Climax: komt 'IE NU klaar {of later?}


Ondanks
al die 'filosofische' verschillen
tussen de diverse myDibijbelinterpretatoren
zien velen JOB in de eerste plaats toegeven dat
zijn sterfelijke beslommeringen
onbeduidend zijn
en vervolgens verheven worden
of bevrijd tot
een edeler visie op de menselijke sterfelijkheid
en goddelijke of
natuurlijke
grootsheid!


Maar
zijn Jobs zorgen
onbeduidender
dan G*D's weddenschap
aan het
begin?

En kan Job aan het eind
tot een aanvaarding van de menselijke sterfelijkheid komen
die de gelatenheid overtreft die hij aan het begin
op zo'n ingetogen wijze toonde
in YoV1:21:

- "Naakt ben ik uit de moederschoot gekomen,
en naakt zal ik daarheen terugkeren;
de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen,
de naam van de Heer zij geprezen!"? -

Je kunt je gemakkelijk voorstellen
dat een redacteur die zin naar het eind verplaatst
om hem als Jobs climactische doorbraak
te laten dienen?

Maar hoe louterend dat ook zou kunnen werken,
de tekst die we hebben,
begint met die woorden,
hij eindigt er niet mee!

De plaats waar de verzen nu staan
suggereert zeer krachtig dat Job heel goed weet wat hij zegt
als hij in 13:15 verkondigt dat hij tot zijn laatste snik
om rechtvaardigheid zal vragen ...

Deze uiteindelijke bondigheid
van een man die eerder zo gedreven sprak,
duidt weliswaar op een nederlaag,
maar de nederlaag is
puur lichamelijk.

In moreel opzicht
heeft Job het tot het allerlaatst uitgehouden,
waarbij hij de redes van de Heer uit de storm opvatte
als zijn laatste test?!

En zo,
om terug te keren naar het oorspronkelijke probleem,
prijst de Heer, wanneer hij Job prijst aan het eind van het boek,
zowel Jobs eerdere koppigheid tegenover zijn menselijke gesprekspartners
als zijn uiteindelijke, geheel consistente, halsstarrige
recalcitrantie jegens de Heer zelf.

Job heeft gewonnen!
De Heer heeft verloren ...

Maar paradoxaal genoeg
heeft de nederlaag de Heer ervoor behoed om als demon te worden voor-gesteld of irrelevant te worden?!

Door zijn recalcitrantie
heeft Job de overweldigende en
welbespraakte voorstelling weerstaan die de Heer gaf van
een vorm van goddeloosheid die keer op keer
veroordeeld wordt in TeNaCH,
wellicht het duidelijkst in
Tsefanyah 1:12:

- "IN die tijd zal ik Jerusalem met lampen doorzoeken;
ik zal de mannen bestraffen die ongestoord liggen op hun droesem,
die tegen zichzelf zeggen:
'De Heer zal niets doen, noch goed noch kwaad!'" -

DEZE laatste visie
is niet helemaal afwezig in TeNaCH.
We zullen er een sombere en soms welleuidende presentatie van horen in
Prediker, maar VOOR Prediker is dit de visie die steeds
toegeschreven wordt aan degenen die door Psalmen 'spotters'
en door Spreuken 'dwazen' worden genoemd!
En die de Profeten 'valse profeten' noemen en
'overspeligen' .............

DEZE omvangrijke groep in Israel heeft duidelijk,
bij monde van de schrijver van Job,
tot op zekere hoogte zijn eigen stem laten horen -
maar slechts tot op zekere hoogte:
het boek Job eindigt tenslotte met het herstel van Jobs voorspoed,
een bevestiging van de orthodoxe visie op vergoeding,
die feitelijk nooit beweerd had dat rechtvaardigheid altijd
in praktijk gebracht
kon worden?

Deze orthodoxie
kan in de gedachten van Job zelf
alleen omgezet worden in heterodoxie
wanneer het laatste vers van Jobs laatste rede
een volkomen nieuwe interpretatie
krijgt!

In onze eerdere myDiverhaaltjes
zeiden we dat de Heer G*D in Psalmen, Spreuken en Job
hoofdzakelijk gekarakteriseerd zou worden
door wat mensen over hem zouden zeggen in plaats van door
zijn eigen woorden
of daden?

DIT is in Job
natuurlijk maar gedeeltelijk het geval geweest!
Door in te stemmen met een wrede weddenschap met de duivel
heeft de Heer zichzelf met zijn eigen actie gekarakteriseerd?
Hij verwachtte de weddenschap
snel te winnen ...

Hij verwachtte dat Job,
die de Heer zegende en niet vervloekte na de eerste duivelse kwelling,
hem na de tweede kwelling
weer zou zegenen?

IN plaats daarvan kiest Job,
hoewel hij expliciet weigert in te gaan op het voorstel van zijn vrouw
om G*D te vervloeken,
voor een derde mogelijkheid,
een zegening noch een vervloeking,
die G*D en de duivel
niet hadden voorzien:
hij spreekt G*D heftig toe
en schildert hem af als niet het soort G*D dat zou doen wat de myDilezertjes hem zojuist
hebben zien doen!

Zonder het te beseffen,
verandert Job het onderwerp,
waarbij niet zijn rechtvaardigheid,
maar die van G*D de kwestie wordt die de myDibijbellezers
zal bezighouden!

