Onbeschaafden
slaan erop [bij 't minste geringste] &
beschaving maakt dat we
woorden gebruiken?
Je
zou dus
mogen aannemen dat
beschaving vooral ook kan
bestaan wanneer de roede is vervangen
door het woord {
logos} van zijn mond: de messiaanse koning
heeft 'n alternatieve bewapening ~ in
plaats van een
wapen het
woord.
In de Psalmen van Sjlomo
kunnen we al lezen dat deze komende koning
hen die hem vijandig zijn verslaat 'met 't woord van z'n mond'
net als in Yesjayahoe 11:2-4
in de Septuaginta.
Wijs
in verstandige
raad met kracht & gerechtigheid/rechtvaardigheid,
Als typering van deze Masjiach wordt gegeven dat
hij 'machtig' is
'in heilige
Geest'!
De koning strijdt niet langer meer
met zwaard & boog [laat staan met intercontinentale ABC~raketten], maar met 't woord.
Er wordt verder nog niets gezegd over de manier waarop deze koning hen die hem vijandig zijn zal verjagen & er is van geen enkele militaire
strategie sprake
meer.
Er
wordt verondersteld
dat de dag v/d overwinning aan zal breken,
waarschijnlijk door 'n wonderbaarlijk 'ingrijpen van G d'.
Er is in deze mydigeschriften meer aandacht voor wat er na deze overwinning komt,
namelijk de beslissende afrekening met hen die hem vijandig zijn
& 'n tijd van vrede voor 'de gelovigen',
dan wat er
VOOR
die overwinning moet gebeuren,
namelijk 'de
strijd'.
Het
perspectief van
deze koning is,
vergeleken met David [e.d.], ook veel universeler geworden:
hij zal de aarde slaan in navolging van Yesjayahoe 11;4. Ook i/d geschriften van Qumran zien we de door-werking van Yesj 11:1-5. In 'n verzameling van Zegenspreuken wordt 'n messiaanse figuur getekend, 'de vorst v/d gemeente': hij is de helper v/d armen & ootmoedigen. Met zijn scepter verwoest hij de aarde: & hem wordt toegewenst: dat '[gij de volken moogt slaan] met de sterkte van uw [mond]' & 'met de adem van uw lippen de goddelo[zen] doodt'.
[Zie Zegenspreuken V.20-27,
Rollen deel 2,77.
Ook hier wordt dus niet meer van wapens i/d gewone zin v/h woord gesproken.
Hetzelfde
zien we tenslotte
i/h apocalyptische geschrift Het boek v/d gelijkenissen,
dat in de grotere bundel 1Henoch te vinden is. G d heeft de 'Mensenzoon
op de troon van zijn heerlijkheid gezet &
deze zal met 't woord
van zijn mond
de zondaars
doden'
[1Henoch 62.2]!
We
mogen dus
veronderstellen dat al
deze processen zich verder hebben 'doorgewerkt' in onze geschiedenis van de afgelopen 2000 jaar:
de tijd dringt & gaat steeds sneller en 't belang van deze visie{s} nemen toe naarmate we meer geweld zien gebeuren i/h groot & in 't klein? Wat brengt 'scholieren' ['taliban'] ertoe om hun toevlucht te
nemen tot groot
[en klein]
geweld?
Onmacht
en angst,
onzekerheid, onkunde, domheid,
machteloosheid, gebrek aan opvoeding & beschaving, botheid:
de werkelijk waarde van ons leven zit 'm dus allang niet meer zozeer in slaan, gooien, schreeuwen,
veel lawaai & weinig wol, schelden, vervloekende 'tover'-spreuken & ingewikkelde magische constructies, maar in het rustig & bezonnen doorgaan in de weg, lang voor ons begonnen,
die alternatieven aandraagt en de kunst van het zinvolle overleg: wederzijds begrip kweken,
voorbeelden uit verleden & heden aandragen en ons verdere leven besteden in dienst van die Geest,
die er altijd al is geweest en
die 'wordende is'
in ons.
De 'derde weg'?
Zo
zou je
het kunnen noemen!
Het is de enige overgebleven
nog begaanbare
weg.
