K vervolgens zijn onvermogen om te geloven,
en de rechtvaardiging
daarvan.
BIJNA
dat soort hermeneutiek,
waar ik om
vroeg.
~
Om
ZIJN uitleg
van zichzelf te vereenvoudigen:
mensen zijn beeldenmakers,
de werkelijkheid ZELF hebben we NIET in handen,
ALLEEN de beelden ervan die we {ZELF}
maken.
WIJ
[ook in myDi!]
leven bij beeldvorming, zeg maar.
Het BEELD voor DE werkelijkheid houden is een misser eerste klas,
en zal zich altijd
wreken.
DAT geldt
primair voor de literatuur.
FK zet ZIJN literaire opvattingen op papier,
maar DIE zijn ONLOSMAKELIJK verbonden met, misschien wel ge-ent op, wat hij in de kerk heeft geleerd over het tweede gebod:
"GIJ zult u GEEN gesneden beeld maken [en DAT voor ECHT houden en ervoor knielen]!"
LEES [zegt FK]: geen beeld maken van de werkelijkheid
of van G d.
ZIJN opvatting
over kunst loopt dus bijna vanzelf over
in wat hij over geloven denkt.
GEEN beelden mogen maken en er als kunstenaar TOCH op aangewezen zijn, wat een vreemde paradox!
Maar JUIST een kunstenaar weet ervan.
Hij SCHRIJFT fictie, maar zodra wij dat VERGETEN, dat wil zeggen:
van onze fictie [onze ver-beelding] WERKELIJKHEID maken, ontaardt onze kunst in plat realisme,
is het GEEN kunstuiting meer, maar hoogstens
journalistiek?
Wat literatoren
van K's theorie vinden
laat ik nu maar even liggen [lees de bundel Oprecht veinzen, waar ze aan het woord komen, ZELF maar!], idem de vraag op K RECHT doet an het werk van een journalist?
ZOEK de parallel met het geloof, EN we zijn waar Kellendonk het in Oprecht veinzen
over wil hebben.
ACHTER
het lawaai en de drukte
ligt de stilte die ALLES
omvat.
ONDER
onze neiging tot beeldvorming
verborgen ligt de inhoud van ons
bestaan.
Terzelfdertijd
kunnen we het niet laten
om heel ons hebben en houwen
bloot te leggen [door middel van woorden of anderszins]:
DIE neiging [zonder het 'homomuchomachabonobomanipulatie-effekt']
zou je dus ook kunnen omschrijven als 'voor een tijdje een plaats van g d', oftewel:
HIER ligt de kern van ons menszijn [onze menswording] ~
we willen elkaar recht in de ogen kunnen kijken
zonder pretenties of
bedrog.
"Honest
to G d!":
een plaats binnenin
om te zijn wie we waren en
aan het worden
zijn.