EN uiteindelijk ook G*D,
want aan het eind wint Job:
de Heer buigt in zekere zin voor Jobs kenschets van G*D,
laat zijn weddenschap met de duvel schieten en
na een vruchteloze poging om Job te overdonderen
maakt hij het goed door Jobs fortuin
te verdubbelen?!!

Job heeft de Heer
misschien wel tegen zichzelf beschermd,
maar G*D is na deze gebeurtenis in Jobs ogen nooit meer dezelfde!
Om precies te zijn:
de Heer kan nooit meer helemaal dezelfde zijn voor zichzelf!
De duvel is nu een permanent deel van zijn realiteit;
en al is hij op het nippertje ontsnapt aan de Tegenstander,
dat is hem gelukt via een ergere vernedering
door een aardse tegenstander,
JOB zelf!?

Natuurlijk heeft Job
zijn eigen al te kinderlijke vertrouwen in G*D
in overeenstemming gebracht met een veel genuanceerder en
volwassener joodse wijsheid -
in overeenstemming,
met andere woorden, {NET zo als wij in ons myDi doen?!},
met een meer realistische kijk op de wereld waarin rechtvaardigheid
gegarandeerd wordt door de goede G*D EN zo nu en dan
bedreigd wordt door de kwade G*D ...!?
Maar de G*D uit deze interpretatie is niet alleen voor Job
maar ook voor G*D zelf
nieuw ...

DE visie
waarmee het boek Job eindigt,
erkent geen principe dat onafhankelijk van G*D werkt,
waaraan zowel de godheid als de mens zich moet onderwerpen.
Er is met andere woorden geen hogere, onpersoonlijke synthese voorbij
persoonlijk goed en persoonlijk kwaad ...

De Heer G*D zelf
is in deze visie het ultieme,
en als kwaad en goed ergens gevonden kunnen worden,
dan moet dat in hem zijn, gelijktijdig en
persoonlijk .............

Als Tsefanyah de bewering
'de Heer zal niets doen, noch goed noch kwaad'
verwerpt als een vergissing,
dan is de tegenbewering, de schandelijke waarheid die het boek Job aantoont, niet dat 'de Heer alleen goed zal doen';
ze luidt:
"De Heer zal goed en
kwaad doen!"

In zo'n gepersonifieerde
visie op de ultieme werkelijkheid,
zoals het oude Israel die had,
worden 'de pijlen en slingers van het woedend lot',
zoals Hamlet ze noemt,
door El Sjadaj zelf geschoten en
geworpen .............

WAT
maakt G*D goddelijk?
WAT maakt de protagonist van de Bijbel zo geheimzinnig fascinerend,
zo afstotend en aantrekkelijk
tegelijkertijd?

We hebben
deze vraag al eerder gesteld
in de myDiverhaaltjes sinds begin januari van dit jaar,
maar misschien kunnen we er nu een vollediger antwoord
op geven?

G*D
behoudt zijn eigenaardige
kracht als een literair personage omdat
in hem - welke samensmelting van oude Sjemitische godheden hij ook vertegenwoordigt - datgene wat in het menselijk bestaan
het meest radicaal en onweerlegbaar beangstigend is,
begiftigd is met een stem en een bedoeling
EN
met wispelturigheid en
stilte ........

In de confrontatie tussen JOB en
de STEM uit de STORM {brainstorm?!}
bereikt DAT proces,
waarin die onontkoombare toestand DIT
overweldigende personage wordt,
een hoogtepunt!


DE climax
is een climax voor G*D zelf {komt hij eindelijk klaar?} en
niet alleen voor Job of de lieve
myDilezer .............


G*D kent na JOB zijn eigen tweeslachtigheid als nooit tevoren?!!

Hij weet nu dat hij,
al is hij niet Bertrand Russells demon {zie 10 mei},
wel een demon-ontvankelijke kant heeft
en dat het geweten van de mens zuiverder kan zijn
dan het zijne?


Met de hulp van Job heeft zijn rechtvaardige, vriendelijke zelf het gewonnen van zijn wrede, wispelturige zelf, net als na de zondvloed!

Maar de zege is duur betaald!

Job zal
een nieuw gezin stichten,
maar het gezin dat hij tijdens de weddenschap verloor zal niet opstaan uit de dood;
noch de knechten die door de duvel werden
gedood ...


En ook G*D's eigen onschuld zal niet meer terugkeren ...

De wereld lijkt nog steeds eerder rechtvaardig dan onrechtvaardig,
en G*D lijkt nog steeds eerder goed dan slecht;
toch is de algemene stemming, als dit uitzonderlijke myDibijbelboek is af-gelopen,
er niet een van verlossing
maar van respijt ...

vrolijkknipoogerg vrolijkcool!
verliefdliefdesverdriet
verdrietignahnahbah!gaap!verwardgemeen
liefdesverdrietverliefd
cool!erg vrolijkknipoogvrolijknahnahgemeen
Het zij ons gegeven
om zo lang te leven dat we er zelf nog iets van kunnen bakken
ondanks en tussen de stormen des levens door,
of misschien juist wel
daardoor?!
engel
13 mei 2004 - bewerkt op 16 dec 2007 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende